Theorie mystiek
 Omhoog Mystieke teksten Uit het werk van Roemi Angelus Silesius Theorie mystiek Geschiedenis mystiek

 

Theorie en geschiedenis van de mystiek

Bekijk deze pagina ook eens in de veel overzichtelijker structuur van ZinRijk.nl. Op die site is ook de complete tekst van de appendix van Underhill's boek te vinden. In deze appendix wordt de geschiedenis van de christelijke mystiek beknopt en overzichtelijk samengevat.

Op deze pagina vind je mijn samenvatting van het boek 'Mysticism' van Evelyn Underhill, plus daaraan voorafgaand een aantal omschrijvingen/definities van het fenomeen mystiek. Ook al is het boek gepubliceerd in 1913 en zijn sommige hoofdstukken, m.n. de eerste, misschien enigszins gedateerd, het is nog steeds een klassieker in de literatuur over mystiek!
        Nog een opmerking vooraf: je ziet dat sommige delen van de tekst met opvallende kleuren zijn gemarkeerd, m.n. de kleur lila. Op die manier heb ik voor mijzelf bepaalde teksten gemarkeerd die ik zelf extra belangrijk vind. Zo geven de opvallende gekleurde teksten a.h.w. een samenvatting van een samenvatting te zien!

Nieuwe teksten op deze pagina zijn in de inhoudsopgave hieronder gemarkeerd met het ikoon Nieuw !.

 

Vorige Omhoog Volgende

WB00906_.GIF (3509 bytes)

 

 

WB00906_.GIF (3509 bytes)

 

WB00906_.GIF (3509 bytes)

 

Introductie:
Omschrijvingen/definities van het fenomeen mystiek

  • Mystiek is het geraakt zijn door het Goddelijke (= iets dat ons overstijgt; alle mensen kennen de ervaring daarvan wel) als allesoverheersend godsdienstig ideaal (dus de mysticus dóet er iets mee, gaat een mystieke weg!), waarin en waardoor voortdurend nieuwe diepten ontdekt worden => levende inspiratie voor andere aspecten van godsdienstig leven (liturgie, ethiek, dogmatiek)
    J. Streng, 'Voorbij het denken. Verkenningen in de westerse mystiek', Haarlem 19822
     
  • De mysticus is iemand die op een overweldigende wijze de tegenwoordigheid ervaart van iets dat hemzelf overstijgt en veel werkelijker is dan al hetgeen men doorgaans voor werkelijk aanziet. De 'normale' werkelijkheid wordt transparant voor een andere, uiteindelijke werkelijkheid.
       Een tweede kenmerk, dat complementair met het vorige gepaard gaat: de mysticus voelt zijn ikheid verdwijnen, zijn opgeslotenheid in zichzelf wordt opgeheven.
    P. Mommaers, 'Wat is mystiek?', Nijmegen 1977
     
  • Mystiek is de uitdrukking van de ingeboren tendens van de menselijke geest naar complete harmonie met de transcendentale orde toe, hoe deze orde theologisch ook opgevat mag worden. Deze tendentie neemt in grote mystici geleidelijk aan het hele bewustzijn in beslag. Beslissend is verder nog dat het hierbij gaat om een levend proces, en niet om intellectuele speculatie. Het mystieke bewustzijn is de hoogste vorm van ontwikkeling van het menselijk bewustzijn.
    E. Underhill, 'Mysticism', New York 1974
     

N.B.: Voor een tweetal antwoorden op de vraag "Waarom mystieke teksten lezen?", zie hier.

Mysticism.
A study in the nature and development of Man's spiritual consiousness

 

Opdracht voor in het boek:

In honorem
omnium animarium mysticarum

 

Voorwoord

Spirituele ervaringen van de mens wijzen op een gematigd dualisme: hij wordt daarin het Absolute en het contingente gewaar, Zijn en Worden, gelijktijdigheid en opeenvolging. Verder wijzen deze ervaringen op een natuurlijk en een transcendentaal zelf (het vonkje). Definitie van mystiek:

Mystiek is de uitdrukking van de ingeboren tendens van de menselijke geest naar complete harmonie met de transcendentale orde toe, hoe deze orde theologisch ook opgevat mag worden. Deze tendentie neemt in grote mystici geleidelijk aan het hele bewustzijn in beslag. Beslissend is verder nog dat het hierbij gaat om een levend proces, en niet om intellectuele speculatie. Het mystieke bewustzijn is de hoogste vorm van ontwikkeling van het menselijk bewustzijn.

Deel een: De werkelijkheid der mystiek

I Het punt van vertrek

Door de beperkingen van onze zintuigen is onze waarneming van de werkelijkheid maar beperkt. Toch zijn er altijd mensen geweest die met de evidenties van wat gewoonlijk ervaring heet niet tevreden waren en naar de achterliggende Realiteit zochten, de mystici.
        Er zijn verschillende verklaring van onze waarneming van de werkelijkheid:

  • Naturalisme neemt aan dat wat wij waarnemen de hele werkelijkheid ís. Maar deze theorie kan niet het onuitblusbare instinct van een nog ongekende Eenheid achter de conventionele werkelijkheid verklaren.
  • Het idealisme komt al meer in die richting; het gaat niet uit van de zintuigelijke indrukken, maar van het denken van de mens als een (onvolmaakt) bevatten van de alomvattende Idee die de werkelijkheid doortrekt. Maar deze theorie geeft niet aan hoe wij in contact met die Idee kunnen komen, het blijft enkel een speculatieve oefening die het leven van de mens niet verandert.
  • Het filosofisch scepticisme verwerpt beide voorgaande theorieën. De enige zekerheid van de mens is zijn bewustzijn, maar hij kan niet zeggen of dit een adequate weerspiegeling is van dingen buiten de cirkel van zijn bewustzijn, of zij bestaan of niet. Geen van de voorgaande drie theorieën kan bevredigen t.a.v. het mystieke Instinct. Mystici zijn het bewijs dat er nog een andere vorm van waarnemen/kennis mogelijk is, die de grenzen die deze theorieën stellen overstijgt.

II Mystiek en vitalisme

Het vitalisme, verspreid over verschillende disciplines, ziet de materiële en spirituele kosmos als overstromend met spontaneïteit en creativiteit. De nadruk ligt op het worden, niet op het zijn der dingen. Het zet zich af tegen het wetenschappelijk determinisme: de 'wetten' van de natuur zijn enkel de wegen die zij gewoonlijk volgt, maar waaraan zij niet gebonden is. Pogingen via het intellect greep op de werkelijkheid te krijgen zijn hopeloos ontoereikend. Dit intellect stelt ons bewustzijn a.h.w. in op één golflengte, waardoor we blind worden voor alle andere golflengtes die het leven uitzendt. Door ons niet meer te identificeren met dit intellect zou ons bewustzijn kunnen verschuiven en andere golflengtes gaan ontvangen: één van de grote lessen van het vitalisme die ook van belang zijn voor het begrijpen van mystiek. Maar de mystiek gaat verder, want zij erváárt wat het vitalisme enkel theoretisch stelt. En nog een stap verder: zoals de gewone mens ontmoetingspunt is tussen de natuurlijke en spirituele wereld, zo ervaart de mysticus twee aspecten van God: enerzijds Zijn dynamiek, de Logos die voortdurend het worden van de wereld drijft (vergelijkbaar met het altijd wordende Leven van het vitalisme), maar anderzijds ook Zijn wezen dat eeuwige rust en stilte is.1

III Mystiek en psychologie

Hier onderzoekt U. het mentale apparaat dat de mystici ter beschikking staat om "te ontsnappen aan de gevangenis van het zintuigelijke wereld" en tot kennis van en contact met een boven-zintuigelijke Werkelijkheid te komen. Er zijn twee grote krachten in de psyche: cognitie en conatie. Vertaald naar mystiek: het passieve kennen van God en het actieve verlangen Hem meer lief te hebben. Conatie, het door begeerte aangedreven "uitgaande" streven van de wil naar God, is een betere toegang tot Hem dan het "inblijvende" denken van het intellect. Brandend en actief verlangen kan de mysticus drijven tot contemplatie, d.w.z. uitsluitende en bewuste concentratie op het Ene. De contemplatie is een soort poort om tot een ander bewustzijn van de wereld te komen (het potentiëel tot het ontvangen van indrukken in de mens is nl. veel groter dan wat daarvan gerealiseerd wordt in het alledaagse bewustzijn). Daartoe wordt eerst opzettelijk de normale zintuigelijke waarneming van de wereld uitgeschakeld. Wanneer het denken, het willen en het voorstellen tot een halt zijn gebracht en men aldus in een staat van overgave/passiviteit/receptiviteit is geraakt, pas dan kan het contact met het Absolute ontstaan. Het is een mysterie wat er op dat moment precies gebeurt, en de mysticus kan er geen invloed op uitoefenen. Een tot dan toe sluimerend zintuig wordt geactiveerd, gaat het bewustzijn domineren en wordt tot het nieuwe centrum waar de persoonlijkheid rondom heen is opgebouwd. Dit zintuig heeft wel nauwe banden met emotie, intellect en wil, maar valt daar niet mee samen, transcendeert die. U. verzet zich tegen de identificatie van dit zintuig met het onbewuste. Ook de mystici zelf hebben de "nieuw geboren spirituele mens" altijd scherp onderscheiden van de natuurlijke mens. Bij de geboren mysticus is het gebied achter het dagbewustzijn een schatkamer, terwijl het bij de meeste mensen een rommelhok is van zaken waar het dagbewustzijn niets mee aan kan.

IV De kenmerken van mystiek

Hier probeert U. het verschijnsel mystiek te omschrijven door het af te zetten tegen andere verschijnselen of opvattingen van anderen.

1) Ten eerste tegenover de magie. Mystiek wil geven, magie wil krijgen; in mystiek wordt de wil verenigd met de emoties in een intens streven de verenigd te raken met een bovennatuurlijke Ene, in de magie wordt de wil verenigd met het intellect in een intens streven naar bovenzintuigelijke kennis. Magie is een op de mens zelf gerichte vorm van transcendentalisme, terwijl in de mystiek juist het geïsoleerde "ik, mij, mijn" achtergelaten wordt.

2) Een volgende vergelijking betreft het bewustzijn van een onderliggende Realiteit in de kunsten. Ook een kunstenaar kan een geïntensiveerde ervaring van de werkelijkheid hebben. Maar de mysticus overstijgt dit talent qua intensiteit, is daarin een genius. Maar er blijft verwantschap; zo blijkt ritme/zang bijv. soms een zeer toetreffend symbool om de mystieke ervaring weer te geven, en presenteert de mystieke ervaring zich vaak ook in ritmische perioden. Maar alle beelden die de mysticus gebruikt, of de stemmen of visioenen die hij ervaart, blijven uiteindelijk maar symbolen voor een onuitsprekelijk iets. Net als poëzie of muziek kan een mystieke tekst bij ons een gevoel van geëxalteerd en verderreikend leven oproepen, maar opnieuw in meerdere mate dan die kunsten. Het vermogen zo'n gevoel over te brengen is zelfs een norm voor de authenticiteit van mystieke teksten.

3) U. zet tegenover de 4 kenmerken van mystieke ervaring van W. James (onuitsprekelijkheid, noëtische kwaliteit, kortdurend, passiviteit) 4 eigen kenmerken die zij doeltreffender vindt.

  1. Mystiek is praktisch en actief, en een zaak van het hele Zelf met al haar vermogens. De schijnbare uiterlijke rust van een mysticus is enkel een voorwaarde voor innerlijk werk.
    De doelen van mystiek zijn geheel transcendentaal en spiritueel.
  2. Het Ene is voor de mysticus een levend en persoonlijk liefdesobject. Liefde is hét kenmerk dat mystiek onderscheidt van andere transcendentale theorieën en praktijken, maar dan wel liefde in de zin van de meest vitale tendensen in het zelf, niet de oppervlakkige egocentrische emotionele gewaarwordingen die wij daar meestal mee bedoelen. De mystieke liefde leidt tot een kennis van de Ene die het intellect nooit kan bereiken.
  3. De vereniging met deze Ene brengt een geïntensiveerd leven teweeg, maar kan enkel verworven worden door volhardend streven op de Mystieke Weg. Mystieke verlangens zijn niet voldoende, het komt erop aan dat zij het hele Zelf in beweging zetten en dat en het leven van de mysticus veranderen. Voor ware mystiek moet men in staat zijn tot buitengewone concentratie, een verheven moreel leven leiden en een artistiek/creatief type zijn.
  4. U. voegt als aanhangsel een vijfde kenmerk toe: Mystiek zoekt nooit zichzelf. De ware mysticus eist geen beloften en stelt geen eisen; hij leeft zo omdat hij niet anders kan.

V Mystiek en theologie

Het is eigen aan de mens te reflecteren op zijn ervaringen, en daarom is elke mysticus tegelijk ook een mystiek filosoof (wat niet betekent dat elke mystieke filosoof ook een mysticus is of kan worden). In de praktijk blijkt dat mystici uit alle culturen daartoe een beroep doen op twee grote theorieën, die elkaar aanvullen en samen nodig zijn om enigzins toetreffend God te kunnen benaderen:

Het emanatie-model. Dit model heeft zijn wortels in de griekse filosofie. God wordt hierin als absoluut transcendent voorgesteld. Wij kunnen Hem alleen kennen via zijn emanaties. Het planetenstelsel draaiend rondom de zon is een geliefd symbool om dit voor te stellen; tussen ons en die zon hangt een wolk van niet-weten die ons het zicht op de zon beneemt. Omdat deze zon oneindig ver van de materiële wereld is verwijderd zal de reis van de mysticus een reis "omhoog en naar buiten" moeten zijn, weg van die wereld, via purgatie en illuminatie naar vereniging. Het aardse bestaan is voor mystici die deze theorie hanteren een pelgrimage, een ballingschap.

Het immanentie-model: de queeste naar het Absolute is geen lange reis zoals in het vorige model, maar het zich gaan realiseren van iets dat impliciet aanwezig is in het Zelf en in het universum. De ogen van de ziel moeten open gaan voor de Realiteit waarin zij zwemt als een vis in het water. De wereld is a.h.w. de voortgaande ontwikkeling en zelfopenbaring van de inwonende Godheid. Gevaar van dit model: verwording tot pantheïsme. Dit model is de filosofische basis voor introversie in de comtemplatie.
        Beide modellen zien het universum als dynamisch: als terugreizend naar de Oorsprong, of als een voortgaand bewustwordingsproces van de inwonende Godheid. Sommige mystici, e.g. Eckhart, gebruiken beide modellen door elkaar. Zij ontstaan omdat elke mens qua aard en instelling tegenover de wereld tendeert tot een van deze twee. Het onderscheid loopt parallel aan dat tussen Plato en Aristoteles, tussen de asceet, die zich van de wereld afkeert en iemand die getroffen wordt door de schoonheid ervan.
        Op zich genomen lijken deze modellen elkaar uit te sluiten. Maar de christelijke mystiek is superieur aan vormen van mystiek uit andere culturen, juist omdat het via de idee van de Triniteit een verbinding heeft aangebracht tussen deze twee en heeft aangetoond dat het elkaar aanvullende helften van één geheel zijn. Bijv. Dyonisius de Areopagiet, dé theoloog van de emanatie-theorie, neemt in zijn theologie ook het dogma van de inwonende Godheid op, en Eckhart, dé representant van het immanentie-model, citeert in zijn werk Dyonisius het meest van allemaal. Het dogma van de Triniteit blijkt essentiëel als middel om ervaringsfeiten te beschrijven, zodra men psychologische voorwaarden van de mystiek wil analyseren of wil speculeren over de intuïtieve ervaring van God. In de mystieke extase ervaart men geen onderscheid tussen drie Personen, maar wil men de ervaring naderhand overbrengen, dan blijkt dat onderscheid absoluut noodzakelijk. U. neemt het voorbeeld van Teresa van Avila. De Vader staat bij haar voor het Ene, het absolute Zijn. Omdat dit begrip, dat van de grieken afstamt, geen recht doet aan de ervaring van het persoonlijke aspect van het Goddelijke, is er vervolgens de Zoon. Hij bemiddelt tussen de mens en het Absoluut Transcendente, maakt dat zichtbaar en is object van alle liefde voor het Goddelijke. Hij staat voor de wereld van het worden, is uitgegaan van de Vader. Tenslotte herkende Teresa in zichzelf ook een vonk van het Goddelijke vuur, de inwonende H. Geest, de Bron van het transcendentaal bewustzijn in de mens dat zijn contact met de transcendente Ene pas mogelijk maakt.
        Een andere belangrijke doctrine van het christendom, incarnatie, blijkt zeer geschikt voor sommige mystici om een brug te slaan tussen de transcendente Ene en de ervaring daarvan in het eigen innerlijk. De idee is dat Jezus' geboorte van alle eeuwigheid in de kosmos en in de ziel van de naar God opstijgende mens plaats vindt, en dat wat zich ooit voltrok in het historische leven van Jezus opnieuw gebeurt/dient te gebeuren in de ziel van de mysticus. De Zoon is een Middelaar: enerzijds voor God die Zichzelf in Hem kent, en anderzijds naar de mens toe die God kent via Hem. Alleen het dogma van Incarnatie kan de mystiek voor het gevaar van pantheïsme bewaren, omdat daarmee het persoonlijke aspect van de Godheid als een Tegenover bewaard blijft en de mens dus nooit kan gaan samenvallen met het Absolute.

VI Mystiek en symbolisme

De schema's/symboolsystemen waarin mystici hun ervaring uitdrukken variëren eindeloos omdat de temperamenten van de individuele zielen die de ervaring ondergaan eindeloos variëren. Toch laat de meerderheid van deze schema's zich onderbrengen in drie hoofdklasses.
        Mystici die de emanatie-theorie aanhangen gebruiken beelden als reis en pelgrim. Zij reizen weg uit de zintuigelijke wereld, i.p.v. dat die omgezet wordt in een andere vorm. De reis kan gaan ofwel naar een verborgen Schat, ofwel naar een reeds bekend doel. De reis is in eerste instantie een reis naar God (het eindpunt daarvan is het toppunt van Illuminatie [zie verderop], maar vervolgens een eindeloze reis in God (de zogenaamde Weg van Vereniging). Drijvende kracht tijdens de reis is de wederzijdse aantrekkingskracht tussen de vonk in de ziel en de Bron daarvan. Het Goddelijk leven buiten de ziel trekt a.h.w. het Goddelijk leven in de ziel aan, en wanneer de Godheid eenmaal het initiatief heeft genomen op deze wijze is er voor de ziel geen ontsnappen meer aan.
        Mystici voor wie de mystieke ervaring vooral een intieme, liefhebbende en persoonlijke omgang met het Goddelijke is, gebruiken overwegend beelden die gebaseerd zijn op aardse passies, zoals bijv. huwelijk en (ge)liefde. De roep van de Godheid aan het begin, de overgave van de ziel en de uiteindelijke omarming in liefde zijn krachtige beelden om de mystieke ervaring weer te geven. Deze mystici gebruiken vaak intens erotisch klinkende beelden, maar deze hebben niets meer met aardse erotiek te maken, omdat zij in dienst van de mystiek getransformeerd zijn tot een puur spirituele betekenis. In de Middeleeuwen maakten de inhouden van de huwelijksband - plicht, trouw, onverbrekelijkheid, liefdevolle gehoorzaamheid - daarvan een zeer geschikt beeld voor spirituele staten in de mystiek, waarin nederigheid, intimiteit en liefde immers een centrale rol speelden. Op één na eindigen alle vormen van huwelijksmystiek met de mystieke extase in het mystieke huwelijk met God, waarin de ziel in God omgevormd is. De uitzondering is te vinden bij Richard van St. Victor, in zijn in vier stadia verdeelde "steile ladder van liefde". Het laatste stadium daarvan is nl. vruchtbare liefde, waarin de ziel na de vereniging terugkeert naar de nederigheid van het dagelijkse leven en daarin een "moeder" wordt van nieuw spiritueel leven voor anderen. Dit is zo omdat het geestelijk huwelijk geen doel op zichzelf is, maar slechts een middel.
        Mystici die de immanentie-theorie aanhangen zullen vooral beelden i.v.m. innerlijke verandering gebruiken: bijv. groei en regeneratie. Hierin is een belangrijke rol weggelegd voor het bewustzijn van de eigen imperfectie t.o.v. de onuitsprekelijke perfectie van het Absolute. Hierdoor ervaart de mysticus zich als "niet-reëel" t.o.v. de Realiteit achter de werkelijkheid en voelt hij zich gedreven te werken aan zichzelf. Hij snakt naar innerlijke puurheid en perfectie, en is daarom vooral asceet en uiteindelijk heilige. Als treffend voorbeeld van dit symboolsysteem neemt U. de spirituele alchemie van de Hermetische wetenschap. Ik vat dat hier verder niet samen, omdat U. het zelf ook al een enigzins "excentrieke" keuze noemt.

VII Mystiek en magie

In mystieke overgangsfasen is de mens meestal overgeleverd aan de impressies en suggesties die hij ontvangt. Daarom zien we in elke periode van ware mystieke activiteit ook ontsporingen optreden naar occultisme, illuminatisme en een moeilijk ontwarbaar grensgebied tussen het mystieke en het psychologische. Magie is een vorm van transcendentalisme die nergens toe leidt, de grenzen van de fenomenale wereld wereld hoogstens oprekt, maar daaraan niet ontsnapt. In haar heeft het verlangen te zijn plaats gemaakt voor het verlangen te weten. Magie is een poging de reikwijdte van de menselijke wil te vergroten. Magie in haar zuivere vorm heeft drie fundamentele axioma's:
        De wereld is doortrokken van een bovennatuurlijk universeel medium, onzichtbaar voor de zintuigen, maar dat de wereld wel bij elkaar houdt. Dit medium wordt ook wel aangeduid met de term "astraal licht", hoewel het niets met de sterren te maken heeft. Dit medium verbindt alle zielen met elkaar en maakt fenomenen als helderziendheid, telepathie en hypnose mogelijk.
        Er bestaan geen limieten voor de gedisciplineerde menselijke wil. Ritmische rituelen, e.g. het herhalen van een mantra, kunnen helpen die latente vermogens te activeren.
        Er is een correspondentie tussen de microkosmos van de mens en de macrokosmos van het universum, de zichtbare en de onzichtbare wereld. De mystiek kent een soortgelijk uitgangspunt wanneer zij aanneemt dat er een correspondentie is van de opgang van de individuele ziel naar God met die van het universum naar God.
        Religie is onlosmakelijk en noodzakelijk verbonden met een zekere mate van magie: ritmische rituelen, symbolische woorden en bewegingen, sacramenten etc. hebben een vreemde macht over de menselijke wil en kunnen zijn verborgen transcendentale vermogens doen ontwaken. Maar alhoewel ze hem bewust kunnen maken van de bovennatuurlijke wereld en gelukkig kunnen maken, kunnen zij hem niet tot een burger van die wereld maken en de vrijheid schenken van het leven in de ware Realiteit.

Deel twee: De mystieke weg

I Ter introductie

Beschrijving mystieke weg moeilijk omdat alle mystici van elkaar verschillen. Maar alle individuele gevallen bij elkaar nemend kan men wel tot ideaaltypische beschrijving komen, ingedeeld in vijf fasen: Ontwaken, Purgatie, Illuminatie, Donkere Nacht, (Leven/Weg van) Vereniging. Soms kunnen twee fasen tegelijkertijd naast of door elkaar bestaan. Eerste ding dat opvalt: mystieke weg verloopt langs een serie van sterke oscillaties tussen toestanden van pijn en van genot. Op pp.169-170 geeft zij een samenvatting van de vijf stadia (zie bijlage), die in volgende hoofdstukken uitgewerkt wordt.
        Vervolgens merkt zij op dat de oosterse mystiek nog voorbij het vijfde stadium van mystieke vereniging gaat, naar de vernietiging van het individu in het Oneindige. De christelijke mystiek verwerpt zo'n annihilatie, want "zij is niet gericht op onderdrukking van het leven, maar op intensificatie daarvan". Het Zelf wordt in de christelijke mystiek paradoxaal geperfectioneerd door het volkomen over te geven aan het Goddelijke. Christelijk mystieke taal die op annihilatie lijkt te wijzen, zoals we die bijv. vinden bij Dionisius, beschrijft in feite een voorbijgaande, niet permanente toestand, waarin het normale bewustzijn tijdelijk is opgeheven. Het meest kenmerkende onderscheid tussen christelijke en niet-christelijke mystiek zou zijn dat de hoogste vorm van Vereniging in de christelijke mystiek leidt tot een actief leven, niet tot een passief. Voor christelijke mystici is niet het bewustzijn een obstakel, maar zelfbewustzijn. Het individuele Zelf moet een expressie van het Absolute worden. Daartoe moet aanvankelijk, uiterlijk voor anderen niet zichtbaar, intens spiritueel werk geleverd worden, en zal de mysticus zich soms terugtrekken uit de wereld, maar hij zal in latere stadia daarnaartoe terugkeren en er des te intenser in werken.

Samenvattend: de mystieke weg is een graduele en complete verandering van het evenwicht in het Zelf, waardoor dat zich afkeert van de onechte wereld van de zintuigen naar vereniging met de Reële toe, om tenslotte een medium voor dat Transcendente Leven in de gewone wereld te worden (dit is het "vergoddelijkte leven").

II Het ontwaken van het Zelf

In zekere zin lijkt dit ontwaken op een bekering, maar het betreft qua "onderwerp" en gevolgen een hogere Realiteit. Het bewerkt een mystiek bewustzijn van en een passie voor het Absolute, die soms geleidelijk en zonder moeite groeit. In de meeste gevallen gaat een geleidelijke overgang gepaard met perioden van pijn en inspanning. In vergelijking met processen van geleidelijk ontwaken van het mystieke bewustzijn komt de plotselinge en abrupte overgang vaker voor. Meestal is aan zo'n overgang een lange tijd van onrust, onzekerheid en mentale stress voorafgegaan, waarin hij een bovennatuurlijke werkelijkheid vermoedde maar niet kon vinden. Dit is een periode van conflict tussen het oppervlakkige zelf en het diepere Zelf. Wanneer het ontwaken dan uiteindelijk doorbreekt wordt dat altijd ervaren als een verblindende straling. Het roept een gevoel op: a) van bevrijding, b) dat God nabij is, c) van liefde tot God. Het is een plotseling vreugdevol gewaarworden van God. Het opgeroepen verlangen naar God scherpt de wil om te streven naar Hem.
        U. beschrijft verschillende voorbeelden van dit ontwaken van een transcendentaal bewustzijn. Eén daarvan is Franciscus. Hij was lang onderworpen aan een conflict tussen de aantrekkingskracht van wereldse geneugten en oorlog enerzijds, en een vaag gevoel van ontevredenheid daarmee anderzijds, totdat hij toegaf aan een plotseling van diep binnenuit komende impuls die hem aanzette tot onderworpenheid aan Christus en hem tot een ander mens maakte. Alle aarzelingen en verdeeldheid waren verdwenen.
        Zoals reeds eerder gezegd (zie hfdst. V van deel I) kan het Absolute naar Zijn transcendentie of naar Zijn immanentie ervaren worden. Dit geldt ook tijdens het mystieke ontwaken.
        Bepaalde mystici ervaren op dat moment het Absolute vooral als een glorie buiten de mens. Niet een persoonlijke liefde die de ziel raakt, maar de openbaring van de onpersoonlijke glorie van de getransformeerde wereld staat centraal. Het zelf reageert vooral met eerbied en vreugdevolle extase. Er wordt een pijnlijk verschil gevoeld tussen de schoonheid en perfectie van het Absolute en de imperfecte wereld. Suso is een voorbeeld van deze vorm van ontwaken.
        In vele andere vormen van het beginnen op de mystieke weg is deze visie van een transcendente spirituele werkelijkheid geheel absent. Het zelf ontwaakt dan tot iets dat binnen is, niet buiten de ziel. Het zelf ontvangt i.p.v. een openbaring van de Goddelijke schoonheid een verwonding door de Goddelijke liefde. De liefde waarmee het reageert blijft niet steken in het emotionele, maar gaat snel over in een act van de wil, een standvastig besluit het eigen innerlijke en uiterlijke leven te veranderen, om zich zo aan te passen aan het ervarene.

III De purificatie van het Zelf

Als het ontwaken niet leidt tot een proces van groei en transformatie van de persoon is er geen sprake van mystiek. In de purificatie van het zelf gaat het erom alle illusies, lusten en waarden die ons binden aan een irreële wereld los te laten, opdat wij capabel worden het Absolute leven waar te nemen en daar naartoe te streven.2 Om in permanente communicatie met het Absolute te kunnen verkeren is het essentiëel dat de mens deugden verwerft, omdat goedheid één van de eigenschappen van God is. Alles wat de ziel daarin hindert moet uitgezuiverd worden. Zo moet de ziel haar trots kwijtraken en nederig worden. Het eigen egocentrisme wordt als zeer onzuiver en hatelijk ervaren, vergeleken met de puurheid van het Absolute. Dit wekt het gepassioneerde verlangen meer conform aan die puurheid te worden, wat ervaren wordt als absoluut noodzakelijk.3 De mysticus geeft zich daarom over aan een leven van ongemak en conflict, soms intense armoede en pijn, als enige manier om valse ervaring door ware te vervangen. Omdat hij altijd het Doel voor ogen heeft en gelooft aan het bereiken daarvan, kan deze taak desondanks soms met vreugde ondernomen worden. Alhoewel mystici de purgatie meestal beschrijven als een fase ter voltooiing van de mystieke ommekeer, ingeleid door het ontwaken, is het in zekere zin een nooit eindigend proces. Want hoe dichter de grote mysticus bij God komt, hoe meer hij zich bewust wordt van zijn eigen onwaardigheid.
        Het zuiveringsproces kan ook omschreven worden als een proces van vereenvoudiging van het zelf, waarin het zich ontdoet van eigenliefde en valse belangen. Purgatie kent twee aspecten:

1) Afstand doen is de negatieve kant van purgatie. Grote leidmotieven hierbij voor alle mystici zijn armoede (totaal loslaten van al het tijdelijke), kuisheid (loslaten van elke persoonlijke begeerte en enkel voor God leven) en gehoorzaamheid (volkomen zelfvergetelheid, die leidt tot een "heilige onverschilligheid" t.o.v. de wisselvalligheden van het leven). Deze drie aspecten van perfectie zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden, en leiden ertoe dat de mens zich niet als een geïsoleerd en interessant individu, begeerten en rechten bezittend, maar als klein en gewoon deeltje van het Universele Leven ervaart. Deze drie aspecten hebben als gemeenschappelijke noemer innerlijke armoede (armoede t.o.v. het tijdelijke, de begeerten en t.o.v. de eigen wil). Innerlijke armoede, als bekroning van de purgatie (die een afwending van het wereldse was) leidt paradoxaal genoeg tot een bevestiging van het tijdelijke in God in de fase van Illuminatie. Juist door spirituele armoede wordt de mens nl. werkelijk vrij, kan van alles genieten omdat hij niets meer hoeft te bezitten. Hij rust niet meer in dingen "die minder zijn dan God", neemt ze niet serieus. Ervaringsmatig blijkt dat materiëel of spiritueel (gehechtheden, eisen, verlangens) bezit conflicteert met een helder zicht op God. Het afstand doen hoeft niet door iedereen even rigoreus doorgevoerd te worden: het gaat er enkel om afstand te doen van díe dingen die de geest gevangen houden, haar afleiden van God, hoe legitiem die zaken op zichzelf genomen ook zijn. En dat kunnen voor iedereen andere zaken zijn: rijkdom, gewoonten, religieuze praktijken, vrienden, belangen, afkeer, begeerten.

2) Mortificatie is de positieve kant van purgatie. Het betreft de transformatie van positieve karakterelementen, zodat het zelf nu op bovennatuurlijke doelen gericht en 'ingetuned' raakt. De pijn die deze mortificatie oplevert wordt ervaren als een liefdevol offer aan God. Mortificatie betekent het kiezen van de moeilijke weg i.p.v. de weg van de minste weerstand die de "oude mens" gewend was te kiezen. Het is voor mystici van belang voortdurend juist dát te doen wat tegen hun eigen karakter, neiging of voorkeur in gaat. Het is een oefenschool voor uiterste nederigheid, waarin niets te weerzinwekkend kan zijn voor de mysticus, en wel om twee redenen: 1) uit het verlangen vrij te zijn van alle ketenen van de zintuigen wordt zowel het mooie als het lelijke veracht; alle voorkeuren worden uitgeblust, hoe achtbaar ze conventioneel gezien ook mogen zijn; 2) omdat de mysticus zich nu scherp bewust is dat veelheid samengebonden is in de Ene, wordt élke vorm van belangeloze inzet een dienst aan God. Hij oefent a.h.w. het zien van Schoonheid ook in corruptie en lelijkheid in. Hoe sterker de dood van de oude mens, hoe sterker het eruit resulterende nieuwe leven. Wanneer de mortificatie voltooid is wordt de mysticus meestal door een innerlijke stem gewaarschuwd op te houden met zijn verstervingen, en zijn ze definitief voorbij. Zijn energie stroomt nu vrij en zonder afgemat te worden door gehechtheden en zelfzucht.
        Af en toe worden de ascetische inspanningen van de tijd van purgatie tegen het eind ervan doorweven met momenten van extatische visioenen. Het is zelfs vaak zo dat Purgatie en Illuminatie in één mysticus tegelijkertijd naast elkaar voorkomen. Dit illustreert het feit dat het 'oog' van de mysticus voor het Transcendente nog maar zwak is, en vaak na een verlichtend moment van inzicht weer terugvalt naar zijn gewone blindheid. De mystici doelen hierop wanneer zij zeggen dat God een spel van liefde met de ziel speelt, een soort verstoppertje.

IV De illuminatie van het Zelf

Vanaf hier onderscheidt de mysticus zich duidelijk van andere mensen. Hij heeft nu een permanent contact met de transcendentale wereld die door andere mensen, e.g. dichters, profeten, zieners en kunstenaars, maar soms en partiëel waargenomen wordt. Aan dit contact ontleent hij sterkte en vrede. Maar ondanks deze vreugdevolle en liefdevolle relatie is zijn ego nog niet verdwenen; er kan van hem enkel gezegd worden dat hij vordering gemaakt heeft, maar hij is nog niet volmaakt. Het ego blijft intact en afgezonderd tegenover God bestaan, de mysticus is nog zelfbewust. Dit is hét kenmerk dat de mysticus in deze fase van de mysticus in de fase van Vereniging onderscheidt. De meest voorkomende en eenvoudige vorm van Illuminatie is het doordringende besef van Gods aanwezigheid in de natuurlijke dingen. Vele mensen hebben dit af en toe ook in een flits ervaren. Maar Ruusbroec waarschuwt dat deze ervaring niet de ervaring van God zelf is, maar enkel voor velen "het Licht is waarin zij Hem zien".
        De ervaringen die de mystici te beurt vallen op de Illuminatieve Weg ("Weg", want ook hierin gaat de groei door) vertonen grote diversiteit, en het overgrote deel van beschrijvingen van mystieke ervaringen betreft dit stadium. De rol van de individuele creativiteit bij het communiceren van deze ervaringen is zeer groot. Ook vele kunstenaars bevinden zich in dit gebied. Het verlichte Zelf heeft het gevoel dat zijn gewaarwording van het Absolute nu definitief en compleet is. Alleen de grootsten gaan verder, voorbij dit stadium, want het vreugdevol baden in het Goddelijke Licht is niet het eigenlijke doel van de mystieke weg. De Illuminatie ontlokt mystici en kunstenaars hun meest lyrische uitingen, en vaak presenteert het Ervarene zich ook aan hun in symbolische vorm. Ondanks de grote diversiteit van ervaringen laten die zich toch grofweg in drie hoofdvormen onderbrengen (die alle drie tegelijkertijd bij één mysticus kunnen voorkomen, maar meestal zal één van de drie dominant zijn):

1) Een vreugdevol bewustzijn van het Absolute, of "gevoel van aanwezigheid van God". In zijn verschillende vormen en gradaties is dit bewustzijn de meest voorkomende karakteristiek van Illuminatie. Het bezorgt de mysticus een zeer intens geluksgevoel. Dit is geen voortdurende toestand: van tijd tot tijd valt de ziel terug in perioden van spirituele vermoeidheid of geestelijke dorheid, die ofwel de conflicten van de Purgatie doen herleven, of een vooraankondiging van de fase van de Donkere Nacht zijn. Maar een diepe zekerheid van de aanwezigheid Gods in het universum blijft door dit alles heen vast overeind staan. Het bewustzijn van God kan zij aan zij gaan met het normale dagelijkse leven, de mysticus hoeft zich daarvoor niet per se uit het gewone leven terug te trekken. Maar voor sommigen zijn deze ervaringen zo overweldigend dat ze helemaal opgaan in extase, of in een passieve gewaarwording, een "visioen van het hart" waarin zien, voelen en denken door elkaar lopen en de vermogens helemaal onder controle van de liefde staan. Soms kan de mysticus in de Illuminatie een korte voorproef van de latere Vereniging krijgen, door contemplatieven aangeduid met "ingegoten beschouwing" of "gebed van ening". De zoetheid die hierin gesmaakt wordt is een middel van God om de mysticus door verlangen gaande te houden naar Hem toe. De mystici gebruiken zeer vaak het symbool van onuitsprekelijk en intens stralend licht om hun illuminatieve ervaringen te beschrijven, waarbij opnieuw dit licht in de ervaring een transcendent/onpersoonlijk of juist immanent/persoonlijk karakter, of een menging daarvan, kan hebben, afhankelijk van de filtering door het temperament van de mysticus. Omdat zijn geest nu op een hoger Doel is gericht, niet meer afgeleid wordt door eigen angsten, voor- of afkeuren, kan de mens met meer energie zijn dagelijkse taken vervullen. Maar voor sommigen bestaat het gevaar dat zij zelfzuchtig blijven steken in de vreugden van Illuminatie, en deze dus niet een bron van nieuwe vitaliteit en zelfloos handelen wordt. Wanneer daarentegen God Zelf, en niet de vreugden die Hij kan schenken, het doel van de mysticus geworden is, dan is het einde van de Illuminatieve weg bijna bereikt.

2) Het verlichte schouwen van de wereld, nauw verbonden met het vorige punt.4 Het zintuigelijk waarnemen van de wereld lijkt zich uitgestrekt te hebben, zodat de diepere en ware betekenis van de wereld gezien wordt. De mysticus heeft het gevoel "het geheim van de wereld" ontsluierd te hebben, "the doors of perception are cleansed" (Blake).5 Werkt het bewustzijn van Gods aanwezigheid vooral concentrerend (het vele wordt vergeten t.b.v. het Ene), deze vorm van Illuminatie werkt expansief: een toekeer naar het vele, dat nu gezien wordt in het Ene. Als bekende voorbeelden bespreekt U. o.a. Böhme en Blake. De innerlijke rust en vrede die de Illuminatie oproept is geen lege rust, maar de rust van geordende activiteit, "werk van het hart".

3) De Illuminatie kan zich ook gieten in het gewaarworden van visioenen, stemmen, in dialogen met het Goddelijke en soms in automatisch schrijven. Dit punt behandelt U. in het volgende hoofdstuk.

V Stemmen en visioenen 6

Het horen van stemmen en het zien van visioenen zijn veel voorkomende fenomenen bij mystici, en men kan er daarom niet aan voorbij gaan, maar alle mystici waarschuwen ervoor daar teveel belang aan te hechten. Symbolen waaronder een mysticus gewoon was het Absolute te benaderen kunnen zich in de Illuminatie aan hem voordoen als objectieve ervaring, meer dan enkel een manier van interpretatie. Alle zintuigen kunnen daarbij aan bod komen. Een stem of een visioen kan zowel projectie van het subject zijn ("niet echt"), als een beeld achteraf waarmee de mysticus zijn ervaring probeert te vertalen.
        In ieder geval bestaan er ook cruciale stemmen en visioenen, die de mysticus tot ommekeer brengen of hem laten overgaan van de ene fase naar de andere. Deze verschijnselen treden op in een tijd van crisis of innerlijke verdeeldheid en kunnen verschillende inhouden hebben: aanmoediging, vermaning, troost, "bevelen" , en brengen nieuw inzicht of nieuwe rust teweeg en overstromen het subject met nieuw licht. Zij zetten het subject ertoe dingen te gaan doen die tegen zijn eigen neiging ingaan. Zij zijn een medium voor nieuwe spirituele groei. Dit wijst erop dat het fenomenen van een hogere orde zijn, niet te herleiden tot een psychologische oorzaak in de mysticus. Het criterium om te onderscheiden tussen "verbeelding in de nde graad" en "echte transcendentale activiteit" is hun "levenbrengende" (life-enhancing) qualiteit. Maar omdat het subliminale bewustzijn van mystici zeer actief en rijk is en omdat het eigen is aan mystici dat hun "nerveuze organisatie" zeer instabiel is, zodat ze vatbaar zijn voor ziekte en uitputting, komen visioenen en stemmen van beide soorten naast elkaar bij hen voor.

GEHOOR. De eenvoudigste en meestal eerste manier waarop het Transcendente zich presenteert aan de mysticus is in de vorm van een stem: impliciet (de inhoud is duidelijk maar moeilijk in woorden uit te drukken, a.h.w. een "impuls"), duidelijk hoorbaar maar enkel in de geest, ofwel ervaren als een fysieke stem van buiten komend. Dit is ook de volgorde van waardering bij mystici: de impliciete stem zien zij als de meest waardevolle. De andere twee lopen veel meer het risico enkel ontsproten te zijn aan het onderbewuste van de mysticus, en moeten daarom kritisch benaderd worden. Criteria hierbij kunnen zijn of ze vreugde, zekerheid en vrede teweeg brengen, en of ze zich hebben doorgezet tegen weerstand van de mysticus in. Soms geraken mystici in een dialoog met het Transcendente: zij zijn a.h.w. enerzijds één geworden met de stem daarvan, maar anderzijds blijft hun individualiteit bestaan (dit is kenmerkend voor Illuminatie) en werpt vragen etc. op daartegenover.

GEZICHT. Visionaire ervaringen worden door mystici nog veel kritischer benaderd dan auditieve, want zij kunnen geen geschikt voertuig zijn voor een God die alle beelden overstijgt, en het gevaar van illusies is zeer groot. Maar analoog aan auditieve ervaringen onderscheiden zij ook hier tussen verschillende klasses, en hechten meer belang aan het visioen dat meer "gevoeld" dan gezien wordt dan aan de optische hallucinatie die zich voordoet als een echte fysieke waarneming. Dat eerste moeilijk vatbare visioen wordt door mystici "intellectueel visioen" genoemd. Het heeft iets van zien en van voelen en is toch geen van beiden. Het is nauw verbonden met het bewustzijn van de aanwezigheid van God, maar is volgens mystici toch weer iets anders, want hoewel het niet gezien wordt met de ogen kan het toch in de ruimte gelocaliseerd worden. Het kan zeer lange tijd aanhouden, volgens Teresa van Avila soms zelfs langer dan een jaar. Vervolgens is er nog het "imaginaire visioen", dat geen sensorische hallucinatie is; er wordt wel iets gezien, maar met het geestelijke oog. De mysticus kan zich ofwel bewust zijn dat hem hier waarheid getoond wordt in symbolische vorm, ofwel heeft hij het gevoel duidelijk en direct een Persoon gewaar te worden (bijv. Christus in een onuitsprekelijk licht gezien). De concrete inhoud van dit visioen kan beïnvloed worden door geloofsovertuigingen, herinneringen etc. van de mysticus.

Samenvattend: in dit stadium is het Zelf nog niet helemaal vrij gekomen van beelden, en de beschreven automatismen dienen als middel om op een of andere wijze het Absolute te genieten, actualiseren, aanbidden. Theologisch uitgedrukt: God past zich aan aan het nog beperkte bevattingsvermogen van de mysticus en presenteert zich op die manier die nu voor de mysticus toegankelijk is, in beelden etc.

VI Introversie. Deel I: Verzameld-zijn en rust

U. bespreekt in dit hoofdstuk het instrument van de mysticus op de mystieke weg: contemplatie. Het is een extreme vorm van terugtrekken van de aandacht uit de uitwendige wereld en totale toewijding van de geest (welke in verschillende graden en wijzen ook bepalend is voor de creativiteit van schilder, musicus en dichter). De groei van de mysticus is gerelateerd aan zijn groei in de kunst van de contemplatie. Deze kunst moet ontwikkeld worden door hard werken en een geleidelijke training van de wil, welke de prijs zijn voor ware vrijheid. Nederigheid en bereidheid te leren van de traditie zijn hierbij voorwaarden. Het tekort aan deze discipline is verantwoordelijke voor de vele vage, "ineffectieve" en soms zelfs schadelijke vormen van mystiek. De training van de contemplatie betreft niet zozeer het scherpen van de zintuigen, als wel het oefenen van zelfvergetelheid, het totale opgaan in de act van het schouwen, opdat werkelijke communicatie tussen ziener en het geziene mogelijk wordt. Emoties, wil en gedachten gaan hierin verloren en raken verenigd. Alle dingen in de werkelijkheid kunnen gecontempleerd worden, niet enkel het religieuze; maar contemplatie van natuurlijke dingen gaat naar buiten, terwijl contemplatie van de Geest een inkeer is, een reis naar het centrum die de zintuigelijke indrukken vaarwel zegt. Deze inkeer is in het begin moeilijk, maar zal voor de getalenteerde mysticus door oefening langzamerhand een gewoonte gaan worden. Het kan dan gebeuren dat de mysticus bij momenten overvallen wordt en dat zijn hele bewustzijn gedomineerd wordt door extatische perceptie.7 In deze oncontroleerbare extase wordt dan de Goddelijke Transcendentie ervaren, terwijl de geleidelijke en beheerste voortgang in inkeer vooral verbonden is aan het besef van Goddelijke Immanentie.
        De voortgang in de kunst de contemplatie wordt door mystici vaak aangeduid met de term "graden van gebed", waarbij "gebed" niet verward mag worden met de conventionele opvatting daarvan als een vragen om gunsten. Het is eerder zoiets als een eenvoudig en direct contact met God, vanuit verlangen. Door dit contact wordt een voortgaande zelfontlediging bereikt. De concrete indeling van "graden van gebed" verschilt zeer van mysticus tot mysticus, en zij gebruiken dezelfde termen soms met andere betekenis! Hieruit valt af te leiden dat deze indelingen niet al te letterlijk moeten worden genomen en dat zij een poging zijn een organisch proces, eerder een "helling" dan een "ladder", weer te geven. Dit proces bespreekt U. onder de drie hoofden van "concentratie" (recollection), rust (quiet) en contemplatie, drie fasen die meestal na elkaar komen en geleidelijk in elkaar overgaan.
8 Zij lopen min of meer parallel met resp. Purificatie, Illuminatie en (bijna bereikte) Vereniging. Tegelijkertijd wordt deze schaal in het gebedsleven van de mysticus ook steeds opnieuw a.h.w. "in a nutshell" doorlopen. Hij "springt dan omhoog" naar niveaus waarvoor hij nog niet de kracht heeft "om er te wonen", krijgt bijv. een voorsmaak van het definitieve "Verenigde Leven" in het zog. "gebed van passieve Vereniging". In de "concentratie" houdt het zelf de teugels nog in handen, maar in de "rust" heeft het die geheel overgegeven aan het Goddelijke.

CONCENTRATIE. Hierin worden de versplinterde belangen van het zelf verzameld in een bewuste en onnatuurlijke (omdat het Doel nog niet gezien wordt, het subject handelt in geloof) act van aandacht. Er wordt hiertoe gebruik gemaakt van hulpmiddelen, e.g. een heilig woord, Schrifttekst, mantra. Zo worden alle impulsen vanuit de uiterlijke wereld afgesneden door concentratie op één idee.

RUST. Hierin is de receptiviteit van het zelf immens toegenomen en zijn de reflectieve vermogens opgeheven. Hét karakteristieke aspect van deze toestand is een onuitsprekelijke stilte. De concentratie van het zelf houdt zichzelf nu in stand, hoeft niet meer met grote inspanning bewerkt te worden. Het oppervlakte-bewustzijn is opgeheven, maar het bewustzijn van de eigen persoonlijkheid blijft bestaan. De deprivatie van de normale gewaarwordingen is zo ongewoon voor de mysticus dat hij het meestal alleen maar in negatieve termen kan beschrijven: "leegte", "niets", "naakt". Maar anderzijds is deze negativiteit de ruimte waarin een absoluut Iets zich vervolgens te kennen geeft. Het is daarom afhankelijk van de aard van de aard van de mysticus of hij de nadruk legt op het eerste negatieve aspect van het "gebed van rust", of op het tweede affirmatieve aspect. De negatieve benadering is sterk vertegenwoordigd bij Eckhart en bij de "Wolk van Niet-Weten", de positieve nadruk is te vinden bij Teresa van Avila. De ziel levert nog een kleine inspanning tijdens dit gebed van rust, om het bewustzijn "blank" te houden, opdat het Woord daarop mag schrijven. Deze inspanning onderscheidt de ware mystiek in de fase van "rust" van de dwaling van quietisme. Het gebed van rust laat zich niet afdwingen, is een bovennatuurlijke gave, alhoewel wel gevoed door de liefde en wil van de mysticus. Het gebed is passief-actief: een voortdurend herhaalde zelfovergave.

VII Introversie. Deel II: Contemplatie

Concentratie en rust waren voorbereidende stadia voor de contemplatie. Hierin wordt de rol van resp. symbool (als middel tot concentratie) en stilte in die eerdere fasen overstegen. Contemplatie onderscheidt zich van vervoering (rapture) en extase; de contemplatie kan nog tegengehouden/gehinderd worden door de wil, zij het met pijn en moeite, wat bij vervoering en extase niet mogelijk is. In de contemplatie zijn gedachten, wil en liefde van de mens één geworden, allen op één Object gericht dat als een geheel ervaren wordt, zonder duidelijke details. Deze concentrerende, a.h.w. versmallende beweging heeft een tegenpool in de expansieve beweging van het gevoel nieuw leven te ontvangen, toegang te krijgen tot nieuwe werelden. In contemplatie is de ziel boven zichzelf verheven, het oude zelf wordt vervangen door een nieuwere en zuiverder ziel. Het zelf ervaart in direct contact met God te staan, in een nieuwe wijze van zijn en van weten. Contemplatie is nooit erg lang vol te houden. Het is een verzamelnaam voor zeer diverse staten, deels beïnvloed door de aard van de mysticus. Twee criteria kunnen hierin orde aanbrengen: 1) de heelheid (niet enkel een deel-aspect van of een symbool voor het Absolute9) en het ontvangen-zijn (d.w.z. gave-karakter) van het Object; 2) vermenging van het Zelf met het Object, er is geen sprake van observatie maar van actieve participatie. De gevoelens die de contemplatie in de mysticus oproepen kunnen in twee elkaar aanvullende hoofdgroepen verdeeld worden, afhankelijk van een transcendente of een immanente waarneming van het Absolute (alhoewel er ook mengvormen bestaan):

A) CONTEMPLATIE VAN TRANSCENDENTIE. De gevoelens worden hier vooral gedomineerd door het grote verschil tussen de eigen kleinheid en onwetendheid t.o.v. het Absolute, een gevoel van afstand en vreemdheid. Het Zelf verlangt hevig zichzelf te verliezen in dit Alles, en elke affirmatieve uitspraak erover wordt ervaren als een blasfemie. Weten en niet-weten, deprivatie en bezit zijn hier één geworden.

B) CONTEMPLATIE VAN IMMANENTIE. Hier geven gevoelens als liefde die elke angst verdrijft, nabijheid, intimiteit, zoetheid de toon aan. De ziel heeft het geheim van de wereld geleerd, niet door weten maar door zijn. De bevrediging van de intimiteit roept tegelijkertijd onblusbaar nieuw verlangen op.

Welke "methoden" gebruikt de mysticus om de contemplatie voor te bereiden? De opzettelijke inhibitie van het discursieve denken en het afwijzen van beelden, zoals dat in het gebed van rust gebeurt, is één methode; een andere is persoonlijke overgave, zelf-nieting. Op deze manier kan men de Wolk van niet-weten binnengaan; het transcendentale bewustzijn onttrekt alle energie aan het denken, zodat dit in duisternis verblijft, met als contrapunt de gloeiende liefde van de mysticus. En nog een andere manier van ervaren: de ziel heeft het gevoel in een wildernis te verblijven, ver van en verborgen voor alle mensen, een eenzaamheid die juist de hoogste vorm van samenzijn met God is.
        Een bepaalde vorm van contemplatie, met als kenmerk volkomen en abrupte overgave aan God, wordt door mystici "Gebed van Vereniging" genoemd. Het is een grensgeval tussen contemplatie en extase. Het is een "genieten" (fruition) dat alle zintuigen aan zich bindt, zonder te weten wat het is wat men geniet. Dit is een parallel van het binnengaan in de Donkere Wolk bij mystici die het Absolute met het accent op Transcendentie beleven. Het is geen vorm van bewusteloosheid, want, alhoewel verborgen voor het oppervlakte-bewustzijn, wordt er wel degelijk innerlijke arbeid verzet, die door het oppervlakte-bewustzijn pas achteraf wordt geconstateerd.

VIII Extase en vervoering

Het gevoel van eenheid (God in de mysticus en de mysticus in God) dat in de contemplatie bereikt werd lijkt het hoogste wat er te bereiken valt. Maar bijna alle mystici zien een groep van extatische toestanden als superieur aan de contemplatie, omdat hierin de absorptie in God nog groter is. In de contemplatie weigerde de mysticus aandacht te schenken aan de uiterlijke wereld die als een vage vlek op de achtergrond van zijn bewustzijn aanwezig was; in de extase kan hij er geen aandacht meer aan schenken en heeft hij er geen bewustzijn meer van. Extase kan vanuit drie gezichtshoeken bekeken worden:

1) Fysiologisch. Extase is een vorm van trance, gedurende welke hartslag en ademhaling op een laag niveau staan. Het lichaam is meer of minder verstijfd en koud. De trance verloopt in twee fasen: eerst een korte periode van luciditeit, vervolgens een periode van "bewusteloosheid" die uren kan duren. Trance is duidelijker uiterlijk zichtbaar dan Vereniging en ook een heftiger fenomeen. De uitwerking van een trance (vitaliserend, of bijv. de wil verzwakkend, morele en intellectuele chaos veroorzakend) zal moeten uitmaken of hij spiritueel van waarde is. Mystici staan er daarom zeer kritisch tegenover.

2) Psychologisch. Extase is een voorbeeld van volkomen mono-ideïsme, d.w.z. de volkomen concentratie van de aandacht op één object. Het is contemplatie in verheven vorm. Omdat mystici in de regel extreem gevoelig zijn voor suggestie en impressies - een karakteristiek van artistieke en creatieve mensen - wordt de extase meestal ontketend door het zien van of het concentreren op een geliefd symbool voor het Absolute. Vandaar dat sommige mystici zich enerzijds lijken vast te klampen aan symbolen en anderzijds verklaren dat het ware spirituele ongrijpbaar is. Zo kunnen de sacramenten een belangrijke rol spelen in het leven van de mysticus. In de extase voltrekt zich een hergroepering van het zelf rondom het puntje van de ziel, en worden bewuste én onbewuste vermogens rondom dit centrum tijdelijk tot een eenheid gesmeed.

3) Fysiek gezien is extase een vorm van trance, psychologisch een unificatie van het bewustzijn, maar mystiek gezien is het een geëxalteerde act van perceptie. Gedachten en gevoel, ruimte-, tijd- en ik-bewustzijn zijn opgeheven, zodat de vitaliteit die gewoonlijk daarover verdeeld moet worden nu in een ongewone vorm van zelfloze perceptie samengebald is. De mysticus gaat volkomen op in God, als een vis in de zee. Hij leeft voor korte tijd tegelijkertijd in de natuurlijke en in de bovennatuurlijke wereld, in "passieve vereniging". Extase is de voltooiing van het gebed van Vereniging, alhoewel de mystici die twee niet altijd even duidelijk van elkaar onderscheiden. Het is een voorproef van het "Leven van Vereniging". Feitelijk gaat het in contemplatie en extase om dezelfde innerlijke ervaring en onderscheidt extase zich alleen door de lichamelijke verschijnselen die haar begeleiden.

Vervoering (rapture). Extase is het "onvrijwillige" culminatiepunt van een geleidelijk proces van verdieping van de contemplatie. Maar soms kan de mysticus er ook abrupt en onweerstaanbaar door overvallen worden terwijl het in de staat van normaal bewustzijn verkeert. In zo'n geval spreken de mystici van "vervoering". Dit wijst erop dat er nog geen harmonie is tussen de "psycho-fystieke make-up" van de mysticus en zijn transcendentale vermogens. Dit schouwen stimuleert het zelf naderhand tot nieuwe activiteit, vanuit het verlangen naar durende Vereniging met het zo kort geschouwde. Zo leiden extatische toestanden tot een transformatie van het bewustzijn en ontwikkelen en ondersteunen zij de sterke en stormachtige liefde die de mysticus naar huis brengt.

IX De donkere nacht van de ziel

Stemmen en visioenen komen in alle fasen van het mystieke leven voor, behalve in de Donkere Nacht. Deze Nacht markeert meestal de overgang tussen "het eerste mystieke leven" of "de Illuminatieve Weg" en "het tweede mystieke leven" of "de Weg van Vereniging". Het vermogen tot gebed en contemplatie dat het zelf voorheen bezat lijkt volkomen verloren te zijn gegaan, onvermogen, leegte en eenzaamheid beheersen het leven van de mysticus. Bij elke mysticus manifesteert de Nacht zich op unieke wijze; we moeten daarom oppassen voor generalisatie.

1) Psychologisch gezien is dit fenomeen te verklaren als een periode van vermoeidheid na een lange tijd van intense mystieke activiteit. en als een periode van overgang. De voor het mystieke leven zo kenmerkende oscillaties treden vooral veel op tijdens de overgang van Purgatie naar Illuminatie en van Illuminatie naar Donkere Nacht, want die nieuwe toestanden ontstaan in de regel geleidelijk, niet abrupt. In de overgang naar de Nacht is het oude evenwicht van het Zelf tijdens de Illuminatie, gekenmerkt door lust en affirmatie, opgeheven en nog niet vervangen door het nieuwe evenwicht van de Nacht, gekenmerkt door pijn en negatie. In de Nacht wordt de mysticus geteisterd door verleidingen en slechte gedachten, heeft hij alle greep verloren zowel op geestelijke als op wereldlijke zaken en lijkt de passie voor God uitgedoofd. Het gevoel van gemis en tekortschieten drijft de mysticus tot nieuwe groei, zodat de Nacht tegelijkertijd afbraak en opbouw betekent. Het zelf is nu onderweg van het schouwen van de Realiteit naar het zelf "reëel" zijn. De Nacht kan maanden of jaren duren. Hoewel de Nacht grotendeels door natuurlijke oorzaken ontstaat, is hij een aanzet tot mystieke activiteit met bovennatuurlijke gevolgen.

2) Mystiek gezien betreft de nacht de afbraak van álle gebieden van de persoonlijkheid die nog aan de Purgatie ontsnapt waren, waar nog een rest van illusie en eigenliefde was blijven bestaan. Het gaat nl. in de mystiek om transformatie van de hele mens, niet enkel van zijn zog. "spirituele" leven. Niet enkel meer de organen van perceptie, maar het centrum van de persoonlijkheid zelf wordt gezuiverd in de Nacht. Na het verblijf op transcendentale niveaus worden nu weer de beperkingen van het eindige gevoeld en moet het zelf al het eigen Doen opgeven, opdat het kan Zijn. In de Nacht wordt veel erger geleden dan in de Purgatie, omdat de compensatie van de Goddelijke aanwezigheid niet meer ervaren wordt; er rest enkel negativiteit. Het zelf stippelt hier niet meer zijn eigen purgatie uit, maar is "lijdend voorwerp" van God.
        De Nacht kan op verschillende manieren ervaren worden: a) als de afwezigheid van God en het wegvallen van het gedragen worden door de eigen Grond/Vonk van de ziel; b) als een schrikbarende luciditeit waarin de eigen corruptie en imperfectie onverbiddelijk aan het licht komen; c) emotionele lusteloosheid: het zelf ervaart een verharding en verveling van de ziel die het verafschuwt, maar niet kan overwinnen; d) als een morele ontaarding: het zelf kan de eigen gedachten en attitudes niet controleren; e) een zeldzame ervaring is een ondraagbaar en niet te blussen verlangen naar vereniging met God, dat zelfs tot verlangen naar de dood kan leiden, omdat de mysticus nu tot het besef gekomen is hoe partiëel en symbolisch zijn ervaringen van God in de Illuminatie tot nu toe nog maar waren.
        De Nacht is volgens de mystici een absoluut noodzakelijke fase - alhoewel lang niet allen er feitelijk doorheen gaan - en de enige weg naar nieuw Licht loopt via volledige overgave aan de totale verwarring en onwetendheid van deze Nacht. Zo oefent het zelf zelfloos en volhardend streven naar God in, die nu niet meer om Zijn gaven, maar om Zichzelf gezocht wordt. Het zelf leert niet meer te zoeken naar en te rusten in spirituele vreugden, het oefent moedige, sterke en belangeloze liefde in. Alhoewel de mysticus de Nacht passief ondergaat, er niet naar believen invloed op uit kan oefenen, is het wel een uitnodiging tot eigen activiteit. Het zelf verkeert in de Nacht omdat het verblind is door een Licht dat het niet kan verdragen, de Goddelijke Wijsheid die naast nacht en duisternis pijn en kwelling voor de ziel is. Zolang het zelf nog het gevoel heeft "iets" te zijn moet de Nacht nog aanhouden, omdat dit het zelf verhindert verenigd te worden met God. Het zelf dient absolute nederigheid te bereiken. Mme. Guyon: "Na een vele malen herhaald sterven geeft de ziel uiteindelijk de geest in de armen van Liefde, maar zij is niet in staat deze armen te zien."

X Het geünieerde leven

Wat Vereniging is is eigenlijk onvoorstelbaar voor ons die het niet ervaren. We kunnen enkel afgaan op de verslagen van mystici die dit wel bereikt hebben en op het getuigenis van deze Vereniging in de daaruit voortvloeiende bovennatuurlijke vitaliteit: de onvoorstelbare, bovennatuurlijke en moeiteloze inzet in het harde dagelijkse leven van de mysticus. "Zoals de wet van het lichaam luidt 'aarde tot aarde', zo is het ook de wet voor onze zielen. De geest van de mens die uiteindelijk tot vol bewustzijn van de werkelijkheid is gekomen voltooit de cirkel van het Zijn en keert terug, om die niveaus van bestaan te bevruchten van waaruit hij voortgekomen is."

1) Verslagen van mystici zelf. Afhankelijk van hun meer transcendente of immanent geneigde aard beschrijven mystici in het algemeen de Vereniging in de zeer gemakkelijk mis te verstane symbolen van resp. deïficatie of spiritueel huwelijk. Het zelf gaat nu volkomen op in de belangen van het Oneindige, is zich bewust daaraan te participeren en ontleent hieraan authoriteit, sereniteit en een enorme vrijheid. Het ontplooit zich tot een krachtbron van geestelijk leven voor andere mensen. De mysticus is zijn ware zelf gewórden. De reis van de mysticus gaat niet meer enkel naar God toe, maar wordt ook afgelegd in God. U. drukt deze dubbele dynamiek als volgt uit: "Deze man... gaat naar God door innerlijke liefde, in eeuwig werk, en hij gaat in God door zijn genietende (fruitive) inkeer in eeuwige rust." (436) Vaak vertoont hij een vrolijkheid, vreugde en lichtvoetigheid als van een kind, die men gewoonlijk niet verwacht in het geestelijke leven.
        Mystici die over deïficatie spreken stellen dat zij "enkel dat zien wat zij zelf zijn", het Geschouwde en de schouwer zijn één. Dit zijn vooral de mystici die het Goddelijke eerder als een plaats of toestand (d.w.z. als Transcendentie) dan als een persoon ervaren. De deïficatie is complementair aan de incarnatie van God (Athanasius, Augustinus). De mysticus is nu geïdentificeerd met God, en toch blijft zijn (getransformeerde) persoonlijkheid intact en onderscheiden van God. Het is als ijzer dat in een vuur mee gaat gloeien met het vuur, maar toch ijzer blijft. De "goddelijkheid" van de mens in deze fase is een poging de onbeschrijfelijke kwaliteit van leven hier aan te duiden, moet niet letterlijk opgevat worden. Elke vorm van "eigenschap" is nu voorgoed verdwenen; anders zou Vereniging ook niet mogelijk zijn. Maar in de praktijk blijkt het taalgebruik van "transcendente" mystici niet toereikend om het ervarene te omschrijven en zijn zij vaak gedwongen hun toevlucht te nemen tot "immanente" taal van liefde. Het persoonlijke en emotionele aspect van de relatie van de mens met God laat zich niet uitvlakken.
        De meer immanent gerichte mystici spreken niet over zelf-verlies in een Essentie, maar over zelf-vervulling in de eenheid van hart en wil met God. De mystieke weg kan worden opgevat als een cultiveren van de liefde voor Hem, met uitschakeling van alle tendenzen die daarvan afleiden, om zo steeds in beweging te blijven naar Hem toe. Zoals het aardse huwelijk tevens verplichtingen inhoudt, zo is het ook met het mystieke huwelijk. De Vereniging verplicht tot nieuwe verantwoordelijkheid en grote inzet in de gewone werkelijkheid. Het is niet toevallig dat mystici in de staat van Vereniging juist de stichters van nieuwe ordes zijn geworden, nadat aanvankelijke persoonlijke handicaps weggevallen waren door de nieuwe vitaliteit die de Vereniging met zich meebrengt. Maar de ongelooflijke activiteit van mystici in deze toestand is niet de maatstaf voor henzelf; het is het innerlijk participeren aan het Goddelijke leven, het onbetwijfelbaar aanvoelen van het eigen mystieke Zoonschap waar het voor hen op aankomt. Zo deelt de mysticus resp. in het Werken en in het Zijn van God, die onlosmakelijk met elkaar verweven zijn. Midden in de (spirituele) activiteit rust de mysticus in vreugde en vrede. De Indische mystiek biedt een vertekening van de waarheid, omdat zij enkel het Zijn van God, het eigen verdwijnen daarin nastreeft.

Conclusie

Wat mystici rapporteren is van belang voor ons hier en nu omdat wij de weg die zij hebben afgelegd ook naar onze eigen kleine maat kunnen afleggen. Waar zij een geniale aanleg hebben voor het Absolute, hebben wij een verborgen talent. Vandaar dat wij hun verslagen het best verstaan wanneer wij ze bekijken vanuit onze eigen kleine ervaringen. Hun ervaringen zijn eigendom van het hele menselijke geslacht, dienen de opgang daarvan naar God. Mystici zijn zeer gewoon en accepteren de hele dagelijkse werkelijkheid liefdevol, terwijl wij denken dat het spirituele in het ongewone ligt.

Appendix: Geschiedenis Europese mystiek tot aan Blake

  • Aangezien dit de complete tekst in het Engels uit het boek zelf betreft en omdat ik de omvang van de huidige pagina niet te groot wilde laten worden, heb ik deze appendix op een aparte pagina gezet.

Voetnoten

1. U. stelt dat hier de westerse mystiek zich onderscheidt van oosterse contemplatieven, omdat behalve de ervaring van het Ene Onveranderlijke (transcendentie) ook aan het altijd wordende Leven (immanentie) realiteit toegeschreven wordt.

2. P.202: Catherina van Genua spreekt over het reinigen van een spiegel van het stof van illusies, zodat we het Licht kunnen gaan weerkaatsen.

3. Dit is een eerste voorbeeld van het voortdurende heen en weer van de mysticus tussen lustvolle en onaangename toestanden: na de vreugde van het ontwaken is er nu de pijn van reëele zelfkennis en berouw.

4. Feitelijk zijn het twee aspecten die t.b.v. de analyse uit elkaar zijn gehaald, maar eigenlijk moeilijk van elkaar te scheiden zijn.

5. De punten 1 en 2 omvatten samen het ervaren van het transcendente Zijn van het Goddelijke, en de immanente aanwezigheid ervan in de wereld van het Worden.

6. U. vat deze fenomenen samen met de term "automatismen": zij ontstaan a.h.w. vanzelf, buiten de controle van de mysticus om.

7. Dit fenomeen bespreekt U. twee hoofdstukken verderop.

8. Zij beschrijft het voortgaande proces van de mystieke weg met de volgende termen: concentratie-gebed van innerlijke stilte/eenvoud-rust-gewone contemplatie-eigelijke contemplatie-gebed van passieve Vereniging (de hoogste van de niet-extatische ingekeerde toestanden).

9. Alhoewel het naar andere mensen toe wel weer enkel in de vorm van symbolen kan worden overgebracht.

 

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: vrijdag 5 april 2002.

 

Vorige Omhoog Volgende