Samenvatting van Bhagwan: De Tien Stieren van Zen

Op deze pagina kun je mijn samenvatting lezen van Bhagwans inspirerende boek "De Tien Stieren van Zen". Deze samenvatting heb ik gemaakt ter voorbereiding van een door mij verzorgde Zenzondag. Zoals voor alle samenvattingen op deze site geldt: deze samenvatting is in eerste instantie voor mijn eigen gebruik gemaakt en vrijwel onbewerkt op deze pagina geplaatst. Dat betekent dat hij voor anderen niet altijd even leesbaar zal zijn. Hopelijk blijft er toch nog voldoende over dat de moeite van het lezen waard is...
    Bhagwans boek kan weerstand oproepen, omdat hij

  1. soms wel erg ingenomen met zichzelf lijkt - hij praat behoorlijk laatdunkend over andere meesters en zegt van zichzelf dat hij alles belichaamt wat andere leraren verkondigen;
  2. zich erg negatief uitlaat over mensen die een geloof aanhangen: die klampen zich volgens hem vanuit angst vast aan uiterlijkheden, in plaats van zelf op zoek te gaan naar de waarheid.

Wie zich hierdoor niet laat afschrikken, zal in Bhagwans boek veel vinden dat erg de moeite waard is en veel verhelderend biedt over de spirituele weg.
    Met de "Tien Stieren van Zen" duidt Bhagwan op de beroemde zenparabel van de herder en zijn os. Het is echter wel belangrijk om te weten dat Bhagwan zich bij zijn uitleg daarvan baseert op een eigen vetaling die vaak behoorlijk afwijkt van de klassieke tekst van deze parabel.

  • Bibliografische gegevens: dit boek is niet meer leverbaar. Je zult het dus enkel via antiquariaten in bezit kunnen krijgen. Biblbiografische gegevens: Bhagwan: "Zoeken naar de Stier. De Tien Stieren van Zen.", uitg. Ankh-Hermes, Deventer 1979, ISBN 90 202 5415 4.

 

Vorige Omhoog

 

Inhoudsopgave

scheiding

 

Samenvatting van Bhagwan: De Tien Stieren van Zen

1 Zoeken naar de stier - ontdekking van de hoefafdrukken

  • Zoeken = de wereld achter je laten, alle ballast, het niet-essentiële. Maar vooral ook het denken, want het denken is de oorzaak van de wereld. De wereld van verlangens, van bezit, is slechts de buitenkant; de binnenkant daarvan is het begerige, jaloerse denken.
  • Dus je laat zowel buiten- als binnenkant achter.
  • In 9 en 10 kom je dan vol-ledig terug (het Taoïsme houdt op bij de leegte van plaatje VIII), en ben je dronken van het goddelijke (wijn), vloeit daarvan over. Dit is erg welkom, want velen zijn dorstig, zoeken, lopen struikelend rond in diepe duisternis.
  • Leegte (plaatje VIII) is volmaaktheid in negatieve zin, maar er is daarna nog volmaaktheid in positieve zin nodig: mededogen (plaatje X). Zonder dit is je spirituele verworvenheid van geen enkele betekenis.
  • Zoeken naar waarheid, vragen stellen, is de diepste drijfveer van de mens, dat wat de mens tot mens maakt. Maar gevaar hierbij: dat de mens zwart-wit, in tegenstellingen (bijv. vriend-vijand) denkt, terwijl het leven kleurrijk is, vele gradaties kent.

De eerste soetra

  • De stier is een symbool van energie, vitaliteit. "Jij bent er, hebt leven in je, maar weet niet wat leven is. Je hebt energie, maar je weet niet waar deze energie vandaan komt en naar welk doel deze energie zich beweegt. Jij bent die energie, maar je bent je nog niet bewust wat die energie is. Je leeft onbewust. Je hebt jezelf de basisvraag niet gesteld: Wie ben ik?" Die vraag stellen is zoeken naar de stier. Als deze basisvraag niet gesteld wordt, heeft alles wat je verder nog doet geen zin. Helaas zijn de meeste van ons exclusief gericht op niet belangrijke zaken (bezit, invloed, etc.), in plaats van op deze vraag.
  • De hoge grassen in het gedicht zijn de verlangens die ons her en der trekken, zodat we voortdurend achter de zaken aanlopen, maar nooit iets bereiken (niets kan ons defintief tevreden stellen, dus zoeken en jagen we weer verder). Geld trekt geld aan, macht trekt macht aan, dat is de ziekte waar onze maatschappij krank aan gaat. De waarom-vraag wordt hierbij nooit gesteld, iedereen imiteert domweg de anderen => Bhagwans negatieve visie op de massa.
  • "Als je de aard van je energie begrijpt, zul je in staat zijn te begrijpen wat je vervulling kan brengen. Als je jezelf niet kent, blijf je van alles najagen." Als je eenmaal aan het jagen bent, is dat een onrust die zichzelf in stand houdt; stoppen is vrijwel onmogelijk.
  • Methode: voordat je ergens achteraan gaat lopen, je ogen sluiten en je afstemmen op je energie: doe wat die energie je dan ingeeft, dat zal goed zijn, zal je tot bloei brengen.
  • Maar mensen zijn bang om dit te doen, zijn bang om zichzelf te worden. Daarom volgen mensen liever de massa, dat is veiliger. Dan voelen ze zich niet alleen, terwijl je in meditatie wel alleen bent.
  • Twee veelgevolgde werkwijzen op dit moment t.a.v. keuzes maken: de massa volgen, of geen besluiten nemen, en je laten meedrijven op de omstandigheden.
  • Geloof is iets aannemen op gezag van een ander, en is daarmee vijand van vertrouwen in het leven. Vermijd daarom religieuze stelsels. Pas wanneer je zelf de waarheid ontdekt/ervaren hebt, kun je zeggen: wat in de Bijbel, de Veda's, etc., staat, is wáár. Niet eerder. Voordien zijn deze religieuze stelsels nutteloos, een onvrij makende last die je beter kwijt dan rijk bent.
  • Je kunt enkel je eigen weg gaan, niet de in kaart gebrachte en benoemde wegen van de gevestigde religies => vandaar dat het gedicht spreekt over "naamloze rivieren" waarlangs de herder trekt.
  • De zoeker zal altijd op gegeven ogenblik vermoeid en uitgeblust raken (gedicht bij I: terwijl mijn kracht het begeeft en mijn vitaliteit uitgeput raakt), want het denken krijgt geen houvast in dit zoeken. En juist dat vermoeit. Ware meditatie ga je ervaren, wanneer je ondanks die ontmoediging blijft doorzoeken. De meeste mensen geven de zoektocht na hun 35e op.

De tweede soetra

  • Zodra je het denken niet meer volgt, je ogen enkel nog op je doel gericht, zal het vanzelf wegvallen. Dan zul je de sporen overal ontdekken.
  • Zelfs in het gras de sporen ontdekt: zelfs onder de verlangens is de stier aanwezig. Alle substituutverlangens (rijkdom, roem, etc.) zijn enkel beperkte vertalingen van het onderliggende verlangen: het verlangen naar God.
  • Verhaal man die op zoek was naar Atlanta (ideaalbeeld): waar hij ook zoekt, de achterlichten van zijn auto wijzen altijd in de juiste richting, namelijk daar waar de oorsprong, het ware thuis ligt. Maar heeft hij dat in gaten?
  • Zodra je ontwaakt, ben je er direct, in dit moment nog.

Commentaar bij eerste soetra

  • De stier ging nooit verloren, want hij is je levensenergie.
  • Het zoeken helpt je niet het doel te bereiken, want het doel is nooit verloren gegaan. Het zoeken helpt alleen om je begeerte, je angst, je bezitsdrang, haat en woede los te laten. Het zoeken helpt je om obstakels uit de weg te ruimen en als die er niet meer zijn word je je plotseling bewust: 'Ik ben hier altijd geweest! Ik ben nooit ergens anders naar toe gegaan.'

Commentaar bij tweede soetra

  • Navolging van mensen die de sporen van stier voor jou ontdekten, brengt je niets verder als je zelf geen inzicht hebt. Als je inzicht hebt, wordt je zelf de Boeddha, Christus. Dit is opnieuw decidophobia: angst om je eigen weg te volgen, keuzes te maken. Wordt dus geen volgeling, want dan volg je de massa.
  • Zoeken maakt je juist alleen. Maar alleen wanneer je alleen bent, zelfs door gedachten verlaten, kan God bij je binnentreden.
  • De meester is er om je zo alleen te maken, hij is er niet om in hem te geloven.
  • Door vastklampen aan geschriften, aan een leer en voorschriften, verzet je je tegen de stroom van de levensrivier, heb je geen vertrouwen in het leven, maar vecht je daartegen. Maar alleen deze rivier kan je naar de oceaan brengen, wanneer je eraan toegeeft.

Inhoudsopgave

scheiding

 

2 Stilte is het antwoord

Eerste vraag: Waarom besta ik?

  • De waaromvraag is de ziekte van het verstand, van het denken. Je kunt die vraag eindeloos blijven stellen. De ene vraag roept de volgende op, enz. Houd daarmee op, en ga vreugde beleven om het bestaan door authentiek te worden. Dan wordt tegelijkertijd daarmee de waaromvraag beantwoord, maar dan enkel in de vorm van doorleefde ervaring (zijn, i.p.v. een geformuleerd antwoord). Het antwoord komt als je het vragen stopt.
  • De enig relevante vraag is niet de vraag waarom je bent, maar de vraag wie je bent, wat je wezen is. Antwoord hierop door je naar binnen te keren.
  • Je stelt de waaromvraag enkel op momenten dat je ongelukkig bent. "Vraag je dus liever af waarom je ongelukkig bent, in plaats van waarom je hier bent."
  • In de diepte van je innerlijke kern komt het antwoord op de vraag wie je bent in de vorm van een stilte die het antwoord is. In die stilte voel je, weet je. Dit is een onuitsprekelijke ervaring die je niet aan anderen kunt doorgeven. Enkel mensen die oog daarvoor hebben zullen zien dat je deze ervaring uitstraalt.
  • Het ego speelt allerlei spelletjes, wil graag antwoorden die het ego op een voetstuk plaatsen: je hebt bijzonder karma, je bent geroepen, etc. Maar dit brengt je alleen maar verder van huis.
  • Methode: mediteren tijdens "hiaten", in het een of andere interludium: momenten dat de vorige gedachte verdwenen is, en een nieuwe nog niet opgekomen, of een moment tussen twee verschillende rollen die je aanneemt (werknemer, vader). Dan een eerste gevoel van je ware zelf, je wezen.

Tweede vraag: Wat is verschil tussen discipelschap en 'decidophobia'?

  • Er is veel moed voor nodig om je werkelijk toe te vertrouwen aan een meester.
  • Aanhangers van de diverse geloofstradities vertonen in feite decidophobia: durven geen keuzes te maken, en leggen hun heil in handen van een traditie, i.p.v. zelf direct te ervaren.
  • Word je leerling van een meester, laat het dan jouw keuze zijn, die niet gedaan wordt om externe motivaties: aanzien, anderen die het ook doen, etc.
  • Kenmerk van de ware leraar: die zal automatisch respect afdwingen, wordt als authoriteit (h)erkend. Gebeurt dat niet, dan is het geen ware leraar.
  • In Westen vaak erg negatief beeld van overgave, alsof je daarbij je identiteit zou verliezen. Je geeft feitelijk enkel het ego over, zodat je ware persoonlijkheid geboren kan worden. Onjuiste opvattingen over je ego kun je nu loslaten.
  • Achtergrond bij verzet tegen overgave: het denken is een grote en instinctieve nee-zegger. Door nee te zeggen probeert het denken macht en controle uit te oefenen. Zo ego versterkt. Methode: oefen je in ja-zeggen, want dat is vergif voor ego. Uit het ja tegen het bestaan wordt God geboren.
  • Sluit wat betreft overgave en gehoorzaamheid nooit compromissen: ga er helemaal voor, of begin er niet aan. Want compromissen putten je energie uit door voortdurend innerlijke tegenstrijdigheid en zijn daarom altijd destructief.

Vierde vraag: Wat, als er geen hiaten zijn?

  • Er zijn per definitie altijd hiaten (momenten van stilte tussen twee gedachtes), want zonder hiaten kan het denken niet bestaan. Ga "zitten" (mediteren), en je keert komt in de hiaten terecht.
  • Gedachten zijn indringers, hiaten zijn je ware natuur.

Vijfde vraag: Kan onverschilligheid creatief zijn?

  • Creativiteit kan nooit onverschillig zijn. Onverschilligheid betekent een langzame dood, en is vervreemding van God, die alles lief heeft, voor alles zorgt. Creativiteit en liefde daarentegen maken dat je gelukkig kunt zijn, en soms óverstroomt van energie.
  • In veel Oosterse religies heerst de misvatting dat je onverschillig voor de werkelijkheid zou moeten worden.
  • Creativiteit en toewijding, zorg voor het grote én het kleine, zijn een vorm van gebed. Dan hoeft je niet meer een gebedshuis te bezoeken om te bidden. Helemaal opgaan in dat wat je doet is ware creativiteit en gebed.
  • "Liefde maakt alles heilig. Zorgeloosheid maakt alles lelijk."

Inhoudsopgave

scheiding

 

4. Oog in oog met de stier - het vangen van de stier

  • De mens is het enige dier dat afbeeldingen van zichzelf maakt. Daarbij komt dat de mens meer in afbeeldingen dan in de werkelijkheid zelf geïnteresseerd is. Dus grote fascinatie voor spiegels. Ook de mening van anderen over ons is zo'n spiegel waar we graag in kijken.
  • Maar zelfkennis onmogelijk wanneer we ons toevertrouwen aan spiegels. Gedachten óver onszelf en óver de werkelijkheid kunnen ons niet voeden; dit geldt ook voor de meningen van anderen.
  • Maar meestal doen we het tegenovergestelde, en zijn voortdurend bezig met het verzamelen van de spiegelbeelden (meningen, etc.) die we oproepen bij anderen.
  • Het ego is een zak vol tegengestelde meningen, want zoveel mensen, zoveel meningen over jou.
Welke identiteit je ook denkt te hebben, analyseer deze en je zult zien dat duizenden mensen iets over je hebben gezegd en dat jij dat hebt verzameld. Iets dat je moeder zei, iets dat je vader zei, je broer, vrienden, de maatschappij - en dat heb je allemaal verzameld. Natuurlijk zal het tegenstrijdig zijn; zoveel mensen, zoveel spiegels.
  • Wie helemaal opgaat in spiegels, verliest langzamerhand zijn individualiteit en wordt onderdeel van de massa. Dan ben je niet meer authentiek.
  • Zelfkennis: nooit aan anderen vragen: "Wie ben ik?", maar je naar binnen richten. Daar is het enige antwoord te vinden, in de vorm van je levensenergie, als je daarin opgaat.
  • Kodakomania: meer in foto's/afbeeldingen van de werkelijkheid geïnteresseerd zijn, dan in die werkelijkheid zelf.
  • Daarom heeft woorden van de meester vastleggen geen enkele zin. Dan verzamel je slechts fragmentarische uiterlijkheden i.p.v. dat je directe ervaring opdoet.
  • Het denken is als een encyclopedie-schrijver: voortdurend aan het verzamelen, catalogiseren, vergelijken, beoordelen, etc., om alle antwoorden op het leven te kennen, en daar in de toekomst wat aan te hebben. Maar het leven stelt nooit twee keer dezelfde vraag.
  • Probeer daarom liever waakzaam te zijn i.p.v. steeds meer te weten.
  • Wel op verzamelde antwoorden vertrouwen, van een bepaalde traditie, is opgaan in de massa. Vanuit het geloof dat het onmogelijk is dat zoveel mensen het bij het verkeerde eind zouden hebben. Daarom de antwoorden van anderen imiteren, vanuit angst.
  • De massa is bang voor profeten, omdat die beroep doen op direct ervaren i.p.v. aanhangen gevestigde antwoorden. Ze voelen dat deze mens echt is, en zij niet. En dat is niet te verdragen. Ze lossen dit op door òf de profeet te doden/verdrijven, òf hem te aanbidden, waarmee hij op een voetstuk geplaatst wordt dat voor de "gewone mens" onhaalbaar is, en aldus de gelovige ontslaat van de verplichting naar diezelfde staat te streven.
  • De mens is het enige wezen dat rechtop loopt. Dit heeft tot gevolg dat hij goed overzicht over situaties heeft, maar ook bijna altijd geneigd is om te vluchten, omdat hij vele vluchtroutes ziet. De waarheid omtrent zichzelf ervaren (armoede, leegte, etc.) doet hij dan ook liever niet, en in plaats daarvan zoekt hij een vluchtroute (compenseren, verdringen, kennis verzamelen en als een pagepaai herhalen).
  • Het is daarom belangrijk om niet-vluchten te oefenen: aandachtig je verdiepen in woede die opkomt, of sexuele begeerte. Want onder die gevoelens liggen de sporen van de stier.
  • Mensen willen die gevoelens bij zichzelf en bekenden vaak niet onder ogen zien, maar laten zich wel meeslepen in de emotionele fictie van de bioscoop (enkel interesse in spiegels).
  • Het denken loslaten in de praktijk zeer moeilijk, omdat we er zoveel in geïnvesteerd hebben. Het stelt ons o.a. in staat om mee te doen in de ratrace van de maatschappij, en ons daarin te handhaven. Zelfs al zeggen we dat we dat willen, dan nog zijn we er vaak niet toe in staat. Maar hierdoor lopen we de innerlijke en overvloeiende rijkdom en geluk van het direct ervaren mis.
  • Denken en opgaan in de massa horen bij elkaar (de massa, maatschappij bepaalt je denken o.a. d.m.v. heilig verklaarde normen en waarden). Het wapen van de massa/maatschappij, waarmee het jou in "goede banen" leidt: het goed geconditioneerde geweten. Geweten is het tegengestelde van bewustzijn. Moraal is geen religie, maar een truc van de maatschappij. Ware religie kan alleen individueel ont-dekt worden.

Derde soetra: oog in oog met de stier

  • De derde soetra gaat over gevoeligheid, gevoeligheid voor wat er in jou en in je omgeving gebeurt.
  • Wetenschap is het tegengestelde hiervan: versmalling van de aandacht door concentratie. Meditatie daarentegen is keuzeloos gewaarzijn, zonder enige voorkeur bewust worden van alles wat er gebeurt.
  • Wanneer je je niet meer op één ding concentreert, kan de stier zich nergens meer verbergen.
  • Zodra je een ervaring benoemt komt het denken tussen jou en die ervaring te staan. Denken is een vernauwde bewustzijnstoestand; meditatie daarentegen is wijd openstaan voor alles.

Commentaar bij soetra drie

  • Gevoeligheid is het samenvloeien van alle zintuigen tot één gevoeligheid. Je bent oogoorneus, zonder hiaat, alles tegelijkertijd ervarend. Je wordt dan een samengebalde bron van energie, die overal de stier ervaart.

De vierde soetra

  • De stier moet gegrepen worden in een verschrikkelijke strijd, want het denken geeft zijn macht niet gemakkelijk prijs. Het denken verzet zich altijd tegen het onbekende.
  • De energie van deze stier is onuitputtelijk, gaat over hoge toppen en door diepe dalen. Beeld voor de gevoelige mens die intens leeft, met alle gevaren die dat met zich brengt.
  • Veel mensen bang voor deze gevoeligheid, bijv. in verliefdheid, omdat zij ook het gevaar inhoudt gekwetst te raken.

Het commentaar bij de vierde soetra

  • Zweep geen symbool van geweld, maar van bewustwording, helder bewustzijn zonder denken.
  • Gevecht om de stier zeer zwaar, en het denken is er van meet af aan op tegen. Nee-zeggen (denken) tegen de zoektocht is veel gemakkelijker dan ja-zeggen. Maar het zal je minder levendig maken.
  • De stier is je zo vertrouwd, dat je hem niet ziet. Hij is je binnenste zelf, maar jij bent door een doorzichtige muur van gedachten daarvan gescheiden.
  • Al onze gedachten, verlangens, fantasieën, dromen, etc., zijn irreëel; geef die dromen op, en de werkelijkheid staat tot je beschikking.

Inhoudsopgave

scheiding

 

5. Word wakker! Wees bewust! Wees verantwoordelijk!

Eerste vraag: Versterkt lezen het denken?

  • Dat ligt eraan hoe je leest. Is het alleen maar kennis verzamelen, dan wel. Dan voedsel voor het ego, en geen wijsheid. Dan vergif.
  • Wijsheid = luisteren naar het lied van het goddelijke dat tussen de woorden en regels door klinkt. Daar diep in onderduiken, helemaal in opgaan. Met je hele lichaam en met al je zintuigen lezen. Mee gaan zingen en dansen van rijkdom. Dit werkt transformerend, en kan steeds opnieuw herhaald worden (de essentie in je opnemen, i.p.v. mechanisch lezen). Door herhaling (maar in feite geen herhaling, want bij elke lezing fris als de eerste keer ervaren) ga je steeds diepere lagen ontdekken. Dit is iets anders dan onder de indruk komen van een tekst, want dat is als stof dat zich op de spiegel verzamelt.
  • Evenzo het "lezen" van je meester: kan woorden/indrukken verzamelen zijn, of helemaal daarin ondergaan. Ontvang de meester, maar vergeet zijn woorden. Luister met heel je wezen. Interpreteer niet.
  • De meeste mensen die zichzelf religieus noemen zijn dat in feite niet, want ze kunnen niet "fris" lezen, telkens opnieuw geheel nieuw ervaren.
  • Als je (denken) niet meer met het verleden komt aanzetten, dan kun je lezen en luisteren. Dan is lezen meditatie.
  • Maar voor de meeste mensen is lezen schadelijk, want ze verzamelen enkel dode feiten. Het grote geheel, de innerlijke samenhang verlies je daarmee uit het oog.

Tweede vraag: welke leraar te volgen?

  • Wat de juiste leraar of weg is, is afhankelijk van jou en je commitment. Kun jij je helemaal binden aan die leraar, of heb je toch nog innerlijke reserve en niet voldoende moed om je te binden? Het kan overigens heel goed zijn veel leraren te bezoeken, als je maar niet tot in het eindeloze blijft wisselen van leraar. Eens is het tijd voor binding.
  • Ideeën toedichten aan een meester en onder de indruk zijn van zijn ideeën is slechts een egotrip.

Derde vraag: ik wil graag kunnen willen dat ik het ego loslaat

  • Wat wij heel erg serieus nemen aan ons ego, is voor anderen slechts een lachertje, van geen belang. Het ego is niet waardevol, ook al denken we van wel. Je bent niet het middelpunt van de wereld. Zelfs God zegt geen "Ik", Hij blijft zwijgen; maar de mens zegt wel voortdurend "ik".
  • Het is voor ons verwarrend dat we niet het middelpunt van de wereld zijn. We willen graag onafhankelijk bestaan, maar zijn op duizenden manieren afhankelijk van en verbonden met ander leven en al het andere (lucht, zonnestralen, voedsel, water).
  • Het ego kun je niet opgeven, want het bestaat niet! Het enige dat mogelijk is, is ontwaken.
  • Wanneer er werkelijk sprake is van het ego loslaten, is dat geen kwestie van keuze of wil meer, maar onvermijdelijk. Er is niet eerst inzicht, en daarna de keuze of wil om het ego los te laten; het inzicht zelf is tegelijkertijd het ego loslaten, net zoals 's ochtends wakker worden ipso facto betekent dat je niet meer droomt.
  • "Religieuze" mensen die veel over egoloosheid spreken, zijn in feite vaak zeer egoïstisch: de meest toegespitste ego's, die zich verschuilen achter woorden, riten, gebeden.

Laatste vraag: hoe kan ik me overgeven als Judas in de weg staat?

  • Het ego/denken heeft sterk de neiging zondebokken te zoeken (omstandigheden, personen), die ervoor verantwoordelijk zouden zijn dat het niet verder komt. Zo verklaart het zichzelf onschuldig en niet in staat om te veranderen. Maar dit is een truc om verantwoordelijkheid en keuzes uit de weg te gaan.
  • Dit trucje vooral in religieuze systemen toegepast: karma, duivel als zondebok.
  • Logica is er heel goed in dit soort excuses te bedenken. Maar niets is onlogischer en krommer dan de logica.
  • Alleen wanneer je verantwoordelijkheid neemt voor je daden is vrijheid mogelijk.
  • Waar een gevolg is, is altijd een karmische oorzaak aanwezig. De meeste mensen willen graag het gevolg kwijtraken, zonder dat ze iets aan de oorzaak hoeven te doen. Voorbeeld: willen dat mensen van je houden, maar hen zelf zonder liefde, nors, etc. tegemoettreden, en dan verbaasd zijn dat niemand je liefde geeft. Liefde zal altijd met liefde beantwoord worden.
  • Mensen besteden meestal onevenredig veel tijd aan niet-essentiële zaken (carrière, image, rijkdom), in de hoop dat het essentiële (levensgeluk, jezelf vinden) dan wel vanzelf zal volgen. Maar dat is een grote vergissing. Ze zouden juist omgekeerd moeten handelen: eerst zich richten op het essentiële, waarna het niet-essentiële vanzelf zal volgen.
  • Geluk is niet afhankelijk van externe factoren, maar is een levenshouding. Geluk is de oorzaak van al het andere, niet het gevolg ervan.

Inhoudsopgave

scheiding

 

6. Het temmen van de stier - huiswaarts rijden

  • Waarheid kan niet intellectueel ontdekt worden, want het is geen theorie, maar een ervaring, de ervaring van de solide grondlaag van je bestaan, waar je vast op kunt bouwen.
  • Velen klampen zich vast aan een geloof en menen daarmee de waarheid in handen te hebben. Geloof is een misleiding, die je ertoe brengt niet meer te zoeken: je hebt het antwoord toch immers al?
  • Geloof is een theorie over de waarheid, maar kan nooit je honger stillen, net zoals een kookboek dat ook niet kan.
  • Twijfel is inherent aan geloof, is altijd de onderstroom daarvan, omdat geloof slechts de intellectuele buitenkant raakt, maar niet aan de existentiële twijfel die diep van binnen aan ons knaagt. De ware zoeker daarentegen klampt zich daarom niet vast aan een geloof, maar probeert in zichzelf te duiken, naar een levend punt dat dieper ligt dan de twijfel. Daar aangekomen ligt de twijfel aan de buitenkant.
  • Methode: Klamp je niet vast aan een geloof, dat laat de twijfel in je innerlijke kern bestaan; keer daarentegen in in je diepste kern, en zie de twijfel in het gezicht; als je nog dieper inkeert dan dat, ga je voorbij aan de twijfel, zodat twijfel niet meer je kern is, maar slechts de buitenkant van een veel diepere levensbron vanwaaruit je leeft. Twijfel kan daar niet meer aan je knagen.
  • De zoektocht waarin je de confrontatie met je twijfel aangaat, is ongelofelijk zwaar (geloof daarentegen is goedkoop, kost je niets). Veel van je overtuigingen en beelden zullen op die tocht verbrijzeld worden. Je moet je droomwereld loslaten; dit proces zal je zuiveren.
  • Geloof is geloven dat het licht bestaat, zonder dat licht te ervaren. En twijfel is een symptoom (van de ziekte geloof), is niet de ziekte zelf. Je twijfel in geloof willen veranderen heeft dus geen enkele zin.
  • Zoeken naar de stier is dus de confrontatie met je twijfel aan durven gaan.

De vijfde soetra

  • De zweep van de herder staat symbool voor bewustwording, en het touw dat hij de stier aanlegt staat voor innerlijke discipline.
  • Bewustwording (zweep) is een absoluut noodzakelijk vereiste voor discipline (toewijding), want discipline zonder dit wordt huichelachtig en mechanisch; zo iemand kan het leven niet meer vieren, verliest zijn speelsheid en wordt zwaar ernstig. En ernst is een ziekte. Zo kom je in grotere gevangenschap terecht, i.p.v. dat je door je discipline vrijer wordt.
  • Discipline en bewustwording hebben elkaar wederzijds nodig; de één zonder de ander betekent altijd een ontsporing.
  • Bewustwording is in het begin niet zonder discipline te bereiken. Dit houdt bijv. in dat je je niet door toorn of sexuele begeerte op sleeptouw laat nemen, maar je tijdens het optreden van die verschijnselen met je bewustzijn/aandacht daarbij aanwezig blijft.
  • Bewustwording op zich zou genoeg zijn (Krishnamurti), als in de praktijk niet gebleken is dat mensen bewustwording niet kunnen bewerkstelligen zonder discipline. Want anders blijft het denken allerlei trucjes uithalen, die je laten menen dat je heel goed bezig en al heel ver bent, terwijl er in feite niets veranderd is in je bewustzijn.
  • Discipline is nodig om nieuwe kanalen voor je bewustzijn te graven.
  • Vasten om dit soort uitbarstingen (woede, lust) te beteugelen, is geen oplossing: want je verzwakt enkel de levensenergie, zodat die zich minder kan manifesteren, maar je transformeert hem niet. De transformatie zou moeten gaan van seks naar liefde, van hartstocht naar mededogen, van hebzucht naar samen-delen. (AP: Achtergrond hierbij: Zen streeft volgens Bhagwan niet naar uitblussing van de levensenergie of wereldmijding. Integendeel.)
  • Bhagwan geeft een aantal voorbeelden van "heiligen" die zich inzetten voor sociale zorg, maar dit mechanistisch doen, vanuit discipline, zonder dat zij er zelf met hun bewustzijn echt bij zijn. Dan is dit slechts doodse herhaling, die de mens niet verder brengt.
  • Wanneer je elk moment bewust bent, zonder enige onderbreking en zonder daar nog moeite voor te hoeven doen, dan zijn discipline en bewustwording niet meer nodig, want je bent meditatie geworden.

Zesde soetra

  • Als jij geen meester bent, dan ben je een schaduw van je denken, terwijl, wanneer jij de meester bent, de gedachten je volgen als een schaduw. In het eerste geval richt je je levensenergie naar buiten: op dingen, personen, macht, aanzien, terwijl jij als meester diezelfde energie naar binnen keert, naar huis.
  • Criterium of je op de weg naar huis bent: je weg voert je naar een steeds hogere staat van gelukzaligheid, waardoor je niet kunt ophouden met innerlijk zingen en dansen.
  • Mensen zijn bang voor meesters die hun hart kunnen raken, dat in een ander ritme zouden kunnen brengen en zo hun leven veranderen. Dus doen ze liever alsof ze blind en doof zijn.
  • Het gaat erom de je de atmosfeer, de energie van de meester in je laat indringen (satsang), gewoon door bij hem aanwezig te zijn. Dan welt er een lied in je op, en danst het in jou.

Commentaar bij soetra 5

  • De wereld is niets anders dan jouw denken in het groot. Jij bent jouw wereld. Als je denken waarachtig is, zul de de waarheid ontdekken; zo niet, dan zul je alleen maar onwaarachtigheid tegenkomen. Jij bent de oorzaak van je wereld, jij bent de wereld.
  • Goed doen is onmogelijk zonder bewustzijn van wie jij bent. Wie is de dromer die de daden droomt? In Westen de nadruk op doen, en daardoor geen aandacht voor het zijn (de dromer die deze wereld droomt). Terwijl weten wie je bent nog vóór je handelt of een beroep uitoefent, het belangrijkste is wat er bestaat.
  • Het denken dat de werkelijkheid categoriseert, maakt het onmogelijk dat die ons verschijnt zoals zij werkelijk is.
  • "Houd de neusring strak en laat niet de geringste twijfel toe": bij de minste of geringste kans vervalt het denken weer in zijn oude patronen.
  • Alleen wanneer God / de waarheid vinden je allerdiepste verlangen is, even essentieel als adem halen, ben je op de juiste weg. Leg je hele wezen op het altaar.

Commentaar bij zesde soetra

  • Alleen wanneer er totale intensiteit is bij het zoeken naar God, heeft de zoektocht zin. Half je energie hieraan besteden, en half aan de wereldse geneugten, heeft geen enkele zin. Stort je dan liever helemaal in de wereldse zaken die je najaagt; des te eerder zul je ermee klaar zijn. Doe niets halfslachtig.
En als de strijd voorbij is, dan begrijpt men dat alles goed was. Winst en verlies beide zijn gelijk gemaakt. Op dwaalsporen terecht komen, is ook deel van het groeiproces en zich in de wereld storten, maakte ook deel uit van het zoeken naar God. Het was nodig!
  • Onderdruk nooit je verlangen, bijv. om sociale redenen, dat je afwacht of anderen eraan willen voldoen. Zo'n verlangen zal zich altijd op een of andere manier doen gelden.
  • Kijk naar je verlangens, gevoelens en gedachten met aandacht, maar zonder te oordelen, er de kwalificatie "goed" of "slecht" op plakkend. Zo is woede bijv. ook een stukje energie van de stier, misschien de verkeerde kant op gericht, maar desalniettemin de stier. En aandacht werkt transformerend, is alchemisch: zo kan bijv. woede door diepe aandacht zonder oordelen getransformeerd worden in mededogen.
  • Ander voorbeeld transformerende kracht van aandacht: sex die nu niet meer bepalend is voor de liefde, maar liefde die bepalend wordt voor de sex. Zolang mensen nog verdringen (bijv. in dit geval hun sexualiteit) zijn ze bang voor uitingen van levensenergie, bijv. in de vorm van sex en liefde.
  • Nog een voorbeeld van verdringing: een guru die zegt niets met geld te maken willen hebben, maar in feite grote angst voor geld voelt en dat wat het in hem zou kunnen oproepen, en deze angst verdringt. Dus hij heeft het geld helemaal niet vaarwel gezegd, maar zit er nog helemaal aan vast.
  • De oude wereld en verlangens roepen de herder in plaatje 6 terug, maar hij is ongevoelig geworden voor hun roep, omdat hij op weg is naar de ware schat.
  • De herder wordt als een kind: een dwaas in de ogen van de wereld, maar vol onschuld, levenslust en energie; er zijn geen grenzen meer tussen hem en de omringende wereld. Hij zit vol innerlijke schoonheid en ontmoet overal rondom hem schoonheid, zelfs in de kleinste dingen. Logica heeft geen vat meer op hem.

Inhoudsopgave

scheiding

 

7 Kom binnen ...

Eerste vraag: Er lijkt zoveel te gebeuren en toch ook niets ...

  • Gedachten blokkeren het stromen van energie, door voortdurend woorden te kweken. Die woorden vullen jou en maken dat er geen ruimte meer is voor God en werkelijkheid. "Woorden zijn als stapels stenen om je heen."
  • Wees daarom blij wanneer er niets lijkt te gebeuren, als er hiaten optreden in je denken. In dat niets verschijnt God.
  • Daarom met gezicht naar kale muur mediteren, zoals bijv. Bodhidharma deed, heel erg heilzaam: je wordt uiteindelijk net zo leeg als die muur en de gedachten vinden geen gastheer meer.
  • En, nog meer: zodra jij jezelf leeg houdt, gaat God onmiddellijk in je functioneren. Het niets, de leegte, is dus het meeste positieve wat er bestaat, want van hieruit ontstaat al het andere.

Tweede vraag: ik val steeds in slaap tijdens de redevoeringen en wordt met een schok wakker. Is dit de zweep?

  • In slaap vallen tijdens toespraken van Bhagwan is een trucje van het denken, dat hem niet wil horen; anders zou dit het einde van het denken betekenen, en daar verzet het zich tegen!

Derde vraag: ik geniet ervan naar kinderen te kijken. Maar is dat wel meditatie?

  • Alle kijken kan meditatie zijn, zolang je het maar bewust en met aandacht doet. Niet het onderwerp van je kijken, maar de kwaliteit ervan bepaalt of het om meditatie gaat.
  • Het denken roept dit soort vragen op, zaait altijd onrust, kan niets (bijv. meditatieve rust of extase) niet zomaar aannemen voor wat het is, maar onderzoekt en betwijfelt alles. Het denken kan niet geloven in de hemel, en is daarom altijd op zoek naar de hel, het negatieve. In ellende is het denken springlevend; als je je intens gelukkig voelt, speelt het geen enkele rol.
  • Meditatie is een heel natuurlijke menselijke toestand, maar wanneer zij zich aandient, kunnen de meeste mensen niet door de poort binnengaan, omdat hun verstand het gaat betwijfelen en classificeren, vanuit een diepgevoelde angst voor deze nieuwe toestand.

Vierde vraag: wat hebben de rol van de geliefde in Tantra en het zoeken naar het innerlijke zelf met elkaar te maken?

  • Wanneer je niet liefhebt ben je eenzaam; wanneer je werkelijk liefhebt, maakt dat je alleen. Eenzaamheid is droefheid en het gevoel niet compleet te zijn; alleen-zijn is volledig zijn en geen ander nodig hebben. Geliefden kunnen elkaar in het laatste geval wel delen, maar dat is geen behoefte; hun liefde is overvloeiende energie en vrijheid. De ware geliefde vernietigt nooit je alleen-zijn. Hij/zij zal diep respect daarvoor betonen. Ware liefde bekrachtigt de vrijheid van de ander.
  • Criterium of je op de juiste manier liefhebt: staat de liefde je vrijheid in de weg, dan ben je onder de naam van de liefde in feite iets heel anders aan het doen. Ander criterium of je werkelijk liefhebt: de dankbaarheid die de ander in je wekt.
Vrijheid is het criterium; liefde geeft je vrijheid, maakt je vrij, bevrijdt je. En als je eenmaal volkomen jezelf bent, voel je je dankbaar jegens degene die je geholpen heeft. Die dankbaarheid is bijna religieus. Je voelt iets goddelijks in de ander. Hij of zij heeft je vrij gemaakt en liefde is niet ontaard in bezitterigheid.
  • Twee mensen die elkaar vanuit eenzaamheid opzoeken, zullen zich na de wittebroodsweken altijd ellendig voelen: zijn ontdekken dat hun eenzaamheid alleen maar vermenigvuldigd is. Wanneer eenzame mensen geen ander hebben, zijn ze naarstig op zoek daarnaar; zijn ze bij een ander, dan wensen ze dat ze maar weer alleen waren. Dit is het gevolg van mensen die zichzelf en de ander misleiden over hun diepere motieven. Zij zijn bang voor het alleen-zijn, de uniciteit van de ander (misschien heeft hij/zij me op gegeven ogenblik wel niet meer nodig), en proberen vanuit deze de ander van zich afhankelijk te maken of te onderwerpen. Uit deze toestand ontstaan eindeloze conflicten en strijd.
  • Heb lief zonder er iets voor terug te verwachten; dan ontvang je van alles, zonder dat je erom gevraagd hebt. Heb niet lief vanuit behoefte. Heb lief, omdat je wilt delen. Maar de meeste mensen zijn gierigaards in de liefde en manipuleren daarom de ander, in de hoop zo dingen van hem/haar gedaan te krijgen. De ander verzet zich vervolgens tegen deze manipulatie, enz., enz.
  • In Tantra wordt de ander vereerd als een godheid: als je zolang hierop gemediteerd hebt, dat er geen begeerte meer is als je de ander naakt ziet, dan pas mag je de liefde met elkaar bedrijven. Deze liefde is dan niet meer van deze aarde. Deze liefde maakt hun zielen alleen. En ze zijn dankbaar dat de ander hun liefde wil ontvangen.
  • Criterium voor liefde: het moet je vrijer maken, niet gehechter. Want anders is er in feite sprake van haat die voorgeeft liefde te zijn. Dit is een dodelijke vorm van liefde.
  • Werkelijke meditatie vult je met liefde (yoga), en werkelijke en intense liefde (tantra) maakt je meditatief, brengt je in aanraking met je innerlijke stilte. Gebeurt dit niet, onderzoek dan je denkpatronen, om te ontdekken waar je de mist ingaat. Want je kunt wel anderen misleiden, maar jezelf niet.
  • Maar beide wegen kunnen ontsporen, wanneer je geen duidelijk inzicht hebt. Als je mediteert, en er ontstaat geen liefde, dan moet je ergens daarin iets verkeerd. Bij de meeste yogi's is dit het geval; zij kunnen heel rustig, stil en onthecht raken, maar zijn bang voor de liefde, zien die als een afleiding en gevaar. Maar het enige doel van meditatie is liefde, zaad dat vrucht draagt en verspreidt. Maar de yogi's willen het zaad voor zich houden. Zij léven niet werkelijk. Hun fysieke eenzaamheid is geen alleen-zijn.
    Bij verkeerde invulling van Tantra (en dit gebeurt veelvuldig), is Tantra slechts een excuus voor allerlei perversiteiten en een rechtvaardiging voor het botvieren van de eigen lusten.

Vijfde vraag: In hoeverre kan men op de "innerlijke stem" vertrouwen?

  • Er bestaat geen innerlijke stem - je innerlijke stem is stilte, is een energie-verschijnsel. Er wordt niets gezegd, alleen maar iets getoond.
  • Meestal verwisselt men het geweten met de innerlijke stem, maar dat geweten is niet meer dan het resultaat van externe sociale conditionering, is niet je eigen innerlijk, maar iets dat van buitenaf naar binnen gebracht is.
  • De ware innerlijke stem maakt dat je iets niet meer kunt doen, omdat je in de ban van je innerlijke stilte bent geraakt. Voorbeeld: Nagarjuna en dief, die graag onthecht wil raken, zonder dat hem voorgeschreven wordt dat hij met stelen moet stoppen. Nagarjuna raadt hem aan, alles met bewustzijn en aandacht te doen. De dief ontdekt dat hij dan niet meer kan stelen, want hij bevriest helemaal. Nagarjuna koos dus niet de weg van het geweten (gij zult niet), maar de weg van inzoomen op de innerlijke stilte. Het maakt N niet uit of de dief wèl steelt of niet; het enige waar het op aan komt is dat hij wat hij doet met aandacht doet. Dan is alles wat je doet goed, je kunt niets verkeerds meer doen.
  • Als je niet bewust bent, twijfel je altijd tussen alternatieven, heb je keuzes te maken, ben je in verwarring. Maar bewust zijn is keuze-loos. Het laat je gewoon doen wat juist is. Er is geen sprake meer van alternatieven.

Zesde vraag: ik heb een grote behoefte aan goedkeuring en acceptatie van anderen. Hoe kan ik hier vanaf komen?

  • Antwoord: zie de dwaasheid van deze behoefte in. Iedereen stelt zijn eigen ego centraal, en meent dat dat het belangrijkste in de hele wereld is; maar voor anderen is het ego waaraan jijzelf zoveel waarde hecht, belachelijk en van geen belang.
  • Je bent al volmaakt (geschapen), hebt niets extra's meer nodig van anderen (complimenten etc.)
  • Je hoeft je alleen maar naar binnen te keren, om daar je schatten te ontdekken. Je hoeft geen god te ontdekken of te worden; je bént het al. Het leven is geen prestatie, het is een geschenk.

Inhoudsopgave

scheiding

 

8 De stier te boven - stier en zelf beide te boven

  • Verhaal Gertrude Stein op haar sterfbed. Vraag aan vrienden: "Wat is het antwoord?" Ze wilde een weerklank (geen antwoord in woorden) recht uit het hart en vanuit bewuste aanwezigheid, zoals een Zenmeester dat zou kunnen. Vrienden weten niet wat te zeggen. Volgende vraag: "Wat is dan de vraag?" Wederom geen antwoord. Hele wezen van de vraagstelster is vraag geworden.
  • Steins vraag was de vraag naar haar ware identiteit in het kader van leven en dood. Filosofische antwoorden voldoen hier niet, want dat is geargumenteer 'over' dit en 'over' dat, dat nooit de kern raakt, maar er altijd om heen blijft draaien. Het is brabbeltaal, want het leven is geen filosofische vraag, maar vraagt om een existentieel ervaren antwoord (verlichting).
  • Dus het ware zoeken gaat niet om antwoorden op filosofische vragen of überhaupt in woorden gevatte vragen, en het gaat ook niet om het ontdekken van zen (dat is wederom een project van het denken, dat een scherm opricht tussen werkelijkheid en jezelf; hoe meer vragen je stelt, hoe meer wolken je om je heen verzamelt), maar het is een zoeken "om op het leven zelf te stuiten - in al zijn rauwheid, zijn naaktheid."
  • Het ware leven is geen vraag of antwoord, maar een open-baring. Toch blijft de mens vragen stellen en antwoorden bedenken, maar dit zijn spelletjes die niets oplossen.
  • En toch blijft hij maar hangen aan de meningen, beelden die anderen van hem hebben, spiegels die niet de werkelijkheid zelf betreffen, en die met zijn dood tot stof vergaan. Maar zelf-kennis is geen weerspiegeling, maar een directe, onmiddellijke ontmoeting met je eigen wezen.

De zevende soetra: De stier te boven

  • De stier te boven zijn betekent dat je het denken getranscendeert hebt. De stier, die in de ogen van het denken iets externs, van jou gescheiden, was, verdwijnt nu, want jij bent één geworden met het geheel.
  • Criterium: als je nog verdeeldheid of afgescheidenheid voelt, als je je nog bewust bent van je denken of een bepaald deel van je lichaam, dan wijst dit erop dat je nog niet in harmonie met het geheel bent, want anders zou deze bewustheid van afgescheidenheid (ik en de ander; ik en de pijn in mijn hoofd) verdwijnen.
  • Prachtig beeld voor plaatje VII: ofwel tegen de stroom van een rivier in willen zwemmen ("ik ben iemand" - een gevecht dat je uiteindelijk altijd verliest - en de rivier daarom als tegenstander ervaren, ofwel je mee laten drijven door de rivier, en ontdekken dat je één wordt met de rivier, "niemand meer bent", maar het geheel. Dit is een organische en orgastische ervaring.
  • Enkel wanneer jij rustig bent, kan je levensenergie, de stier, de rivier, God dat ook pas zijn, aangezien alles met alles verbonden is. Omdat je deel uitmaakt van God, kan God niet gelukkig zijn zolang niet ook jij gelukkig bent. Als een lichaamsdeel pijn heeft, heeft het hele lichaam pijn.
  • Zweep en touw (bewustwording en discipline) zijn in plaatje VII niet meer nodig, omdat je vanzelf mediteert en volkomen in het geheel opgaat.
  • Criterium: een heilige is alleen een heilige, wanneer hij geen zweep en touw meer nodig heeft. Is hij/zij nog niet zo ver, dan is hij/zij enkel bezig met het ophopen van ego, streeft nog doelen na en doet nog moeite.

De achtste soetra: Stier en zelf beide te boven

  • Zodra het denken verdwijnt, verdwijn jij ook, want het ego kan alleen in spanning en dualismen bestaan. Als er dus geen dualisme of strijd/conflict (bijv. met anderen) bestaat, gaan mensen hiernaar op zoek, want zonder iets om zich tegen af te zetten of om zichzelf aan af te meten, kan het ego niet bestaan.
  • Heiligen zijn meestal nog niet over hun ego heen, en hebben maar heel weinig dingen waarin zij hun ego kunnen botvieren; dit heeft tot gevolg dat zij innerlijke vergif ophopen, dat geen uitweg krijgt, en denkbeeldige conflicten scheppen (bijv. de strijd tegen de duivel).
  • Criterium: zolang je nog strijd moet leveren, ben jij (of beter, jouw ego) nog; zonder strijd kan jouw ego niet bestaan. Belangrijkste boodschap van Bhagwan: "onthoud dat je tot een punt moet komen waarop alle strijd wegvalt. Alleen dan kun je jezelf overstijgen. Alleen dan zul je nooit meer het kleine zelf, het miezerige, lelijke zelf zijn dat je bent. Je zult het overstijgen en eenworden met het geheel."
  • Het niets, de leegte waarin de mens zonder strijd oplost, is de oerbron van alles en kent geen begrenzingen.

Commentaar bij zevende soetra

  • Mensen hebben een groot ingeboren verlangen naar hun eenheid met het geheel (die nooit verloren ging). Maar omdat dit onhaalbaar lijkt, is dit verlangen bij de meeste mensen veranderd in een diep verlangen naar een partner die van je houdt en je accepteert.
  • Maar ben je eenmaal verliefd, dan zal er een moment komen dat deze liefde toch ook niet helemaal vervullend blijkt, dat er altijd iets is wat je mist. Intens houden van iemand, maar tegelijkertijd de eindeloos terugwijkende horizon van de ander ervaren. Daarom is intens liefhebben tegelijkertijd intens lijden.
  • Dan kan het stadium van dorst naar een ander mens overgaan in het stadium van dorst naar meditatie en gebed. De dorst is dan zo groot geworden, dat alleen God nog voldoet, niets anders.
  • Voorbeeld: Een mooi verhaal, waarin een heilige een iemand die vraagt hoe hij God kan zoeken laat zien dat hij eerst intens van een mens gehouden moet hebben, vóór hij dorst naar God kan krijgen. Zonder voorafgaande liefde voor een mens is het onmogelijk God te bereiken.
  • Criterium: de liefde voor de ander zal vanzelf voeren tot de liefde voor God. Als dit niet gebeurt, dan is het geen ware liefde. Liefde voor de ander is de poort naar God.
  • De stier is slechts een tijdelijk symbool; nadat je hem bereikt hebt, moet je dit symbool weer loslaten. Ga je al maar door in de strijd om het verwerven van de stier (zoals sommige heiligen en asceten doen), dan ben je enkel bezig met versterking van je ego. Zulke mensen zijn giftige mensen (onder een verheven schijn). Dan zijn gewone mensen, die zich bewust zijn van hun zwakheden en dwaasheden, beter, want zij kunnen nooit zo'n scherp ego hebben als deze zelfingenomen asceten.
  • Dus ook de discipline moet op gegeven dag getranscendeerd worden. En de bewustwording. En ook de meditatie. Meditatie is als een medicijn: aanvankelijk nodig, maar onnodig geworden vanaf het moment dat je genezen bent.

Commentaar bij het achtste soetra

  • Denken is per definitie middelmatig, is een wolk die jouw heldere maan van niet-denken (dit niet-denken is pas ware intelligentie) aan het zicht onttrekt.
  • Als je verlicht raakt, gaat beseffen dat je al die tijd al de Boeddha was, geef je niets meer om verlichting. Wat een dwaasheid om die na te jagen, zo blijkt nu!
  • Plaatje 8 is de laatste taoïstische afbeelding. Het totale Niets, de totale leegte, is volgens het taoïsme het hoogst haalbare. Ook voor Boeddha was dit het hoogste en laatste doel. In die zin is het Zenboeddhisme (gezien het feit dat er na 8 nòg twee afbeeldingen volgen) een verbetering van taoïsme en van de oorspronkelijke leer van de Boeddha. Zen is de religie van de toekomst, die niet alleen leert afstand te doen van de wereld, maar ook afstand te doen van het afstand doen.
  • Dit is de ultieme test van de authenticiteit van je spirituele weg: ben je van daaruit in staat om terug te keren naar de wereld, kun je aanwezig zijn in het markgewoel zonder enige angst en zonder dat iets je nog maar kan afleiden?

Inhoudsopgave

scheiding

 

9. Het leven is het doel

Vraag 1: Ik kan tijdens de meditatie geen onderscheid maken tussen wat ik zie, voel of aan het scheppen ben. Wat is echt?

  • Het is onnodig en ondoenlijk tijdens de meditatie onderscheid te maken in de gedachten (wat is echt, wat onecht; wat is droom en wat werkelijkheid?) en beelden die in je opkomen. Want alles wat in het denken opkomt, is onecht. Pas wanneer je niet meer denkt, zul je helder de werkelijkheid zien. Nadenken is eindeloos - het ene raadsel roept het andere op - en brengt je alleen maar in verwarring.
  • Methode om het denken te ontkrachten in de meditatie: alles wat in je opkomt enkel waakzaam gadeslaan, de verschijnselen in je geest als in een droom waarnemen. "Ga naar het centrum van je geest, die slechts getuige is." Zo doende zal geleidelijk aan een diepte stilte doordringen in je ziel.
  • Dit vormt je om, maakt dat je de werkelijkheid anders gaat ervaren, als helemaal nieuw. Niet de werkelijkheid is veranderd, jouw waarneming is veranderd! Je bent niet meer dronken van het denken, maar waakzaam, bewust.

Vraag 2: Enerzijds houden we van de genoegens van het leven, anderzijds willen we niet weg bij u, Bhagwan.

  • Bhagwan: dat kan ook niet anders, want anders zou je me niet goed begrepen hebben. Ik ben niet tegen het leven of tegen genieten; integendeel, het gaat me erom dat je intens van het leven geniet. Maar de meeste mensen dénken dat ze genieten, dat ze gelukkig zijn, terwijl ze in feite lijden.
  • Hoop en religie zijn twee trucs van het denken, die je helpen een ongelukkig hiernu te dragen. Maar ben je werkelijk hiernu, dan ben je gelukkig, en heb je geen geluk nodig dat ooit nog eens, in de toekomst, op je af zou komen. En, ben je werkelijk in het hiernu, dan heb je het ook niet meer nodig je ergens aan vast te klampen (bezit, overtuigingen, een ander mens, etc.).
  • Geluk is per definitie non-dualistisch, terwijl ellende per definitie dualistisch is: jij bent er en jouw ellende, er zit een splitsing in je, je voelt je afgescheiden van de werkelijkheid die niet volgens jouw wens is, iets is je een doorn in het oog.
  • Ernst is dodelijk: zodra ernst binnensluipt in je meditatie of je gebed, ben je op de verkeerde weg. Want God is ook niet ernstig, God is een kind dat vol verrukking speelt. Hij is verzot op het invoeren van nieuwigheden: elk nieuw mens is een nieuwe uiting van Zijn spel, maar ook de vogels die zingen, en de bloemen die bloeien zijn uitingen van Zijn spel.
  • Meditatie is nodig om ons te genezen van onze ernst, onze doodsheid, onze projecties en toekomstdromen, waardoor we niet in het hiernu zijn. Zodat je spontaan en eenvoudig gaat leven. Meditatie is er om je zó te laten genieten, dat jij verdwijnt in het genot, en ellende niet kan blijven voortbestaan. Want "jij bent de ellende. Als jij er bent, duurt de ellende voort. Waar je ook bent, schep je ogenblikkelijk een somber klimaat van ernst om je heen."
  • Geluk kent geen redenen of oorzaak, is volkomen onlogisch en kan niet ver-oorzaakt worden. Geluk is een levenskunst, opbloeiend uit het besef dat wij hiernu niets ontberen.
  • Geluk leeft niet in de tijd; ellende daarentegen wel. Ellende is altijd bezig met de toekomst: morgen zal ik het beter hebben, ik moet eerst nog allerlei voorbereidingen treffen of deze en deze (liefst "volmaakte") omstandigheden creëren om gelukkig te kunnen zijn. Maar dit is een truc van de ongelukkig geest (het denken). Het enige waar het op aan komt is te gaan zien dat je er al bent, hiernu.
  • Geluk is een vermogen die iedereen in zich heeft (maar meestal niet gebruikt). Je vaardigheid om gelukkig te zijn ontwikkel je door te genieten: je genieten vergroot je vermogen tot genieten, waardoor weer nieuwe mogelijkheden tot genieten ontstaan, enz.
  • Religie in de ware zin betekent je volledig in het leven gooien, zonder enig voorbehoud; als je dat doet, ga je vanzelf God leven en zal Hij zich op gegeven ogenblik aan je openbaren als het meest geheime centrum daarvan. Als het goed is, ga je zo op in het leven, dat je afstand doet van jezelf; jij verdwijnt en bent nu onverdeeld één met de werkelijkheid.
  • Helaas gaan vele godsdiensten tegen het leven in, stellen doelen die tegengesteld zijn aan het leven. Dus in feite brengen ze je niet bij God.

Vraag 3: uw leringen spreken mij verstandelijk aan, maar ik blijk niet in staat ze in praktijk te brengen. Hoe kan dat?

  • Dit komt omdat de vraagsteller met zijn verstand luistert. En het verstand is machteloos en laf, zegt wel dat het iets wil, maar ontbeert de wil om het in praktijk te brengen. Het verzamelt enkel kennis. Het denken is en blijft besluiteloos. Vervolgens gaat de luisteraar zich schuldig voelen, omdat hij niet in staat is te beantwoorden aan het voornemen. Luister daarom met je hele wezen, met je buik: als je zó luistert, breng je vanzelf - het kan niet anders - het gehoorde in praktijk. Luisteren moet daarom ontspannen gebeuren (denken creëert juist altijd spanning), wil het met je hele wezen gebeuren; het mag geen inspanning vergen, anders ben je ergens verkeerd bezig.
  • Criterium: heb je werkelijk met je hele wezen geluisterd, dan breng je vanzelf het gehoorde in praktijk, en zul je ook geen schuldgevoelens voelen.

Vraag 4: wat is het verschil tussen lekkende en overstromende energie?

  • Dit is wederom een door het denken geschapen onderscheid en probleem. Het denken spint er garen bij wanneer jij in verwarring verkeert, en zal daarom voortdurend problemen blijven scheppen.
  • In de praktijk kun je het verschil tussen lekkende en overstromende energie duidelijk voelen: de eerst put je uit, terwijl de tweede maar niet kan stoppen met nog meer van zichzelf uit te delen, zonder daarvan moe te worden.
  • Een voorbeeld is ook de sexualiteit: als die vanuit gewoonte of om bepaalde redenen gebeurt, laat het je toch onbevredigd achter; doe je het vanuit liefde, dan is er enkel overstromende energie in je, waarvan jij het voertuig wordt. Dit is een diep-religieuze ervaring. En daar wordt je achteraf niet moe of ontevreden van; integendeel, je wordt er sterker van en krijgt meer energie.
  • Energie lekken wordt veroorzaakt door het denken, wijst op een verkeerde denkhouding.
  • Een religieus iemand is iemand die altijd aan het overstromen is, ongeacht de omstandigheden. Deze mens begroet zelfs de dood op orgastische wijze: als een mysterieus en duister aangezicht van God, dat heel wonderlijk is om te ervaren. Voorbeeld Socrates en gifbeker.
  • Grondregel: hoe meer je overstroomt, hoe meer wordt je gegeven. Het is als een put waaruit water geput wordt: hoe meer water er omhoog gehaald wordt, hoe meer nieuw water er in de put kan vloeien. Maar wordt er nooit geput, geen nieuwe bronnen aangeboord, dan wordt het water muf en sterft af.
  • Wie gierig is met zijn vermogens, niet wil delen, zal altijd last hebben van energie-lekkage.

Inhoudsopgave

scheiding

 

10. De bron bereikt - terug in de wereld

  • Verhaal van een leerling van Bhagwan, die beefde en ontroostbaar was omdat een geliefde medeleerling ging sterven. Bhagwan: sterven - en ieder die leeft is al aan het sterven - kan je verdrietig, depressief, machteloos maken, maar het kan ook aanleiding te worden om intens op zoek te gaan naar de stier: wat is (de betekenis van) dit leven, als het ook weer weggenomen wordt?
  • Het enige dat kan sterven, dat verdwijnt in dood, is het ego. Dus als jij het ego loslaat, sterf je niet in de dood, want de eeuwige levensenergie in jou gaat door. Met het ego valt ook de dood weg. Elke dood is een moment van zuivering, waarin je je vrijmaakt van het oude en van ballast.

De bron bereikt: de negende soetra

  • "Te veel stappen zijn er gedaan ... Eigenlijk was het niet nodig geweest zoveel stappen te doen. Maar dit inzicht krijg je pas als je tot dit negende punt bent gekomen. [...] Een sprong was mogelijk geweest."
  • Ons denken verhindert meestal de sprong in het onbekende, vanuit zijn allesoverheersende behoefte aan controle. Maar het ware leerlingschap is iets dat je overkomt, waartoe je niet beslist, zoals de liefde je overvalt, of de dood. Plotseling treedt er een breuk op met je oude leven en manier van in de wereld staan.
  • "Beter ware het, als blind en doof te zijn": was je maar blind en doof geweest, dan had je geen andere optie gehad dan de sprong in het duister te wagen.
  • De belangrijke dingen in het leven overkómen je, je hebt er niets in te beslissen: geboren worden, sterven, in liefde vallen, de ervaringen die je soms overkomen tijdens meditatie. Hier kan jouw 'doen' alleen maar een hindernis vormen.
  • De mens is het enige wezen dat niet samenvalt met zijn wezen, en in de problemen komt juist doordat hij meestal iemand anders wil zijn dan hij feitelijk is, of anderen wil imiteren. Zo raakt hij vervreemd van zijn eigen bronnen.
  • Alle blokkeringen die mensen ervaren worden veroorzaakt door het diepgewortelde verlangen iemand anders te zijn dan zij feitelijk zijn. "Hoe kun je groeien als je niet van jezelf kunt houden?" De mens is het enige wezen dat neurotisch kan worden. Een neurose wordt veroorzaakt doordat de mens dingen doet die t.a.v. hemzelf onnatuurlijk zijn. Zodra je een ideaal hebt, word je neurotisch.

Het commentaar bij plaatje IX

  • Waarheid is van begin af aan altijd aanwezig, nooit verborgen. Alleen omdat wij afwezig zijn zien wij haar niet. Hetzelfde geldt voor God: God is niet afwezig, maar degene die Hem niet ziet is blind. "God is hiernu. God is al wat is. God is alleen maar een naam voor de totaliteit, het geheel." Maar diep van binnen is de mens meestal bang voor de werkelijkheid (die zou de dood van zijn zorgvuldig gekoesterde ego betekenen), en houdt hij liever de oogkleppen van religieuze en maatschappelijke conditioneringen op.
  • Zen geeft je geen idealen (idealen zijn het grootste vergif, dat je doet pogen iemand anders te zijn dan je feitelijk bent); het helpt je natuurlijk te zijn. Vernietig alle zaad van nabootsing.
  • Leef als getuige van de vormen die je leven doorloopt en de emoties en gedachten die in je opkomen: alleen deze houding van waakzaamheid maakt mogelijk dat je niet vergiftigd wordt door negatieve dingen (bijv. woede), maar ze slechts waarneemt.
  • Zinsnede uit het Commentaar: "Iemand die niet aan vorm gehecht is, hoeft ook niet her-vormd te worden." Zen: Als je niet vereenzelvigt met de gevoelens die in je opkomen, hoef je ze ook niet te hervormen, hoef je ook niet te piekeren hoe je ervan afkomt.
  • Het enige waar het om gaat: dat je alles wat in je gebeurt waarneemt zonder te oordelen. Want oordelen, ofwel afwijzen, ofwel toejuichen, is al een vorm van vereenzelviging. Dan ben je niet meer vrij. "Zeg niet goed of slecht, zeg gewoon niets. Kun je waakzaam blijven als woede in je opkomt, seks of hebzucht, zonder er ja of nee tegen te zeggen? Kun je de verleiding om ja of nee te zeggen weerstaan?" Dit is de sleutel die op alle sloten past.
  • Het ego daarentegen wil alles labelen, wil de werkelijkheid bijstellen, veranderen. Kan niet accepteren dat ze is zoals ze is, en dat ze zó volkomen is. Waar is het probleem?
  • Voorbeeld: kinderen zijn van nature rusteloos. Pas wanneer jij dat kind wilt veranderen, wilt dat het zich gaat gedragen als een volwassene, schep je problemen, zowel voor jezelf als voor het kind. Accepteer daarom het kind zoals het is.

De tiende soetra: Terug in de wereld

  • Nadat de bron bereikt is (VIII en IX), moet je nog terugkeren naar de wereld, opdat de cirkel rondgemaakt wordt: uit de wereld naar een eenzame, hoge top, maar vandaar uit weer terug naar de wereld.
  • Je weet nooit of de heel gewoon uitziende mens die je ontmoeting niet in het verborgene een Boeddha is, die de cirkel heeft voltooid. Juist omdat hij de cirkel heeft voltooid hecht zo iemand er niet meer aan om op te vallen. Daarom kun je maar beter een ieder die je tegenkomt met eerbied begroeten, want het zou wel eens...
  • De mens in afbeelding X heeft geen afzondering meer nodig, want hij ervaart heel diep dat alle levende wezens manifestaties van God zijn. Wanneer hij temidden van hen is, is hij temidden van God in Zijn miljoenen vormen.
  • Er bestaat voor deze mens geen onderscheid meer tussen de wereld en nirvana. De hele wereld is verlichting, is bevrijding.
  • Deze mens is niet nu eens gelukkig, daarna weer niet. Hij is geluk geworden; dit is een blijvende toestand.
  • Deze mens heeft geen behoefte meer aan eindeloos leven, wenst niet meer dat hij niet zou hoeven sterven; dat zou alleen maar getuigen van een obsessie voor het lichaam, terwijl deze mens weet dat de dood niet bestaat.

Het commentaar bij X:

  • Deze mens is niet meer te kennen, niet meer in categorieën in te delen, zelfs niet voor 1000 wijzen.
  • De waarheid van het wezen van deze mens is een steeds groter wordend mysterie, als een raadsel of probleem dat niet opgelost kan worden. Hoe dieper je in deze waarheid doordringt, hoe mysterieuzer ze wordt. Dit is de grondslag van het bestaan, die om die reden niet in kennis vervat kan liggen. Deze "basis ligt dieper dan kennis, dieper dan de kenner!"
Je voelt het. Je voelt het, maar je kunt het niet kennen. Je wordt het gewaar, maar het is zeer subtiel. Je kunt er geen greep op krijgen. Je kunt het tot werkelijkheid maken, je kunt er in leven, maar je kunt er geen greep op krijgen, je kunt je er niet aan vastklampen. Het is ongrijpbaar.
  • Deze mens "trekt naar de markt met een wijnfles". Oftewel: niets wordt nog afgekeurd (iets dat onder zog. religieuze mensen nog heel veel gebeurd, wat erop wijst dat zij nog vastzitten aan een ego), het 'ja' op de werkelijkheid is totaal. Want je ziet dat God overal is; nergens is Hij niet.

 

 

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: zondag 21 maart 2004.


citaat (zinrijk.nl)
Wie God niet overal ziet, vindt hem nergens.
John Petit-Senn

Zangretraite in Portugal (meer)
Op een prachtige locatie (Monte na Luz - met zwembad) vlak bij de Middellandse zee, zingen we dat het een lieve lust is. Groepsgrootte: 15 personen. 21 - 27 juni
Deze weken met Jan-Hendrik Veenkamp zijn voor mij het hoogtepunt van het jaar. – Alex Pot