|
Op deze pagina staan de aankondigingen van meditatiedagen uit het verleden bij elkaar. Dit om een indruk te geven van het soort onderwerpen
dat op deze dagen aan bod kan komen. Mogelijk dat ik deze onderwerpen in de toekomst ook elders behandel.
Items op deze pagina

 Mensbeeld en visie op vergankelijkheid van het boeddhisme 27 februari 2005:
Onderwerp van deze medatiedag zal zijn: de boeddhistische visie op vergankelijkheid en wat voor consequenties dat kan hebben voor onze meditatiepraktijk.
Tijdens de voorbereiding merkte ik dat het onderwerp zich meer toespitste, van vergankelijkheid in het algemeen naar 'veranderlijkheid', en dan m.n. de veranderlijkheid van ons 'zelf', onze gedachten en onze gevoelens. De inleidingen van a.s. zondag zullen daarom waarschijnlijk vooral cirkelen rond de centrale vraag en het raadsel van "Wie ben ik?" (zonder daar overigens een antwoord op te geven! ;-).
Bij mijn voorbereiding heb ik dankbaar gebruik gemaakt van een boek van Ayya Khema over boeddhistische meditatie:
Ayya Khema, "Geen ZELF, Geen ANDER. Praktische aanwijzingen bij boeddhistische meditatie", East-West Publications, Den Haag 1991, ISBN 90-70104-97-0, 188pp.
Ik kan dit heldere en in heel alledaagse taal geschreven boek van harte aanbevelen, omdat het zo'n rijke bron van inspiratie is voor mensen die mediteren. Als voorbeeld en als voorproefje van a.s. zondag een tekst uit dit boek, waarin een aspect aan de orde komt van de centrale vraag, "Wie ben ik?":
Als het 'mijn lichaam' was, als ik werkelijk de eigenaar ervan was, waarom gedraagt het lichaam zich dan niet zoals ik wil? Waarom blijft het niet jong, mooi en gezond zolang wij dat willen? En zelfs wanneer het jong, mooi en gezond is, waarom stelt het dan eisen waaraan wij niet kunnen voldoen; waarom verlangt het voortdurend gerief? Zelfs dan wordt de zithouding tijdens de meditatie onplezierig. Waarom luistert het niet?
 Het Achtvoudig Pad en de woestijnvaders 14 november 2004:
Ochtendinleiding
De komende Zenzondag kijken we in de ochtendinleiding naar de bevrijdings/heilsweg van het boeddhisme, het zog. Achtvoudig Pad. Meditatie is één van deze acht paden.
We laten ons in dit onderwerp gidsen door een inspirerend boek van Jack Kornfield over dat onderwerp, getiteld "The Eightfold Path for the Householder" ("het Achtvoudig Pad voor huiseigenaren", ofwel - vrij vertaald - het Achtvoudig Pad voor mensen die midden in het gewone, westerse leven staan). Dit boek kun je hier op het Internet bekijken.
Kornfields boek staat vol prachtige verhalen, anekdotes, verhelderende uiteenzettingen en eye-openers. Een voorproefje:
Mijn leraar, Achaan Chah, had de gewoonte om van tijd tot tijd rond het klooster te zwerven, en daar mensen aan te spreken. Hij vroeg ze: "Heb je veel te lijden vandaag?" En wanneer je "Ja" zei, antwoordde hij: "O, dan moet je wel heel erg gehecht zijn." En vervolgens liep hij giechelend weg.
Middaginleiding
Tijdens deze inleiding kijken we naar parallellen tussen het Achtvoudig Pad en de spiritualiteit van de "woestijnvaders" (de eerste christelijke kluizenaars en monniken, die in de 4e en 5e eeuw n.C. leefden in de woestijnen van Egypte).
Alhoewel zeker niet gezegd kan worden dat het Achtvoudig Pad en de verhalen en gezegden van de woestijnvaders over precies hetzelfde gaan, zijn er wel veel parallelle onderwerpen te vinden.
Een paar voorbeelden daarvan:
- Het belang van zwijgen
- Hoe om te gaan met "negatieve" gevoelens als haat, hebzucht, woede.
- Het streven naar "voortdurend/onophoudelijk gebed" bij de woestijnvaders. Dit kan vergeleken worden met het streven naar voortdurende aandacht in het boeddhisme.
- Zonder veroordelen en met liefdevolle mildheid naar je medemensen (en jezelf!) kijken.
- Het belang van een praktische levenswandel die past bij de spirituele waarden die je nastreeft. Is er geen verband tussen je meditatie of gebed en hoe je leeft in je dagelijkse leven, dan zul je niet veel vorderingen maken.
- De verlichting en de vreugde die je als kroon op de weg ten beurt kunnen vallen.
Ook een voorproefje uit de spirituele keuken van de woestijnmonniken, in dit geval bereid door een "woestijnmoeder", amma Syncletica:
Wie God nadert zal in het begin hard moeten vechten en veel lijden; maar daarna valt hem een onuitsprekelijke vreugde ten beurt. Je kunt het vergelijken met iemand die een vuur wil aansteken. Aanvankelijk slaat de rook die persoon op de adem en schieten zijn ogen vol tranen; totdat hij zijn doel bereikt. Zoals geschreven staat: "Onze God is een verterend vuur" (Hebr. 12:24), zo moeten ook wij het goddelijke vuur in onszelf onsteken door tranen en hard werken.
 Plaatje 10 van de Zenparabel van De herder en zijn os: Over vreugde 12 september 2004:
OCHTENDINLEIDING
Plaatje X van deze bekende parabel gaat over de verlichte mens die zijn verlichting in zijn dagelijks leven heeft weten te integreren, en vandaar uit een bron van weldaad wordt voor zijn omgeving - hij is "verlichtend" aanwezig.
Waarom kijken naar dit plaatje, terwijl de meesten van ons waarschijnlijk nog niet "zover" zullen zijn? Omdat dit plaatje ons de idealen van Zen verduidelijkt, idealen die we ook nu al kunnen leven terwijl we nog niet totaal verlicht zijn. Als zodanig kan het plaatje een bron van inspiratie zijn.
Een belangrijk ideaal van Zen dat wordt uitgedrukt in plaatje X is het mededogen vanwaar uit de verlichte mens handelt. Dat stroomt vanzelf, zonder dat hij er moeite voor doet, van hem uit. De verlichte mens is een mens die anderen laat delen in zijn inspiratie, alleen al door zijn manier van zijn.
MIDDAGINLEIDING
In de vertaling die Bhagwan maakte van de plaatjes, wordt gezegd dat deze mens met een wijnfles terugkeert naar de markt van het gewone leven. Daarover uitwijdend schrijft hij o.a.:
Deze twee tekeningen [plaatje IX en X] brengen de zoeker terug naar de wereld en Kakuan heeft daarmee iets bijzonder moois gedaan. Je keert naar de markt terug, maar dat niet alleen: je komt terug met een fles wijn, dronken - dronken van het goddelijke - om anderen te helpen ook dronken te worden, want velen zijn dorstig, velen zoeken, velen struikelen op hun pad, velen gaan voort in diepe duisternis.
Wijn is waarschijnlijk ook een symbool voor vreugde: de herder straalt door zijn manier van zijn vreugde uit, en wekt juist daardoor de vreugde van anderen. O.a. a.d.h.v. Anselm Grüns boek "Die eigene Freude wiederfinden" (dit boek is ook in het Nederlands vertaald, onder de titel: "Je eigen vreugde terugvinden", ISBN 9020936611) staan we tijdens de middaginleiding wat langer stil bij de betekenis van vreugde, en hoe die te ontdekken en te "hoeden".
 James Finley: Mertons Paleis van Nergens
2 mei 2004:
Op deze Zenzondag verdiepen we ons in James Finleys boek "Merton's Palace of Nowhere". Dit is een mooi boek over de gebedsspiritualiteit van Thomas Merton, een monnik trappist (1915-1968) die veel heeft bijgedragen aan de verspreiding van het gedachtengoed van het Zenboeddhisme in het Westen. Omdat Finleys boek m.n. Mertons visie op het contemplatieve [d.w.z.: mystieke] gebed behandelt en omdat Merton daarin sterk beïnvloed is door zijn grote interesse voor de oosterse religies, heeft dit boek ook mensen die Zenmeditatie beoefenen veel te bieden.
Belangrijke onderwerpen in dit boek:
- Waaraan ontlenen we onze identiteit: aan ons ego / "valse zelf" / prestaties, of aan ons "ware zelf"? Welke werkelijkheden worden aangeduid met het "valse" en het "ware zelf"?
- De omvormende werking van (contemplatief) gebed en meditatie op de mens die deze weg gaat. Zoals Finley het uitdrukt: "Merton gidst ons op een reis naar God waarin het zelf dat aan de reis begon niet het zelf is dat aankomt. Het zelf dat de reis begon is het zelf dat wij méénden te zijn."
- Iedereen die een spirituele weg gaat zal ergens op die weg in een woestijnperiode terechtkomen, waarin alle houvast en oorspronkelijk enthousiasme verdwenen lijken en de weg niet meer zeker lijkt. Toch kan juist zo'n woestijnperiode een positieve betekenis hebben.
- Kunnen we ons ware zelf kennen of zelfs bezitten? Of betekent het doorbreken van het ware zelf nu juist dat er geen kenner of bezitter meer bestaat... ?
- Het verschil tussen communicatie (in woorden gevatte informatie overdragen) en communie (in de zin van deelhebben aan een diepere Werkelijkheid die niet in woorden uit te drukken is). Communicatie kan geen contemplatie of verlichting bij mensen teweegbrengen; enkel communie kan dat.
Wat Merton bedoelt met dat "Paleis van Nergens"? Ik houd de spanning er nog even in en kom het graag vertellen op de Zenzondag!
Ter afsluiting twee citaten uit het boek:
Merton zei eens tegen mij: "Een groot probleem in het monastieke leven is dat te veel mensen eraan beginnen in de hoop dat ze zullen uitgroeien tot mystici. Ze beseffen niet dat mystici niet méér worden dan ze waren, maar juist minder. Op het eind van de mystieke weg blijft niemand over behalve God."
* * *
[Contemplatie is niet] iets dat door God ingestort wordt in een schepsel, maar is veeleer God die leeft in God en die een geschapen leven één maakt met zichzelf, zodat er niets van enige betekenis overblijft, behalve God levend in God.... God alleen blijft over. Hij is het "ik" dat daar handelt. Hij is degene die liefheeft en kent en zich verheugt.
 De weg van meditatie volgens de plaatjes van os en zijn herder
1 februari 2004:
Deze prachtige parabel in plaatjes, commentaren en gedichten over de spirituele weg van de mediterende biedt inspirerend en rijk materiaal voor bezinning en inspiratie op de weg (zie elders op deze site de aan deze plaatjes gewijde pagina). Volgens mij zijn deze plaatjes ook voor mensen uit andere geestelijke tradities dan Zen verhelderend. In deze bijeenkomst kijken we naar de dynamieken en ontwikkelingen bij het gaan van de spirituele weg, zoals die naar voren komen uit het geheel van de plaatjes.
 Over het Achtvoudig Pad van het boeddhisme
14 september 2003:
N.a.v. een boek van Zenmeester Echard-Musgrave. Zijn stelling: Zenmeditatie kan alleen dan echt werkzaam zijn, wanneer we naast meditatie tegelijkertijd ook de andere 7 aspecten van dat Achtvoudig Pad (de boeddhistische heilsweg) beoefenen. Zie elders op spiritualiteit.net het overzichtsschema van het Achtvoudig Pad dat ik maakte n.a.v. EM's boek.
Echard-Musgrave's boek is erg de moeite waard, soms prikkelend en bij vlagen heel mooi. Onderstaande, door mij vertaalde passages, kunnen daarvan wellicht een indruk geven:
Wezenlijk inzicht in het achtvoudig pad en de toepassing ervan in de dagelijkse praktijk is de beste maatstaf om de zuiverheid en authenticiteit van onze beoefening in te schatten. Desondanks wordt dit pad door de meeste mediterenden meestal niet begrepen, en hoogst zelden nagevolgd als gids voor hun persoonlijk handelen. Veel leerlingen lijken maar wat aan te rommelen, weinig vooruitgang boekend in hun beoefening en zich afvragend waarom dat zo is. Zonder uitzondering klampen zij zich vast aan meditatie als een soort spiritueel wondermiddel. Zij beschouwen mediteren als [de hele] Dharma-beoefening [d.w.z.: het in praktijk brengen van de leer van Boeddha]; maar dat is een misvatting.
* * *
Het proces is zijn, er is niets anders. Ideeën over het zelf zijn irrelevant voor de waarheid. Ze zijn als wolken boven de tuin, die ontstaan en daarna weer verdampen. Ondertussen gaat de constante stroom van interactie door. Zoals wolken waaien waarheen de wind hen brengt, zo laat de Zenleerling de ideeën over zijn vrije zelf langs de hemel van deze eeuwige, wederzijdse interprenetatie waaien.
Het bos is de bomen en de bomen zijn het bos. De roos is de tuin en de tuin is de roos. Anderen zijn het zelf en het zelf is de ander. Er is niets anders dan dit, niets om aan vast te houden en niets om te vrezen. Want als alles het zelf is, dan is er geen zelf dat bedreigd kan worden door de ander.
* * *
Wanneer we ons leven laten bepalen door begeerte, verkeren we in een permanente staat van verwarring. Verwarring, omdat onze geest ons voorhoudt dat we vervulling zullen vinden zodra we een bepaald doel bereiken. Maar hebben we het doel eenmaal bereikt, dan blijkt de ondervonden voldoening niet in verhouding te staan tot de energie die we erin gestoken hebben om het te bereiken. We gaan dan op zoek naar iets anders om het gat te vullen met tevredenheid, enzovoort, totdat we zodanig verslaafd raken aan dit najagen en begeren, dat we bijna nooit meer momenten van rust ervaren. Helaas is dit de manier waarop de meeste mensen hun leven leiden, zonder inzicht of vrede en voortgedreven van de ene situatie naar de andere. Hun gevoel van welbevinden is geheel afhankelijk van hun wereldse successen.

Osseplaatje no.2: Sporen vinden op de weg
9 november 2003:
Op deze zondag kijken we tijdens de middaginleiding naar Plaatje no.2 van de zog. "Plaatjes van de herder en zijn os". Deze parabel in 10 plaatjes met bijbehorende gedichten en commentaren verhaalt over de weg die de mediterende aflegt in Zen. De herder symboliseert de mens die door meditatie zijn ware zelf probeert terug te vinden; dat ware zelf of de levensenergie - waarmee de meeste mensen het contact kwijtgeraakt zijn - wordt verzinnebeeld door de os.
|
 |
Plaatje 2 heeft als titel: "Het spoor van de os vinden". Blijkens de tekst bij het plaatje staan deze sporen van de os voor heilige teksten en onderrichtingen van meesters die verwijzen naar en getuigenis afleggen van de os. Het doel van deze getuigenissen is niet om ons "kennis" te geven óver de os (want alleen ervaringskennis kan ons verder helpen), maar om ons aan te zetten tot het gaan van de weg, gesymboliseerd in de volgende 8 plaatjes.
Maar de "sporen" waarvan sprake is in plaatje 2 mogen ook in bredere zin opgevat worden: waar kan ik in mijn leven sporen ontdekken, die verwijzen naar de os?
Zou het bijvoorbeeld zo kunnen zijn dat ook mijn schaduwzijden, de kanten van mijzelf die ik liever niet onder ogen zie, manifestaties zijn van de os? Dit is in ieder geval de interpretatie van Zenmeesteres Myokyo-ni. Als dat zo is, dan houden de plaatjes een belofte in: wanneer ik werkelijk inga op die sporen van de os, ze meditatief onder ogen zie, zal in de loop de tijd deze nu nog als negatief of onbeheersbaar ervaren energie omgevormd worden in een zachtmoedige kracht die mij draagt (de os is dan "getemd"; plaatje no.4).
Dit soort aspecten van "sporen van de os" komen aan bod tijdens de ochtendinleiding.
Voor mensen die geïnteresseerd zijn in literatuur over de plaatjes van de os, kan ik de volgende vier boeken aanbevelen:
- Nico Tydeman, Het temmen van de os, Karnak, Amsterdam 2003, 80 pp, ISBN 90 6350 053 X;
- Myokyo-ni (I. Schoegl), Gentling the Bull. The Ten Bull Pictures. A Spiritual Journey, Zen Centre London, Londen z.j., 144pp; ISBN 1 870609 00 X;
- Ch'an Master Sheng-yen, Ox Herding at Morgan's Bay, Dharma Drum Publications, New York 1988, 47 pp, ISBN 0-9609854-3-3.
- Bhagwan: Zoeken naar de stier. De tien stieren van Zen, Ankh-Hermes, Deventer 1979, 251 pp, ISBN 90 202 5415 4.

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: maandag 28 maart 2005
|