|
Voorlopig heb ik op deze pagina nog niet veel aan te bieden. De
vraag is ook of dat ook wel mogelijk is, gezien het feit dat aan vele teksten nog
auteursrechten verbonden zijn. Bovendien is er natuurlijk niemand bij gebaat als ik
hele romans op deze pagina zou zetten; het zou een lange zit worden voordat deze
pagina geladen is in je browser! Deze pagina zal daarom waarschijnlijk vooral tekstfragmenten
gaan bevatten, plus verwijzingen naar sites waar literaire teksten opgehaald kunnen
worden, of sites waar informatie te vinden is over auteurs.
'Nieuwe' teksten worden in de inhoudsopgave aangeduid met
symbool .

Teksten
Een paar tekstfragmenten van Willa Cather
(1873-1947)
- P.S.: De titels boven de volgende tekstfragmenten van Willa Cather zijn van mijn
hand! Wil je zelf teksten van Willa Cather van het Internet afhalen, dan kan dat
bijv. via de volgende link: The
Willa Cather Homepage.
FRAGMENT UIT DE NOVELLE 'MY ANTONIA'
- Dit fragment heb ik uitgekozen omdat er daarin zo'n prachtige beschrijving
gegeven wordt van een natuurmystieke ervaring. De vertaling
volgt later!
While grandmother took the pitchfork we found standing
in one of the rows and dug potatoes, while I picked them up out of the soft brown
earth and put them into the bag, I kept looking up at the hawks that were doing what
I might so easily do. When grandmother was ready to go, I said I would like to stay
up there in the garden awhile. She peered down at me from under her sunbonnet. 'Aren't
you afraid of snakes?' 'A little,' I admitted, 'but I'd like to stay,
anyhow.' 'Well, if you see one, don't have anything to do with him. The big
yellow and brown ones won't hurt you; they're bull-snakes and help to keep the
gophers down. Don't be scared if you see anything look out of that hole in the bank
over there. That's a badger hole. He's about as big as a big 'possum, and his
face is striped, black and white. He takes a chicken once in a while, but I won't
let the men harm him. In a new country a body feels friendly to the animals. I like
to have him come out and watch me when I'm at work.'
Grandmother swung the bag of potatoes over
her shoulder and went down the path, leaning forward a little. The road followed the
windings of the draw; when she came to the first bend, she waved at me and
disappeared.
I was left alone with this new feeling of
lightness and content. I sat down in the middle of the garden, where snakes could
scarcely approach unseen, and leaned my back against a warm yellow pumpkin. There
were some ground-cherry bushes growing along the furrows, full of fruit. I turned
back the papery triangular sheaths that protected the berries and ate a few. All
about me giant grasshoppers, twice as big as any I had ever seen, were doing
acrobatic feats among the dried vines. The gophers scurried up and down the ploughed
ground. There in the sheltered draw-bottom the wind did not blow very hard, but I
could hear it singing its humming tune up on the level, and I could see the tall
grasses wave. The earth was warm under me, and warm as I crumbled it through my
fingers. Queer little red bugs came out and moved in slow squadrons around me. Their
backs were polished vermilion, with black spots.
I kept as still as I could. Nothing
happened. I did not expect anything to happen. I was something that lay under the sun
and felt it, like the pumpkins, and I did not want to be anything more. I was
entirely happy. Perhaps we feel like that when we die and become a part of something
entire, whether it is sun and air, or goodness and knowledge. At any rate, that is
happiness; to be dissolved into something complete and great. When it comes to one,
it comes as naturally as sleep.
NACHT OP HET LAND
- Uit het verhaal The Bohemian Girl, in de verhalenbundel Trollgarden.
Opnieuw een lyrische beschrijving van een landschap.
The moonlight flooded that great, silent land. The
reaped fields lay yellow in it. The straw stacks and poplar windbreaks threw sharp
black shadows. The roads were white rivers of dust. The sky was a deep, crystalline
blue, and the stars were few and faint. Everything seemed to have succumbed, to have
sunk to sleep, under the great, golden, tender, midsummer moon. The splendour of it
seemed to transcend human life and human fate. The senses were too feeble to take it
in, and every time one looked up at the sky one felt unequal to it, as if one were
sitting deaf under the waves of a great river of melody.
Vertaling:
Het maanlicht overstroomde het grote, stille land. De
velden van de oogst lagen geel uitgespreid onder dat licht. De stromijten en de rijen
populieren wierpen strakke, zwarte schaduwen. De wegen waren witte rivieren van stof.
De hemel was van een diep, kristallijn blauw, en de sterren waren klein in aantal en
zwak. Alles scheen zich neer te hebben gelegd, in slaap te zijn verzonken onder die
grote, gouden, tedere midzomerse maan. De grandeur van dit tafereel leek het
menselijke leven en het menselijke lot te overstijgen. De zintuigen waren te zwak om
dit allemaal op te nemen, en elke keer wanneer je opkeek naar die hemel, had je het
gevoel daar niet op berekend te zijn, alsof je doof temidden van de golven van een
grote rivier van melodie zat.
WILLA CATHER
EEN TEKST N.A.V. EEN
TEKST VAN WILLA CATHER
- Onderstaand vind je een gedeelte van de tekst die ik in het kader van de
Veertigdagentijd in 1997 in het Congregatieblad van de zusters Franciscanessen te
Bennebroek heb geschreven.
In verband met de Vastentijd moest ik denken aan een stukje tekst van de
Amerikaanse schrijfster Willa Cather (1873-1947). Zij heeft prachtige romans
geschreven over het leven van de eerste Noorse immigranten in de Amerikaanse staat
Nebraska. Voor die pioniers was het leven niet gemakkelijk: zij probeerden een
bestaan als boer op te bouwen in een land waarin het 's winters verschrikkelijk
vroor, en waar het 's zomers nauwelijks te harden was vanwege de hitte. Toch zetten
zij door, en wisten dat harde land uiteindelijk om te toveren tot één van de
graanschuren van de wereld.
Het tekstfragment dat ik bedoel, staat te
lezen in het verhaal Eric Hermannson's ziel, uit de bundel Troll Garden. Margaret
Elliot, een Noorse, praat daarin met haar broer, terwijl zij uitkijken over één van
de eindeloze en nog niet in cultuur gebrachte wilde steppes van Nebraska. Margaret
vertelt hoe zij bezoek kreeg van de Noor Eric Hermannson:
"Eric struikelde naar binnen, en op de een of andere
onduidelijke manier wist hij mij duidelijk te maken dat hij wilde dat ik voor hem
zong. Ik zong toen de oude liederen, natuurlijk. Het is vreemd om vertrouwde dingen
te zingen, hier aan het einde van de wereld. Het doet je eraan denken, hoe de harten
van mensen hen gedragen hebben rond heel de wereld, van de wildernissen van IJsland
tot aan de jungles van Afrika en de eilanden van de Pacifische Oceaan.
Ik denk dat als iemand hier lang genoeg
zou leven, dat zo iemand dan helemaal zou verleren om zich met kleine zaken bezig te
houden. Ik denk dat zo iemand alleen nog maar de grote boeken zou lezen, de boeken
waarvoor we in de wereld nooit de tijd krijgen om ze te lezen. Zo iemand zou zich
enkel de grote muziek herinneren, en de dingen die wérkelijk de moeite waard zijn,
zouden duidelijk afsteken tegen die horizon daar ginds."
[Oorspronkelijke tekst: Well, Eric stumbled in,
and in some inarticulate manner made me understand that he wanted me to sing for him.
I sang just the old things, of course. It's queer to sing familiar things here at
the world's end. It makes one think how the hearts of men have carried them around
the world, into the wastes of Iceland and the jungles of Africa and the islands of
the Pacific.
I think if one lived here long enough one
would quite forget how to be trivial, and would read only the great books that we
never get time to read in the world, and would remember only the great music, and the
things that are really worth while would stand out clearly against that horizon over
there.]
Dit is wat mij raakte: dat er een lied
in ons hart kan zijn, dat ons draagt, en dat ons alle wildernissen en alle leed doet
overwinnen. En een lied, waarbij al het kleine en het overbodige in het niet kan
vallen. Ik denk dat Jezus zo'n lied over God in zijn hart had. En ik wens ons allen
toe, dat dat lied van Jezus de komende Veertigdagentijd zich dieper in ons mag
vestigen.
HET LEVEN HEEFT MIJ
BIJNA NIETS GELEERD
3 Aug. 1947
Dit jaar kom ik nog al eens weer in
Kortenhoef en sta dan op 't kerkhofje, opzij van de kerk en kijk over 't land
naar den rand van het Gooi en den toren van Hilversum. Een laatste klaproosje ging
verleden week heen en weer op een zuchtje wind. In 't kromme pereboompje kregen de
peertjes al wat kleur. Het is dan weer het begin van de eeuw. Het leven heeft mij,
Goddank, bijna niets geleerd. 'Het leven heeft me veel geleerd,' zegt de oue sok.
NESCIO
GEDULD IS ALLES
Alles is dragen, in ons omdragen, en dan baren.
Iedere indruk en iedere kiem van een gevoel volkomen in zichzelf, in het donker, in
het woordeloze, onbewuste, zich laten voleinden, onbereikbaar voor het eigen
verstand, en dan in diepe deemoed en geduld het uur, waarin een nieuwe klaarheid
doorbreekt, afwachten: dát alleen is leven als kunstenaar: in het begrijpen, zowel
als in het scheppen. Daar bestaat geen meten met de tijd, daar is een jaar niet van
belang, en tien jaren zijn niets. Kunstenaar zijn betekent: niet rekenen en tellen,
rijpen als de boom, die zijn sappen niet voortdrijft en getroost in de
voorjaarsstormen staat, zonder angst, dat er daarna geen zomer zou kunnen komen. Die
komt toch. Maar die komt alleen voor de geduldigen, die zijn, alsof de eeuwigheid
voor hen lag, zo zorgeloos stil en wijd. Ik leer het dagelijks, leer het onder pijn,
waar ik dankbaar voor ben: Geduld is alles!
RAINER MARIA RILKE (1875 - 1926)
Uit: Brieven aan een jonge dichter, Den Haag 1946, pag.22
Deze pagina werd voor het laatst ververst op:
zaterdag 12 februari 2000.

|