
een nieuw begin
opstaan als een sneeuwklokje
lengende dagen
licht
over de bedreigde aarde
een droom van vrede
ik heb het gezien
een zon die blijft schijnen
een witte duif
die opvliegt
en de aarde die zich omdraait
al kon ik reizen
naar witte stranden
naar baaien en valleien
de bergen zien
verrassende vergezichten
woestijngebieden en palmbomen
watervallen en schitterende bloemen
maar de liefde
was afwezig
zinloos was mijn leven
Stil
wordt het
om mij heen.
Om goed
te luisteren
naar de stem
die klinkt in mij:
"Je mag zijn
wie je bent".
Langzaam herrijzend
als een Phoenix uit de as
zul je worden die je was
het is een worsteling maar
je komt boven en
er komt een dag dat je
God- of wie je wilt-
zult loven dat je leeft en
sterker nog dan ooit tevoren
voelen dat je voor
dat speciale bent geboren.
All-loving-One radiates unity
It is the Love of every atom
That shapes images and forms
What is perceived
Is Love expressing Love
This Love is close
It is so close
That thinking about it
Creates the only distance
That could possibly be
And yet let it be always
On your mind
Don't stop thinking
Of it, and of how
It is expressed
Oh lover when you truly witness
The Love of All-loving Oneness
You will be reduced to ashes
In its all-consuming fire
Oh Abbah
is een schoon beginsel voor een engel
maar een mens telt op de vingers
van één hand
de zomers van geluk
Elke hechting overbodig,
geen mens nog nodig.
Mijn kind begraven...
Kleintje,
vergeef me
dat ik
-wie weet hoelang-
jou weeral gekooid heb
en geborgen.
De wereld is te boos
en jij te bang.
H.
Zal ik haar ooit nog eens mogen koesteren als een dierbaar goed?
Jaloezie, passie, hartstochtelijk verlangen door elkaar heen.
Dat klinkt als liefde.
Is zij het echter ook?
Of overwint de lust het van het beminnen?
En zal zij victorie vieren om vervolgens hoogtepunten te bereiken hoger dan de sterrenpracht?
Moet zij slechts bevredigt worden en zal ze dan weer gaan?
Dacht de lust ze mensen te betoveren in minnaars?
Met hartstochtelijk verlangen naar elkaar, en zich voor doen als de liefde?
Dat zou vernietigend voor de liefde zijn!
Wie zal dan nog ooit in haar geloven?Haar beminnen?
is de Bron
diep in je zelf!
Afgedwaald van oude
wegen,
die ons Weten in houdt.
Basiskamp
Tent van diep Weten
Ligt verborgen in ons hart.
Terug naar de bron
Waar alles mee begon
Vormt zich een nieuwe
horizon.
Herinneringen komen
boven drijven
Dieper moeten wij gaan
door onbewuste lagen
van het Weten.
Komen wij tot
Her-innering
Wie We Werkelijk zijn!
Bewustwordingsproces
een les uit het verleden
wordt opnieuw geleerd
Energiek gaan wij op weg
en komen uit bij ons Zelf!
Ik hoop dat je tocht lang mag zijn
Dat de zomerochtenden talrijk zijn en
dat het zien van de eerste havens
je een ongekende vreugde geeft
Ga naar de warenhuizen van Fenicie
neem er het beste uit mee
Ga naar de steden van Egypte en
leer van een volk dat ons zoveel te leren heeft
Verlies Ithaka niet uit het oog
Daar aankomen is je doel
Maar haast je stappen niet
t Is beter dat je tocht duurt en duurt
en je schip ankert bij Ithaka opdat je als oude man pas bij het eiland
wanneer je rijk geworden bent
van wat je op je weg hebt geleerd
Verwacht niet dat Ithaka je meer rijkdom geeft
Ithaka gaf je een prachtige reis
zonder Ithaka zou je nooit vertrokken zijn
Het gaf je alles al meer geven kan het niet
En mocht je vinden dat Ithaka arm is
denk dan niet dat het je bedroog
Want je bent een wijze geworden hebt intens geleefd
en dat is de betekenis van Ithaka
Behandel dan elke gast toch met eerbied.
Misschien komt hij de hele boel ontruimen
Om plaats te maken voor een nieuwe mogelijkheid.
De donkere gedaante, schaamte, het venijn,
Ontmoet ze bij de voordeur met een brede grijns
En vraag hun erbij te komen zitten.
Wees blij met iedereen die langskomt.
Ze zijn je stuk voor stuk gestuurd van gene zijde
Om jouw als raadgevers te dienen.
Een soefi gedicht
of ik geen ogen heb doen schreien
geen weemoed op een wezen lei
of ik aan liefdeloze mensen
een woordeken van liefde zei
en vind ik in het Huis mijn
s Herders
dat ik een droefenis genas
dat ik mijn armen heb gewonden
rondom een hoofd dat eenzaam was
Dan voel ik op mijn jonge lippen
Die goedheid lijk een avondzoen
t is goed in t eigen hert te kijken
en zo z n eigen ogen toe te doen
Van alle mensen op de wereld,
ben jij degene die er altijd is.
Je staat altijd klaar voor een ander
er is absoluut niets wat ik bij je mis.
Van alle mensen op de wereld,
ben jij degene waarvan ik het meest leer.
Hoe ik af en toe ook de fout in ga
jij bent er altijd voor mij, telkens weer.
Van alle mensen op de wereld,
even jij degene die ik het meest wil geven,
omdat jij mij geleerd hebt
te genieten van het leven.
Van alle mensen op de wereld,
ben jij degene die ik het meest vertrouw.
Lieve vriend,
ik hou ontzettend veel van jou!
De mens, gebaard vanuit de goddelijke Schoot
draagt ook haar wezen in zich mee.
En, dalend in het eigen hart,
zoekend naar het eigen huis.
vindt ook de mens zijn Oorsprong weer
en weet zich veilig thuis
Zoals een buizerd in volle overgave op zijn vlucht
mee glijdt op de stroming van de lucht,
zo wordt ik nu voortbewogen door het stromen
van het water dat het eeuwig leven geeft
en door mijn overgave weet ik me gedragen;
het doet me goed te leven met zo weinig vragen.
Wanneer men inkeert in het eigen hart en opgaat in de Ene,
gaat het ego geheel verloren en wordt het wezenlijke zelf geboren.
Een nieuwe mens is opgestaan, die tot dan toe had geslapen.
Hij is zijn graf nu ver vandaan, zal schouwend zien na dit ontwaken;
verstillen zal zijn geest, meer zwijgend wordt het spreken,
over alles wat het leven raakt, over mens en elk levend wezen
wordt nu geweten en gedacht vanuit het leven met de Ene;
ik ben met alles, allen een, er is geen grens met iets, met gene.
Eeuwige Stilte is in mij;
Ik draag haar in mijn hart.
En, toch wordt ik door haar gedragen.
Ik wil mij aan haar overgeven.
En, toch geeft zij zichzelf aan mij;
Want, dat is de aard van haar wezen.
Zij woont in mijn merg.
En, woont ook in mijn been,
maar zij is ook overal om me heen.
Zij ademt zichzelf in mij.
En, voedt mij met haar wezen;
Zo blijft zij aldoor mij geven het leven.
Zij is moeder en hoeder van mijn eeuwige zijn.
En, in en door haar ben ik wie ik ben;
Oh, wat ben ik blij dat ik mijn moeder ken!
Oh, eenzaamheid!
Hoe diep was ik in u gegleden,
wist mij geen weg te gaan
doorheen de diepe duistere nacht..
Maar zie; daar was uw morgenlicht
als stond het reeds te wacht
om warmte van zichzelf te geven.,
mij vrij te maken en te herweven
met de vreugde van het zelf van binnen.
In u heb ik mezelf hervonden.
In u genas mijn diepste wonde,
In u kon ik aanvaarden ,
verzoenen en beminnen.
Oh, eenzaamheid.
Gij hebt mij zo verrijkt!
Oh, morgen!
Hoe wonderschoon uw licht!
Oh, nacht!
Ik ben u dankbaar.
Door u kwam ik tot helder zicht.
Als gij niet waart,
wist ik niet van het licht!
Oh, nacht!
Oh, diepe donkere nacht.
is anders
De deur
in de kelder
valt dicht.
Alles is anders
zonder jou.
Alleen
is wat ik ben
En wat ik
Altijd
zal blijven.
Eenzaamheid is de sleutel tot
de dood.
Respect
Gevoelligheid
verdiend.
Zweven door het gras en water.
Zie ik mijzelf terug
Licht.
Respect is de sleutel tot
De dood.
Depressief en gefaald.
Is wat ik ben
Woede.
het lijden overgeven!
Aan de oever van de levensstroom
heb ik mijn stille pijn gevoeld,
mijn boosheid weg geschreid
bij het overzien van voorbije tijden.
Aan de oever van de levensstroom
heb ik het falen van mezelf en velen
waargenomen en aanvaard,
heb zowel mezelf als de ander daar vergeven.
Aan de oever van de levensstroom
ben ik gewaar geworden,
heb ik gezien,
onwetendheid werd weten.
Rust en vrede vloeiden mij te binnen.
Aan de oever van de levensstroom
heb ik stil verwijld voor het aangezicht van de Kosmische Ziel,
heb me gebogen,
gebeden en besloten
de weg te gaan van liefde en waarachtig zijn.
Ik dans nu zelf het leven.
Ik dans het dag en nacht.
Ik dans het in mijn nachtelijk slapen
en
dans het in mijn dromen;
in mijn verstilde zitten,
maar ook bij mijn gaan en komen.
Ik dans nu zelf het leven.
Ik dans nu zelf het leven.
Het leven danst in mij.
Ik dans dit goddelijk gegeven
op het ritme van het Al,
op de cadans van mijn bewegen.
Ik dans het overal.
Ik dans nu zelf het leven.
de arm ter rechterzijde
draagt de last van sterven
in ons aardse niet te vermijden
soms gericht om inzicht te verwerven
vaak ook het onbegrijpelijk lijden
de linker kent de vreugde
de zonnestralen in de
ogen van een kind
de schitterende hoop
eeuwig te worden bemind
drijvend op een zoete waterloop
de lange lengte schuift
heen en weer
waar de wind van het lot,
onweerhoudbaar,
mij in een richting wuift
keer op keer
het valt mij zwaar
gelijk elk mens
de balans te vinden
met overgave als wens
zich aan het ongekende
te binden
reis met koffers vol
vragen en gedachten
naar de Vlakte van Inzicht
teneinde de wijsheid
te zien, te beminnen
ik bestijg duizend treden
elk bekleed met een
zinderende spreuk
doch boven, geheel buiten
adem aangekomen
stel ik de fundamentele vraag
is zoeken naar de Heilige Zin
niet eindeloos peuren
met een verroeste zaag
ik zie uit over een wijdse vlakte
met volledige leegheid gevuld
slechts diep in de einder
ontwaar ik een verlichte tekst
"u doet te veel uw best
keer terug naar uw ploeg
het leven doet de rest"
Duiken wil ik tot in de diepste Diepten -
om te komen tot mijn nederige buiging -
om U te eren, mijn Heer, mijn Koning -
U bent zo Hoog, in de hoogste Hoogten. -
Zo fijn en ijl is Uwer Woning -
Ik wil naar U, mijn Heer, mijn Koning -
Mijn lust naar U is mijn beloning -
Door hier te zijn en U te dienen is mijn bekroning. -
Altijd wil ik Uw Lof verdienen -
Het lukt mij niet tot mijn groot verdriet -
Toch zal ik het altijd weer proberen -
Want ik wil niets anders dan U eeuwig eren. -
Het is gedaan..
Ik moest maar eens gaan.
Met enkel 1 hard woord.
Moord.
die je bijstaat en vergeeft,
één die naast én in je leeft,
dan voel je pas wat leven is,
en dat liefde geven is.
Geef ik één keer een gil,
Staat er direct allemaal onzin voor me klaar.
Ik voel me er niet fijn bij,
Waarom doen mensen dit bij mij?
Het is gewoon niet eerlijk,
Het doet me zoveel pijn,
Ik vind dat dit gewoon geen vrienden kunnen zijn!
Wat een ander ook vind,
Ik blijf mezelf.
Wat een ander ook wil,
Ik blijf mezelf.
Ik doe wat ik leuk vind,
Ik blijf mezelf.
Waarom bemoeien mensen zich met mijn uiterlijk?
Ik blijf mezelf.
En daar moeten zij maar vrede mee hebben!
Dan denk ik aan de mooie momenten uit het leven,
En vind ik het jammer dat die niet bij mij zijn gebleven.
Maar toch moet ik weer verder en ga ik ervoor,
Want het leven in de wereld om mij heen gaat ook door.
Dan denk ik: waarom doe je het gewoon niet,
Ben je van al je zorgen af,
Maar dan doe je wel een ander weer verdriet.
Dan word ik wakker en ben ik niet blij,
Soms voel ik ook van: God is bij iedereen,
Behalve bij mij.
Ik doe ook mijn best om toch te geloven,
Maar dat soort dingen kan ik je niet beloven.
Ik voel soms mezelf ook rondjes draaien en dat is erg fijn,
Maar dan word de wereld weer zoals ie altijd is, en voel ik weer pijn,
De pijn van verdriet in mijn hart,
Echt waar, dat verdriet heeft mijn leven tot nu toe verward!
Ik voel wel iets maar ik weet niet wat,
Om eerlijk te zijn, ben ik het leven gewoon zat!
Al die dagen dat ik me niet happy voel,
Veel mensen snappen niet eens wat ik bedoel!
Het enige wat ik doe is mezelf kloten voelen,
Ik huil gewoon elke dag,
Ook al is dat iets wat ik van mezelf niet mag,
Toch doe ik het.
Je kunt wel denken van dat meisje zegt maar wat,
Maar ik meen het echt,
Voordat je dat nog weer vergat.
Ik leef nu al een tijdje met dit gevoel,
Ik hoop dat je snapt wat ik bedoel,
Waarom moet ik nou zo verdrietig zijn,
En waarom voel ik me nou niet gewoon fijn?
Soms huil ik ook wel, maar niet iedere dag,
Is het nou omdat ik geen gewoon leven mag?
Gewoon een leven zonder zorgen,
En met een echte glimlach door naar morgen,
Wat ik er aan kan doen weet ik niet,
Maar één ding is zeker ik heb nu wel verdriet.
Ik weet ook niet wat ik er aan doen moet,
Maar zoals het nu is, is het ook niet super goed,
Ik zou graag een leven leiden zoals ieder mens,
Dat is mijn aller aller grootste wens!
Ik wou dat ik een vlinder was,
Dan kon ik gaan en staan waar ik wou,
Want zo vrij als een vlinder,
Hoopte ik dat ik zijn zou.
Zo eentje voordat Jazzmann opwerkt
aan de muziek piramide onbeperkt.
Bij de maan dagen eerste tandori's
op vlinderslag in de pianobuik precies.
Chinese bloemen die door de salsa stappen
pas telkens dichtbij samen als akkoord happen.
Door 49 converseren na de aanleiding
wet over voorgaande dingen met waardering.
Een reeks kerken opzwepend, volgen ethisch telbare meningen
als paar kleppende pupillen geslepen manga scooter zingen.
Stuit ik op stouterd playback, hals veroveren
met knikkende knieën vrijblijvend platte groente veroberen.
Stappenplan toezien, strepen rood aan de buitenkant
sporen van jurken binnenin bij trip dienstverband.
Aangeschoten aan tafel crème met handige winkelkaart
gekleurde zon dagindeling, basisvoeding een nieuwe staart.
Samen bewegen waaronder uitpakkend op het matje komen
puur vuur vissen rozenstruiken er van langs bomen.
Vanop een hoogte bekijk ik alles met een wonderlijk oog,
want van alle mooie op deze aarde is er zoveel dat ik betoog.
Zoveel moois is er nog te ontdekken en zoveel moois dat ik nog wil zien,
zowel het leed als het mooie mischien.
daar mijn handicap dysletie is
gaat het bij mijn nog wel eens mis
maar door de zorgen van mijn vriendin
heb ik het reuze naar mijn zin
kan nu mijn gedichtjes op het internet kwijt
en heb daar tot nu van nog geen spijt
ook met mijn handicap kun je dichten
al moet de taal er soms voor zwichten
daarom dit gedicht in dit gasten boek
en nu is mijn inspiratie zoek
grtn jos
een vriend heb je nodig
om mee te zwemmen
een vriend heb je nodig
om mee te rennen
een vriend heb je nodig
om er mee naar school te gaan
een vriend heb je nodig
tja wat heb je er nog aan
een vriend heb je nodig
dat is gewoon fijn
een vriend heb je nodig
om er bij te zijn
weet jij of er
een God is
een leven
na de dood
een nirwana
waarvoor ik niet
hoef te vrezen
vertel me van
die betekenis van
ademen na
ademen
de betekenis
van zijn.
Ik ben een meisje, van 13 jaar oud,
Ik ben een meisje, dat van je houd als goud,
Ik ben een meisje, bijna altijd lief,
Wat moet jij zonder mij, mijn hartendief?
Ik ben een meisje, je 3e kind,
Ik ben een meisje, waarin je heel veel bevind,
Ik ben een meisje, met wie jij praten kan,
Misschien soms nog wel beter als met je eigen man !
Ik ben een meisje, waar mee je problemen kan delen,
Ik ben een meisje, bij wie jij door de haren mag strelen,
Ik ben een meisje, dat gelooft in God,
Wat moet ik zonder hem of jou, nou...?
Nu..
Dat is mijn moeder, een schat van een vrouw,
Dat is mijn moeder, die ik nooit inruilen zou,
Dat is mijn moeder, een mens met een hart,
Zorg lieve mama dat jou hart nooit verzwart !
Dat is mijn moeder, een mens van wie ik huilen mag,
Dat is mijn moeder, die klaarstond toen ze me als baby zag,
Dat is mijn moeder, een heel lieve en zorgzame vrouw,
Als ze oud is zal ik voor haar zorgen, vandaag en morgen en...
Dat is mijn moeder, een mens die gelooft in God,
Dat is mijn moeder, die doet dat vanaf het begin tot het slot,
Dat is mijn moeder, die dat aan mij overbrengen wou,
Ik beloof je dat ik dat later ook doen zou !
Veel liefs van: Anne
mussen tsjilpten in overleg
- hoe kon ik het weten? -
op maandag waren ze weg
de politiek, net als het trekpaard,
de zussen Vandebroeck
zag je op vrijdag,
op zaterdag waren ze zoek
het regende nooit
dichtheid van kinderplezier
goed gewicht van kruidenier
liepen wonderlijk op
de zon was er altijd
gek toch, zo'n wonder
je was nooit zonder
zonder verhaal
Wie ben ik?
Wie ben ik?
Ben ik Simon ben ik Kees, ben Ik tante Beb?
Ben ik Clara ben ik Rita of ben ik gewoon een kamaraatje?
Groetjes: weet ik niet gewoon ik denk ik...
Je Gids en vrind.
Kijk, hier is een vak met troost
en daarnaast ligt mededogen,
onsjes warmte en begrip
zijn al keurig afgewogen.
Vader zegt: "Je neemt maar mee
zoveel als je nog kunt tillen,
om bij velen een verdriet
met je handen vol te stillen."
In dat kleine winkeltje
loop ik volgepakt naar boven,
blij dat ik nog kinderlijk
en vertrouwend kan geloven.
Kijk ik nog eens achterom,
langzaamaan de straat uitlopend,
zie ik nog dat grote bord:
Ik ben dag en nacht geopend!
Geloof maar simpelweg.
God is niet te verklaren,
maar door een enkel woord
kan Hij zich openbaren.
Je vindt hem op een weg
waarop geen dwaas kan dwalen.
Daar loopt Hij met je mee,
zelfs door de diepste dalen.
Geloof maar simpelweg.
Ver boven alle mensen
hoort God de kleinste zucht
en de geringste wensen.
Dus mis je soms Zijn stem,
probeer maar iets te stijgen.
Hij zorgt wel dat je dan
contact met Hem zult krijgen!
Zo, eens even rustig zitten
naast die welgestelde heer.
Zou hij soms wat aanspraak zoeken?
'k Zie hem al de vierde keer.
En de dame die mij aankijkt,
kan ik daar ook wat voor doen
met een woord dat vensters opent
zomaar midden in 't plantsoen?
Zo, eens even rustig zitten.
Ik heb immers alle tijd
om te kijken wie Gods liefde
naar dat kleine bankje leidt.
Heus, Hij vraagt geen grote dingen.
Je kunt soms al wond' ren doen
door gewoon iets aan te horen
op die bank in het plantsoen.
Heb je het wel eens ervaren,
dat je zinnen hebt gezegd
met de allermooiste woorden
daarin hart'lijk neergelegd,
dat je troostrijke gedachten
welgemeend naar voren bracht
en de ander toch vergeefs nog
op het wonder heeft gewacht?
Heb je het toen ook begrepen,
dat je beter stil kunt zijn
en gewoon probeert te voelen
hoeveel angst er is en pijn?
Als je dan de storm hoort gieren
over 'n woeste levenszee,
sla je arm maar om die ander,
zeg eens niets en huil slechts mee.
Ze zoeken eig'lijk overal.
Wie helpt ze om weer te geloven?
Ze kijken links en dan naar rechts,
alleen iets minder goed naar boven
en daar wacht God tot Hij ze hoort,
of het Hem eindelijk zal lukken,
ze met een liefdevol gebaar
stil aan Zijn vaderhart te drukken.
Hij wikt en weegt hoe en wanneer
hun moede ziel is aan te raken
en ziet geen enk'le opening
ze met één woord weer blij te maken.
Maar heeft de nacht hen toegedekt,
dan weet Hij ze opeens te vinden,
want God, zo is het vastgelegd,
geeft't in de slaap aan Zijn beminden!
Laat je niet gevangen houden
door zo'n bolle, glazen wand,
want de jou gegeven ruimte
reikt veel verder dan de rand.
Heel de uitgestrekte aarde
kreeg je als jouw element
omdat jij niet als een goudvis
maar als mens geboren bent.
Er is licht en lucht en vrijheid,
overvloedig, elke dag!
Blijf daarom niet doelloos draaien,
leef zolang je leven mag,
dat, als je bent uitgezwommen
en je levenstijd is om,
je kunt zeggen: "Ik zag veel meer
dan alleen die enge kom!"
Denk eens met je hart
als je zorgen ziet.
Het geeft meer gevoel
dan verstand je biedt.
Vaak is het één woord
dat de ander raakt,
hem of haar ineens
weer gelukkig maakt.
Denk eens met je hart.
't Geeft meer resultaat
als je het verstand
soms wat rusten laat.
Liefde vraagt een hart
dat geen hoofd je geeft.
Liefde is verstand
dat veel dieper leeft.
Neem een grote bezem.
Veeg het maar goed aan.
Nee, begrip en warmte
moet je laten staan,
maar die stapel zorgen
heeft totaal geen zin.
Op dat plekje moet er
heel veel vreugde in.
Kijk eens, in dat hoekje
hoopt zich twijfel op.
Je geloof staat daardoor
bijna op z'n kop.
Ruim dus op die rommel,
zodat je écht leeft
en het waardevolle
weer de ruimte geeft!
Je kunt zorgvol zijn om alles,
om je kind'ren of je vrouw
en of anderen wel tonen
iets van spijt of van berouw,
hoe je deze week zult leven
zonder één cent op de bank
en je toch zult willen zeggen:
"Heer, U brengen wij de dank!"
Je kunt ook je handen vouwen
en misschien wel met een traan
bidden, roepen, smeken:"Vader,
hoe moet ik nu verder gaan?"
Dan gebeuren stille wond'ren
en, als in de oude tijd,
God in al Zijn vaderliefde
over jou Zijn vleug'len spreidt!
Barend uit de zeven kleuren
onverwacht toch gewoon
In beweging dan weer verstild
danzend, zwevend, vertoon.
Beweging vloeit naar het meer
Verkozen eigen dal
Verdampt, gerijpt stijg het weer
wat worden zal.
Zo strijkt de geest de verbeelding.
Worden golven spiegelglad.
De eenling,
ziet bezield de innerlijke schat.
Het kind in hem dat kan niet sterven
in de geest is hij die tot het leven komt.
Die doorlijdt tot de bron van zijn erven
als het luister en het ik verstomd.
Door de Baarmoeder weer te vinden
die het in onwetendheid eens verliet.
Doordat het de wereld te zeer beminde
maar de kracht herwon in het verlies.
Daarin de weg vindt naar de Vader
die altijd naast hem blijft gaan.
In iedere stap het besef dan nader
ziet in het Woord zijn Vaders naam.
Ieder mensenkind zal het ooit weer vinden
als het de ouder in zichzelf ontsluit.
Het éne in alles weer gaat beminnen
dan stroomt vanbinnen naar buiten...Uit!
Heel ver gaat mijn blik en wat ik zie verrast mij
Heel ver gaan mijn gedachten wat ik denk verrast mij
Ik voel met al mijn zintuigen en wat ik voel verrast mij
Ik ruik en proef met al mijn zintuigen en wat ik ruik en proef verrast mij
Mijn verrassing bedroeft mij, daar ik niet weet waar het einde is
Mijn verrassing verblijdt mij , daar ik niet weet waar het einde is
Mijn verrassing voelt warm en geborgen, en toch blijft de verrassing
Mijn verrassing voelt als geschenk der goden, en ik ben een stukje God
Wellicht is dit het geschenk van de Broeders, die altijd bij ons zijn.
Wellicht is dit het geschenk van de Broeders, die van ons houden
Wellicht is dit het geschenk van de Broeders, voor onszelf
Wellicht is dit het mooiste geschenk van de Broeders, de ontdekkingen in ons leven
Geloof is weten
wie je bent
in werkelijkheid
met behulp van anderen
Een duif
bracht een tak
en een boodschap:
dit is mijn zoon
Godskinderen zijn we
jij en ik en zij
niemand uitgezonderd
Er was ook een meisje in dat
weiland, zo'n klein,
bleek en bibberig wezen.
Haar enige gedachte was:
vlug naar het gat!
En ze rende voor haar leven.
Goddank, eruit!
Ze was gered!
Maar: wat was ze aan 't dralen?
Waarom, dacht ze maar,
wat wil hij van mij,
die beer, zou hij me nog halen?
Grote god, een poot!
Ze werd opgetild!
Een zwaai, en daar stond ze weer binnen!
Had ze dit uiteindelijk
gewild?
Moest alles opnieuw beginnen?
Maar die stem, waar kwam die nu vandaan?
"Kijk me aan!"
Ze keek, ja toch,
ze wilde zien!
Ze keek, en dacht: die ogen!
Toen bestond er voor haar
geen wereld meer.
De tijd die was vervlogen.
Kon hij zo zijn,
een beer, was ik
daarvoor zo bang, dacht zij.
En vreemd, niets hoefde
er nu meer.
Ze kon overal gaan, ze was vrij!
"Ik wil gaan" zei zij.
"Nu wil ik gaan"
En de ogen zeiden: 't is goed.
"Maar ik kom bij je weer,
want je hebt me zeer
nodig, ik ben van jou."
En waar ze kwam
zag zij ze weer,
die ogen van de beer.
Dan werd ze warm.
Wist: Hij houdt van mij.
En ze leefde gelukkig en blij.
Waar ben je? Ik kan je niet bereiken en dat doet zeer
Zo wild als de zee kan zijn
Zo mooi is de zonneschijn
Ik hoor de vogels fluitend in de duinen
En ik voel mijn hart huilen
Huilen omdat ik niet meer weet wat ik moet doen om te je helpen
Ik loop over het strand en
Ik ik naar de zee
Ik hoor de wind door de duinen waaien
Ik hoor de vogels kraaien
Zoals een vlinder dansend in de lucht
Ik sla een diepe zucht
En loop richting de zee
Ik laat mijn gedachten met de wind mee gaan
Ik wil jou van wie ik zoveel hou
Ik wil je fluisterende stem in mijn oor horen zeggen dat je van me houd
Dat alles weer goed komt
Ik mis je, ik mis de spiegeling van je ziel in je ogen
Ik mis de warmte die van je afstraalde
Ik mis je armen om me heen
Ik wil weer dansen als een vlinder
Ik wil de wind weer voelen
Ik wil de spiegeling van de zee weer zien
Net als in jouw ogen
Net als jouw armen om me heen
Ik mis je zo erg en je hebt geen idee...
Het mooiste schreef ik
op open haard houtblokken
in kelder cafee.
Genoeg gestorven,
begraven en verrezen,
nu eens wat anders.
Andere wereld,
waar dood niets heeft te zeggen
dan: ik besta niet.
De nieuwe morgen
over de lijkenvelden
van de vergissing.
God schreef een gedicht
en zag, dat het heel goed was,
en grinnikte wat.
Stuk voor stuk heb ik
ze gezien, gehoord, gevoeld,
in woorden verdicht.
Proza is woordkunst,
een poging te verwoorden
de zin van het zijn.
Weet je, niets duurt eeuwig, aan alles komt een eind,
zelfs aan ons afscheid.
Neem nu mijn hand, mijn lief
het is tijd
ik zie je graag
Alles ging zo goed totdat het noodlot kwam,
Maar met alle liefde en kracht die jij me bracht,
zijn we nog steeds bij elkaar.
O lieverd wat hou ik van jou,
Samen knokten we ons er doorheen, want ik was toch niet alleen.
Een fijne vent een fijne man die toch met een gehandicapte leven kan.
Deel alles uit wat men ontvangen heeft dan weet je zeker dat je leeft. Want echte Liefde en kracht
is waar de mens op wacht.
Dit alles kan niet van uit mezelf geschieden
want dit is verkregen uit het niets.
Van uit dat niets kan alles zijn Liefde, Blijdschap
maar geen pijn.
Wat er overblijft is dood en verderf is het daarom mee gegeven?
Nee het was de bedoeling voor dit aardse leven.
Als wij mensen elkaar niet verdragen dan hoeft men niet te vragen.
Wanneer je vraagt waarom dan staan we nog steeds Zoals eeuwen geleden met een spraak verwarring in dit heden.
De Toren van Babel. {HELAAS}.
je passie
je ziel
je kracht
wringt zich een weg naar buiten
van heel diep vanbinnen
en je laat niemand onberoerd
je bent er
onuitgesproken
vanzelfsprekend
voor iedereen
je bent er
niet altijd even sterk
maar altijd echt
Soms gaat de tijd te langzaam
dan weer te snel soms even te weinig
en soms veel te veel.
Als heden en verleden elkaar ontmoeten,
toont de toekomst nieuwe wegen.
De woorden en de beelden talmen
en toch dringt iets onstuitbaar aan;
het nieuwe leven ademt vrede
en vult onhoorbaar hier en heden
opdat ik het toch zou verstaan.
Al zijn de woorden en de beelden
weer veel te klein voor 't grote licht:
er kan zoveel opnieuwe beginnen
rondom ons en ook diep vanbinnen,
dit vang ik niet in een gedicht...
jij klinkt mooier als muziek
jij klinkt mooier als vogelgefluit
jij klinkt mooier als watervallen
jou lippen vormen nu een gedicht
The will to change self
to do the will of yourself
as core of god's will.
No follower of
some god, some saint, some prophet,
but of your nature.
Like a bird on roof,
a flower in the big field,
a loved loving child.
The final bliss conclusion:
I am a loving loved one.
Cor 18.11.2002.7.15
DAVID VAN DER STOK
Onderzoekend gaan we door,
onwetend stellen wij ons een beeld voor,
wat willen we?
Waar gaan we naartoe?
Heeft het wel zin?
Duurt het nog lang?
Woorden van twijfel,
onzekerheid,
geen zelfvertrouwen.
Dan begint weer een nieuwe dag,
de zon doet ons leven,
hoop kan weer zegevieren!
We werken onze weg verder,
door de jungle van twijfel,
angst,
verdriet en weemoed.
De buitenwereld zal het nooit te weten komen,
de pijn is ondraaglijk,
woorden kunnen me niet helpen.
Wie zal me ooit begrijpen als ik het niet kan ?
Hoe verkrijg ik duidelijkheid als ik die zelf niet heb ?
Ach, woorden lossen niets op !
Woorden van ...
Van het geklop, geschop en gebeuk
schrikt elkeen die eerlijk leeft.
Van het gezwelg, gezuip en geneuk.
Adam siddert en Eva beeft.
En het gebaar, gekus en gewuif
voelt niemand die zich niet vermengt
in het gedans, gezoen en gewuif.
Adam leert en Eva denkt.
Aan het geluk, gepluk en gevrij
werkt elkeen die kan zonder macht.
Hij laat het gevecht, gelieg en gevlei.
Adam giechelt en Eva lacht.
Het gewone, geliefde en gezonde
wordt door iedereen die zijn leven maalt,
in het hart gezocht en gevonden.
Adam glundert en Eva straalt!
I wish our time was there
So much love
i had never felt before
Everytime when you where here
There is never a falling tear
I wish that i can take us to an other place
We together
one burning heart
I wish our days are coming back
Right here in my arms
A warm heart
And never had to fear
een felblauwe zondagmiddag,
zon op de rode bank
windstil
ijs op't gras
en 32 minuten te vroeg
zalig zitten genieten
van het contrast
koude bank-warme zon
tegengestelden zijn altijd interessant.
en het tweede:
Waarom?
Waarom toch schrijf ik dit gedicht,
Waarom laat ik dit blad niet wit.
Waarom zijn er geen blauwe bomen,
Waarom zijn onze steden grauw.
Waarom tikt de tijd steeds verder,
Waarom toch houden mensen van elkaar.
Waarom het draait,
Waarom wij leven...
Ik stel de vraag, maar weet:
Waarom is te gecompliceerd,
Waarom
dat kunnen wij niet weten.
maar de mens kan veel dingen zeggen
gebruik deze onderschijding om de anderen te overstelpen met liefdevolle woorden.
druppels van verdraagzaamheid
drogen niet op in de zon
vormen plassen, meren, zeeën
groene oasen op de wereldbol
When will the human war end?
Where is de sweet magnolia that once created our existence?
I try to trust the air I breath.
Now I sit on top of my head wondering where intelligence
will end.
At the end it is our opinion that kills the kitchen
of our new world .
I like to cook in our misery and place the table in the direction
of what we destroy.
The menu today is a handful of nations.
the pousse café contains a slice of human traffic.
we eat and grow old get bored and make another war.
zolang er kusten zijn
waar,
geworpen door 't tij
elke drnkeling in mij
zich kort poogt op te richten
nog onwenning aan 't licht, en
veblind, al was 't maar voor even
door schoonheid van 't leven
dan,
door sterfelijkheid bedrogen
als wrakhout weer
te snel, te snel terug gezogen
waar nagels,
aan gestrekte arm
naamloos en vergeefs
naar houvast krassen
laat elke volgende, nieuwe golfslag
taal noch teken
ongewassen
toch,
zolang er kusten zijn
zal ik blijven dromen
van - en moge 't ooit kome-
'n branding zonder pijn.
zacht,
maar oprecht
in een fase
waarin tijd leek stil te staan,
zware lasten lichter werden
om verder te gaan
over nieuwe wegen,
door dalen van berusting,
tot waar oneindigheid
reiken kan
na die laatste -zachte- woorden...
* * *
("YPERITE"
late at night
a mist
fills the valley.
without knowing
it suffocates
like a dark power.
on the fields
our dead bodies
and under the grass
a brown soil)
* * *
"TYNE COT"
toen jullie
naar het front
trokken
waren jullie
levende helden
en nu
liggen jullie
op de heuvel
waar alleen
papavers bloeien
* * *
("TYNE COT"
when you left
for the front
you were
living heroes
and now
you're on top
of the hill
where only
poppies
blow...)
jou onverwacht aanschouwend
zie ik jij en ik als wij
alsof ik me herinner
alsof ik dit verwachtte
geen lange woordenstromen
waarmee ik mij verdeel
alleen zijn maakt me heel
we buigen voor
naamloos verlies van
een nietszeggende strijd om
het behoud
ontstemd als je bent
ontwapend
een valse noot in je hoofd ...
en ik, ik ga niet akkoord
met het heengaan van de zin
Ijlde je niet door verwaande gedachten
als iemand die niet weet wat te kopen op de markt.
Het eindeloze gedraai, keer op keer,
doet het hart zijn stabiliteit verliezen.
Ik zoek in jou naar de regelmaat der ontmoeting
het uur van luisterbereidheid
voorafgegaan door een wachtend verlangen.
Je draait en keert, loopt en zoekt
en vindt niet wat Ik je bieden wou.
Draag niet de onnoemelijke last van wentelend zoeken
maar kom, doe de deur van mijn ontvangend hart open.
Zet je neer aan de gedekte bebloemde tafel
met voor jou de kelk met wijn en het gezegende brood.
Reik je hand en laten wij samen drinken de wijn die liefde schept.
Nuttig het brood van mond tot mond
tot gezegend samenzijn ons verheft boven wolkenloze sferen
daar vindt boven een wentelende eindeloze eenheid plaats
die nooit of nimmer zijn kracht en adem verliest
maar steeds zich verheft in groeiend opgaand liefdeswellen.
Kom en drink alle geneugten die de wijn jou schenken kan,
laat de zoete adem van ons verbond zijn eenheid vinden.
Het hoofd gewend naar elkaar
genietend van de eerste maar de eeuwigste kus.
bij het voelen van een hand
die zachtjes mijn tranen afveegt.
zou ik nooit huilen
uit angst je te verliezen.
Een man, een jongen
die
nog niet uit het nest was gesprongen
en zijn gedachten was verloren
op
papier dat als een boom was geboren
Om een wereld te begrijpen
die
vezinkt in een consumptie orgie
om het ideaal te behouden
dat
hij nog ergens liggen had
Jouw hand komt bibberend naar de mijne,
Ik warm hem op al ware 't de mijne,
En ik kijk hoe je er van geniet,
Het is als wat ik onlangs op de radio hoorde,
Dat schitterende lied ...
Jouw mond kust mijn lippen zacht,
Dit is niet helemaal wat ik had verwacht,
De liefde laait op naar een top,
Een top van ontspanning en genot,
Een top te hoog voor God ...
Van Daan...of van Marie?
toch even aan zijn lijn
tot jij angstvallig
los wil laten, weg
wil zwemmen met een
stuk uit je gezicht
het is onzinnig
dat hij vist
betekent niets, hij vist je
beeld en gooit het dan terug
maar vangt je weer
hij vangt
hoe je herhaalt
herhaalt herhaalt
Mijn kind, mijn dansprinses
Ik zie je bruine ogen stralen
je haren dansend om je gezicht
Als je je wezen in dans gaat vertalen
Mijn dochter, roosje van mijn hart
Wat ben je mooi zoals je bent
Ik kijk en luister zo graag naar jou
De natuur heeft jou verwend
Iedereen ziet in jou het mooie
Jouw openhartigheid en plezier
Lieve meid, ik kan je enkel wensen
Een mooi en leerzaam leven hier.
Sprak tot mij in den stillen,
Den stillen nacht;
Gedachten die mij kwelden,
Vervolgden en ontstelden,
Verdreef Hij zacht.
Hij liet zijn vrede dalen
Op ziel en zin;
'k Voelde zijn Vaderarmen
Mij koestren en beschermen,
En sluimerde in.
Den morgen, die mij wekte
Begroette ik blij.
Ik had zo zacht geslapen,
En Gij, mijn Schild en Wapen,
Waart nog nabij.
Rusteloos wriemelen op het kussen,
werken aan het groot patroon ...
Met ons kruisen als spelden ertussen.
Och, 't ware toch al te schoon.
Mocht ons garen nimmer kort zijn,
Het kussen nimmer vrij
Laat ons, met de spelden, klossen zonder pijn.
Zo, Ja zo, maken wij ons Here blij.
Klik klakklikkend door elkaar,
't garen vliegt,'t een al over 't andere.
Zo, komt 't levenskantwerk klaar.
En garenloze klosjes ruimen plaats voor andere
't Klinkt simpel. Rijmelaarwoorden
En toch... denk eens na!
't Komt uit dieper zielsakkoorden.
Daarom, is 't dat jij en ik besta.
Maar op een dag dan zal ik huilen
vanuit de diepte en heel emotioneel
dan zal ik zoeken naar armen om in te schuilen
dan wordt het dit kleine mensje allemaal even teveel
Ik wil niet langer liegen
over de liefde die ik in mij voel
die ik zou willen delen met iemand
die begrijpt wat ik bedoel
Want op een dag dan zal ik huilen
vanuit de diepte en heel emotioneel
dan zal ik zoeken naar armen om in te schuilen
dan wordt het dit kleine mensje allemaal teveel
Veel liever zou ik eerlijk willen leven
mijn hart openen en geven
dan zal ook jij niet meer liegen
dan zal ook jij niet meer schuilen
maar leven we in een weelde van liefde.
kopje onder in de liefdes zee
jij trekt mij zomaar met je mee
ik verdrink in jou hartstocht
want jij bent de jongen die ik zocht
zijn het je ogen of is het je lach?
het is zeker niet gelogen dat ik jou graag mag!
als 1 druppel regen zou zegge:
ik hou van jou
dan zou het het hele jaar door regenen!
(ik zoek nog mensen die met mij wille chatte kimpie_2002@hotmailcom... ben 14)
doeg xxxjes
dan..
voetjes naast het bed
stapjes op de trap
armpjes om mijn nek
komt mammie gauw terug?
gegeven handen grijpen naar dauwende waterdruppels
die als hangende tuinen wiegen in het loverbos
Dans met mij mee op gebeden van engelenkoren
die een achtergrond vormen
in de speelse tuinen van de hemelfronten
Handen reiken, ogen glinsteren
een speelse taal van aangereikt bloemfestijn
Vrede danst in het rond
draaft voor ons uit terwijl het maanlicht steeds meer spreidt
tastbare stralen op golvende haren in de wind
Het ruist er door bomen van groenolijfachtig kleurenpalet
Wie draaft daar heen?
Wij buigen diep ter aarde neer
met huiveringwekkend gemoed
terwijl zijn hand de sierkunst
van de bloemen doet ontvouwen
en dat met weelderigheid
Japanse jasmijnen vullen onze lichamen
met geurende wierookwalmen
even beweeglijk en huiverend met ontzag
om 't fluisterend ingesproken woord dat zich ontvouwt
als een waterlelie boven donkere waterdiepten
De maan weerspiegelt de komst van de morgen.
+
What will I do...
than just loving you.
Mag ik je lenen,
Wil jij voor me denken?
Dan kun jij voor me kiezen,
Wil je me dat schenken?
Of heb je iets te verliezen?
Mag ik je lenen,
Ik wil het zo graag,
En ik weet wat jij wilt,
Ben ik misschien te vaag?
Heb ik je tijd verspild?
Mag ik je lenen,
Zou je dat willen?
Vind je dat fijn?
Zou het iets verschillen,
Als je nu bij mij zou zijn?
Ik sloot mijn ogen
en
heb gezwegen.
Wie kan mij de kille regen drogen
Mijn woord heeft zich ontdaan
van het refrein.
Je bent gegaan
waar ik ben gebleven
"ik mis je" wordt maar eens geschreven
Je was zo klein.
Ik had zo graag
aan jou mijn naam gegeven
*****************
De kracht van de mens
schuilt
in het "ja"
durven zeggen
en het "nee"
laten zijn
******************
Aarzelend sla ik mijn ogen op
en herken ik
de ontkenning
kenmerkend
voor mijn blindheid
die ik afleg
nu ik
in wil zien.
Langs de lus van de tijd
verdraaid doorheen sferen
waar haat zichzelf bevrijdt
en liefde wordt geboren
zoek ik gelaten
naar het licht.
Naid
Ik vleide me neer tegen jouw sterke stam
en was in een andere wereld
de wereld van liefde en begrip
mijn tranen vloeiden
maar het waren tranen van
geluk en tevredenheid
Nooit ben ik zo bemind als op dat moment
toen alles goed was en jouw kracht
door mijn aderen stroomde
wij waren verbonden in tijd en ruimte
ik mis je en zoek je steeds weer
mijn oude vriend, wat heb jij allemaal doorstaan
om zo wijs te worden en zo mild?
Ik hunker naar de zon
die ons lot heeft bepaald
en warmhartig
licht en leven
tentoonspreidt
In rust
herken ik
Het prille lenteblad
van de grimmig
aanschouwende eik
In rust
spreid ik
Mijn takken
naar 't hemelse gewelf
Waaronder nietigheid heerst
Onrust in de stad
Grillige wolken
huilend boven haat
Brand gesticht
waar bliksem inslaat
In rust
durf ik
Te hopen
Dat de vulkaan
zo vruchtbaar
Nooit meer spuwen zal
Laat ons naar ruimte streven
In ons, en ook die ander geven
Laat ons naar uw Liefde streven
In ons, door U aan ons gegeven
Om te dragen, om te groeien
Om ons ego uit te roeien
Om ons lijden te ontgroeien
Om dan op te bloeien...
Zo licht, zo zacht.
Zo warm, zo vol kracht
Zo te mogen leven
Zo is mijn streven..
Ik voel de kracht van het licht
Al verbrandde het mijn "aangezicht"
En hunkerde ik naar verkoeling
Ik voelde diep van binnen een bedoeling
Ik voel de goedheid in een mens
Al lijdt deze nog zo intens
Aan allerlei vormen van levenspijn
Ik voel dat er andere Wetten zijn
Ik voel de goedheid in mezelf
Lang niet altijd, maar als dan vanzelf
Het zonlicht mijn wolkendek vervangt
Dan voel ik waar mijn hart naar verlangt
En als ik soms even mijn evenwicht niet meer vind
Dan voel ik een hand, strelend als de wind
En soms in een menselijk gezicht
De weerspiegeling van een lieflijk Licht
Dan voel ik dat in alles wat er is
Er niets teveel of te weinig is
En wat de toekomst me ook brengen zal
Ik voel, ik weet me, in harmonie met het Al. ...
als zij die mij kenden
over mij nog praten
zullen ze zeggen dat ik er niet meer ben
maar ik leef
als ik nu eenzaam ben
misschien niemand aan mij denkt
als de stilte hoorbaar is
weet ik toch dat ik leef
want mijn gedachten zijn een met alle gedachten
eenzaamheid zal culmineren
in één samen zijn
omdat ik leef
belichaamd of niet
bedacht of niet
gekend of niet
ik leef en leef altijd
omdat ik ben
kan ik niet geweest zijn
kan ik niet weer zijn alleen maar ZIJN
met heel veel genoegen heb ik uw web ontdekt veel suces ermee
O de heilige onsterfelijke sterren
hoog boven mijn onsterfelijke hoofd
waar het geloof met zijn kindervertrouwen
mij een hemel eens had beloofd
als deze ogen zich sluiten voor eeuwig
en dit lijf wordt ten grave gedragen
o de stille onbegrijpelijke sterren
o het mysterie en heer van de nacht
lief - de dag is zo druk en nuchter
zo voor het klein en het stoffelijke alleen
en de mensen verloochenen hun ziel en
naar het eeuwige leven vraagt geen
kom met mij waar de heilige nacht met
haar ogen van sterren wenkt
waar een adem van liefde om ons zweeft
en de hoop met haar beker ons drenkt
lief - eens zullen wij sterven - wij beiden
wij samen of ieder alleen
en het graf is zo diep en de hemel zo hoog
en of God leeft weet geen
en ik heb niets te doen dan de stem van mijn hart
die mij het eeuwige leven belooft
en de heilige onsterfelijke sterren hoog
boven mijn sterfelijk hoofd.
MAAR LOST HET KANON EEN BOEK ETEN OVERDOEN...
Tussen de takken achter de bomen,
lig ik nog steeds te spacen en te dromen.
Gemaakt met de datum van vandaag,
doet mij met mijn van Dale links spelen
o zo graag.
Of we nou roe of koek gaan krijgen.
Met wat getoeter en gebel zal straks
de buurvrouw voorbij schieten en
verder wel weer zwijgen.
Versnapering op de schaal naast peperkoek vijgen.
Naast actie met punnikken leer ik
vast nog wel rijgen.
Spiegeltje spiegeltje aan de wand,
Wie leest het uit deze krant.
Evenaar dit vandaar een raar gebaar,
En toen zei sintpiet tot volgend jaar.
MAAR SMELT DE MELK NOU TEGEN
DE VERKOELENDE SUIKER...
het keurslijf van de aardse grenzen
en 't dwingend juk der tijd.
Dan voelt zij, voor de dag gevangen,
zo'n heimwee naar de eeuwigheid.
Al vaker ging ik door die nauwe gang
en dreef een blinde drang mij dwingend voort.
In steile stilte galmde, woord na woord,
mijn zelfgecomponeerde zwanenzang.
Maar telkens bij het allerlaatst' couplet,
wanneer ik in wil zetten 't slotrefrein,
wijken de wanden van de rots, wordt mijn
bedaarde stap in dansen omgezet.
'k Weet, dat bij 't hoogtij van een vergezicht
mijn sterke voet de berg beklimmen zal,
dat ik na ieder doorgestruikeld dal
ontwaken zal in een volmaakter licht.
Tot bellen opgeblazen schittering uiteengespat,
haar rafels strijken misgevouwen plooien glad.
Wat rest mij, als de einder van illusie is bereikt?
Mijn blik niet voor en achter, maar rondom in spiegels kijkt?
Uit oermaterie stroomt een bedding, vloeit een dromend beeld,
een schaduw komt langszij en maakt een mens geheeld.
Een mens, niet in te tomen al zijn levensdagen.
Een hart dat onbedwingbaar neigt tot jagen.
afwachtend, solitair op hoge tak,
onpeilbaar hun gesloten, vilten ogen,
de nek begerig naar hun prooi gebogen.
Een vijand vindt bij hen geen onderdak.
De kudde hijgt en richt haar scherpe spies
om tekenen van zwakheid te traceren,
de kleinste zieke plek te signaleren.
En één alleen ontkomt niet aan verlies.
Het houten kruis, op ied're hoek te koop,
werd hem geschonken door fluwelen stemmen.
En anders kon hij niet dan strak omklemmen
het enige houvast in zijn hordenloop.
Bespot door hen wier tijd het nog niet was,
ontwrong zich aan zijn borst een laatste zuchten,
voordat, gelijk een godenzoon, hij vluchtte,
hem ongezien een paarlenkroon genas.
Een bloedend hart is nooit alleen.
Het sierlijke balkon, de deuren half geopend,
werd slechts verlicht door 't zwakke schijnsel van een bleke maan.
Een glanzend waas omgaf de frêle pianiste,
alleen in het vertrek, maar onafscheid'lijk haar compaan.
Waar hoorden zij de lang vergeten melodieën,
die twee, wel dicht bijeen, doch nimmer zo volmaakt vervloeid?
Hoe bracht elk teer akkoord hun de verlangd' herkenning?
Wie had de eeuwigheidsmomenten uit hun hart gesnoeid?
O stem, die eerder dan het licht de ruimte vulde
en die van ied're mensenziel een vonkje houdt bereid,
opdat zij in haar heimwee, vreemd en ver, zich wende
tot haar eigen voltooide, unieke oneindigheid,
beroer hen, spreek hen aan, ontvank'lijk in het duister.
Communiceer zoals eertijds dit door u is gedacht.
Weerklink uw werv'lend', weidse zijn in hen die luist'ren
deze verlaten, tijdloos-stille, zuidelijke nacht.
Hermetisch van wat is geweest en zal zijn afgesloten,
bekruipt bij het nieuwe begin mij een twink'lende kracht.
Gedachten gestold, in een drempel mijn plannen gegoten,
geniet ik de onschuld der kind'ren, die 't leven verzacht.
Want zouden wij weten van handen die los moesten laten,
van vragende ogen vol tranen, die zoekend niet zien,
van harten mistroostig, die liefhadden zonder hiaten,
van 't grote vaarwel, van het aarz'lend veelvuldig 'misschien',
dan was zonder rimp'ling de spiegel niet van 't vlakke water,
vermocht niet de roerloze lelie haar kelken te openen wijd.
Door wortels - een scheem'rige, drassige poel was hun mater -
zijn hunk'rende knoppen gestaag naar het daglicht geleid.
Zo zullen wij telkens opnieuw uit de tijd zijn geboren
en brengen tot bloei wat reeds beeft in ons diepste idee.
't Geruis van de vlietende stroom zal de reiz'gers niet storen
die volgen het glinst'rende pad van de maan over zee.
De eik bij het hek -
statig, monumentaal -
is honderd jaar ouder dan de oudste zerk.
Verdriet, verdrongen door mosplakkaten.
Vogelrumoer
onder een koepel van stilte.
Zeg nu maar niets,
spreek vanavond in mij.
Verbonden harten bestaan niet in steen.
Op verbonden harten
krijgt mos geen kans.
huizen in eennachts-webben, nauw verborgen,
in onverwachte hoeken vastgezet.
De zon herziet haar plannen elke morgen
en steeds weer anders valt haar silhouet.
Waarom toch trekt dit luchtige, frivole
de schaduwkant niet in zijn opgaan mee?
Waarom doopt zijn geheim niet beide polen
tezamen in het gracieus frisé?
Het kan niet anders; wie het wachtwoord kennen,
beseffen dat het licht slechts afscheid neemt
om rust te brengen en opnieuw verwennen
en dat de tijd van leven is geleend.
Het donker brengt de stilte dichterbij.
Het doek valt na 't applaus in het theater.
En in een oogverblindend panta rhei
bewaart de schaduwkant haar zon voor later.
De duisternis omgeeft u als een deken.
Uw ogen zijn door stil verdriet omrand'.
Hij grendelde de deur en nam de sleutel.
Mijn hart begroef hij als zijn onderpand.
Hij hield mij twee maal zeven jaar gevangen.
Mijn stem bracht hij tot zwijgen, keer op keer.
Pas toen 'k zijn stervensbeker had gedronken,
gaf, uitgeblust, hij mij mijn vrijheid weer.
-
De winter bergt de zaden voor het voorjaar.
Sneeuwdennen pronken roerloos met hun tooi.
Donker in licht, mijn voeten zweven verder.
Het leven, jij, zo mooi, zo mooi,
zo mooi.
er is een kracht
klein gemaakt, zwak
teruggedrongen tot kalme wateren
er is een stilte
een spannende stilte voor de storm
een onhoorbare schreeuw
onder de kalmte hoge golven
de spanning verscheurt de domme zekerheid
de sluier van de schijn wordt afgerukt:
zij is niet mooi
jouw vlam brandt opnieuw
haar ijs-vingers smelten
de gloed maakt haar greep machteloos
je kunt haar eindelijk ontglippen
adem, storm en vuur
een afgebrande brug achter je rug
de rivier is buiten haar oevers getereden
jij bent het echt
eindelijk herkenbaar
het doet maar even pijn
verteren in je eigen vuur
verdrinken in je eigen golven
totdat jij zelf vuur wordt
totdat jij zelf eigen dijken doorbreekt
a whish of an eternal melody
hiding in the deepest waters of my mind
a voice, slowly fading away,
seeking a place to rest
and to rise when the light breaks through
through the blind windows of forgotten memories
mozaics from long ago
clear for a short moment
a lightning through the dark forest
of words without any sound
walking in a circle
crying without tears
filled up with everlasting love and peace
somewhere, nowhere, at that place
there's a word that doesn't break the silence
a word, sweet and painful
a wind, blowing through my hair
somewhere, anywhere, at that place
there's a touch, invisible but strong
a touch, which lets me move inside
to make the red rose shiver and cry
somewhere, nowhere, anywhere...
doesn't matter...
for a moment I've been there
tussen de uiterste extremen
ben ik veroordeeld
om levenslang
te leven
we hebben al veel doorstaan
en dat onze vriendschap nog lang zal blijven bestaan
daar kan je van op aan.
ik ben een kloppend hart, dat voelt...
...de geur van de soepele beweging
zacht en sensueel
de volmaakte schoonheid van de helende ontspanning
de spannende ontsnapping
ik raak je aan met mijn ogen
ik snuif je op met mijn gedachten
zo ben je op je mooist
jij, scheppend schepsel
glimlach van God
litteken op mijn hart
geef mij een trap
en ik zal rollen ver van je heen
je zal mij geen pijn doen
ik ben een steen
herinner mij
en ik zal blijven, onbewogen en trots
de plaats van terugkeer
ik ben een rots
Wanneer de zwaluw wenkt
dat het tijd is om te vertrekken
naar waar de lente jouw kleuren zaait,
dan kom ik je halen.
Wanneer de tijdloze rivieren
het leven geven aan duizend waterlelies
die je naam schrijven,
dan kom ik je halen.
Als dan na vele dagen dragen
het barensuur gekomen is
en vreugd' en pijn elkaar verdringen
en zij haar adem perst in 't nieuwe leven
dan blijkt God een vrouw te zijn.
Wat is vooruitstreven
anders dan zakken in je leven
dolend door de grotten onder mijn bestaan
besef ik mijn oppervlakkigheid, hier ver vandaan
Voor uitzicht
Steeds meer los van toekomst en verleden
het nog onontdekte heden
op slechts twee blote voeten betreden
Ontologie
Keer op keer
ont dek ik weer
zijn is niet te vangen in een leer
Hé hé
Verlost
van veel pijn
als ik ben
niet meer wil zijn
We versluieren die soms met onze angsten,
En verduisteren ons uitzicht met onze dwaze tranen,
Maar na enige tijd klaart de hemel weer op,
Want mijn liefde blijft altijd heftig schijnen.
Ik leef tenslotte,Maar één enkele keer!
Nooit zag ik een storm zo zwaar,
of de hemel werd daarna weer klaar.
Nooit kwam er zo'n wanhoop voor,
of er brak wel weer een lichtstraal door.
Nooit was men zó van z'n stuk,
of Liefde zorgde voor geluk.
Dag tuinman - Lelietjes van Dalen
gesloten oester
vol van paarlen,
jij maakt in mij de poëzie
de aster, klimop - lithanie.
Mijn drift brengt me in steden
verschaalde cactus van het heden
alleen zonder mens
in woestenij
leggen
slangen
hun monniksei.
En jij: mijn dichter - Onkruidswieder -
ben jij wel eerlijk? -
begeesterd door "die Lieder"?
Wat is je wens?
naast schoonheid, beeldspraak
en de rust...
de natuurlijkheid van mens
die eeuwig kust!
Voor de tuinman van Duinrell.
Zij die God ontkennen, ontkennen ook
mensen.
We zijn toch gemaakt naar Gods evenbeeld
che si, che no...
Laten we dan nooit iets waaruit we
gemaakt zijn...
Ontkennen?
Che si, che no...
The date was carved in letters bold,
Bounded by a rim of gold,
I never felt so quite alone,
Around the green, before the stone.
I thought a moment to my heart,
That death will never take apart,
What lies within the core,
Shall grow and live for evermore.
I sat a while upon the tomb,
And saw at once a spacious room,
Where light was new and so serene,
This was a place I had never been,
One room of many in the House.
Dan, plotseling, zie ik een spelend kind,
Dat heel alleen de wijsheid vindt,
Van vriendelijk gebaar, barmhartelijkheid,
En zodoende mijn bezwaard gemoed bevrijdt,
Immer voorwaarts, onvervaard,
Oneindig het oog van de dichter dat staart,
Ik vertrouw op jou en mij,
Samen met jou voel ik me vrij.
Vrij om door te gaan in dit leven,
Sterker en welwillend om meer te geven,
Een klein moment, zo op de dag,
Kan schenken wat geen goud vermag,
De stille wijsheid van een kind,
Dat alleen de wereld, het leven bemint.
We belong to the earth!
Ever followed a butterfly's erratic flight
Or gazed at the sun into the fading night?
You better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
Do you run through each day on the fly
When you ask "How are you?"
Do you hear the reply?
When the day is done,
Do you lie in your bed
With the next hundred chores
Running through you head?
You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
Ever told your child
We'll do it tomorrow
And in your haste, not see his sorrow?
Ever lost touch,
Let a good friendship die
'Cause you never had time
To call and say "Hi"?
You'd better slow down
Don't dance so fast
Time is short
The music won't last
When you run so fast to get somewhere
You miss half the fun of getting there.
When you worry and hurry through your day,
It is like an unopened gift...
Thrown away...
Life is not a race.
Do take it slower
Hear the music
Before the song is over.
'Hebben' is niets. Is oorlog. Is niet leven.
Is van de wereld en haar goden zijn.
'Zijn' is boven de dingen uitgeheven,
vervuld worden van goddelijke pijn.
'Hebben' is hard. Is lichaam. Is twee borsten.
Is naar de aarde hongeren en dorsten.
Is enkel zinnen, enkel botte plicht.
'Zijn' is de ziel, is luisteren, is wijken,
is kind worden en naar de sterren kijken,
en daarheen langzaam worden opgelicht.
onthult zich
als ware
'de illusie van pijn'
zij voert mij zachtjes mee omlaag
ver weg van mijn verbrijzeld leven
krijg ik ooit antwoord op mijn vraag
waarom ik niet genoeg kon geven?
Dag licht, ik heb je opgegeven,
ik volg mijn vriend de duisternis
ik wil niet langer zo meer leven
ik wil heen waar het altijd donker is.
Dag vrienden, ik heb jullie opgeven,
volg me nu in het donker niet
doe geen moeite mee te zweven
ik ben al weg, zoals je ziet.
Dag leven, ik heb je opgegeven,
ben in een ver en mistig land,
ik probeer slechts te overleven
tot ik wordt gehaald naar d'overkant.
Ik mag niet zelf vertrekken
die belofte heb ik mijn kind gedaan
maar niemand kan mij ooit beletten
om nog alleen maar te bestaan.
Van Duisternis naar licht
Zijn er toch nog andere machten
ik zie opeens verweg wat licht
krijg ik daarvan nieuwe krachten
wil ik wel dat het duister zwicht
sterker wordt mijn drang tot leven
lichter wordt het om mij heen
de duisternis wordt nu verdreven
uit de afgrond waar ik in verdween
struikelend begin ik te klimmen
omhoog, omhoog wil ik nu gaan
weg van al die hersenschimmen
ik wil niet enkel meer bestaan
het leven zelf wil ik weer voelen
jij bent geen vriend, jij duisternis
ik laat mij door het licht omspoelen
een mens die uit de as herrezen is.
Paula Geerts-van der Giessen, mei 2000
hoop gaat
ten onder
als je leeft zonder
het wonder
om je heen
liefde
valt in duigen
als je niet kunt getuigen
van het wonder
om je heen
verwonder je
het wonder kan niet
zonder je
geloof, hoop en liefde
om je heen
Mijn Ziel is nacht; gij JEZUS, mijn beminde,
zijt dag; waarom kan uwe zonneschijn
mijn duister niet doorvloeien en verslinden,
daar wij nochtans dicht bij elkander zijn?
De hinderpaal is d'uwe niet, maar mijne,
want gij, o licht! dat alle licht verwint,
gij kunt niet doen als blinken ende schijnen
door alles wat gij dun en open vindt.
Daar moet een berg van velerlei gebreken
en beelden, door de zinnen in geraakt,
zijn hoogen kruin tot aan de wolken steken,
die in mijn Ziel een nare schaduw maakt.
Och, was die weg! Dan zou mijn herte bloeien
en als een beemd met bloem en vruchten staan.
Mijn sterke God, gij moet dien scheidsmuur roeien,
al zoudt gij hem met storm de kruin inslaan.
Goddelijk antwoord:
"Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de dooden
en Christus zal over u lichten." (Ef.V:14)
Wanneer u binnendringt in mijn wezen
bent u voor mij grenzeloos en verdrijft u de toorn van de hemel
We hebben de soma gedronken, we zijn onsterfelijk geworden,
we hebben het licht bereikt, we hebben de goden gevonden.
Wat zou goddeloosheid ons nog kunnen schaden
of de boosheid van een sterfelijke?
O drank, wees onze ziel genadig , zoals een vader voor zijn zoon,
een vriend voor een vriend , o wijze soma, die men van verre hoort
Verleg naar de verte , o soma , onze levensduur.
Die heerlijke mengsels zijn mijn redders
ze omgorden mijn ledematen, zoals lederen riemen een wagenpaard
Dat ze me behoeden voor misstappen en dwaling
en moge dit sap het verlammend kwaad afweren van mij
Laai in mij op , zoals vuur dat geboren wordt uit wrijfhout;
verlicht ons , verhoog onze welvaart!
Dronken van u , soma , geloof ik in mijn rijkdom.
Nader tot ons en laat ons voorturend groeien
Moge ik me innig verbinden met mijn geduldige vriend , zonder dat het mengsel mij schaadt!
Ik denk jouw gedachten
jij droomt mijn dromen
ik zwijg, als jij niet spreekt
ik voel jouw pijn en zorgen
je was en bent een deel van mij
gisteren, vandaag en morgen
Je hoort de fluittonen heel duidelijk
gescheiden, en het gefluit in zijn geheel
ook weer gescheiden van de stilte.
Beken het maar: je kunt wel huilen
om dit krankzinnige verwisselen
van licht en donker, stilte en geluiden.
En tenslotte zag ik in
dat ik in alles ben
en alles in mij is.
De stilte voedt oprechtheid
van de mensen die oprecht zijn,
en van hen die niet oprecht zijn,
zo voedt zij oprechtheid.
De stilte voedt vertrouwen
van de mensen die zelf trouw zijn,
en van hen die zelf niet trouw zijn,
zo voedt zij vertrouwen.
De stilte voedt het minste,
zo vereent zij mensen met elkaar.
Die hebben oog voor hoe dat gaat,
zij gaat bescheiden, als een kind.
De tafen en de stoelen
het brood en het bed
mijn eerste, mijn tweede
en laatste couplet.
De lach die ze lacht
is al bijna een kus
ze past in mijn armen
het sluit als een bus.
Ik hou van je, hou van je
stamel ik zacht
zij was er ineens
geheel onverwacht.
Je kunt haar niet zoeken
niet vragen niet wenken
niet organiseren
en ook niet bedenken.
Zij is er ineens
geheel onverwacht
en zij is de wereld
de dag en de nacht.
Pas als je iemand hebt,
die met je lacht en met je grient,
dan pas kun je zeggen:
"Ik heb een vriend"
Het is je dikwijls zelf ontgaan
je zegt ik ben wat moe
maar op 'n keer dan ben je
aan je laatste beetje toe.