Deze pagina - inclusief haar sub-pagina's - is bedoeld om theoretisch achtergrondsmateriaal m.b.t. het onderwerp meditatie / mediteren te verzamelen en te ordenen, alsmede praktische aanwijzingen voor verschillende vormen van meditatie. 'Nieuwe' teksten
worden aangeduid met
.
Deze pagina verkeert zowel qua layout als qua inhoud nog in het stadium van opbouw... Voorlopig kun je op déze pagina (afgezien van de sub-pagina's, opgesomd in het menu in de linkermarge) de volgende items vinden:
![]()
![]()
Het lijkt me leuk wanneer bezoekers van spiritualiteit.net materiaal zouden leveren - ter plaatsing op een sub-pagina van de huidige pagina - over een specifieke vorm van meditatie waar zij zelf ervaring mee hebben.
Als richtlijn voor de inhoud van zo'n bijdrage denk ik bijv. aan de volgende onderwerpen: korte geschiedenis, achtergronden en uitgangspunten, hoe concreet te beoefenen, tips, uitwerking.
Verder denk ik als richtlijn voor de omvang van een bijdrage aan maximaal 40Kb, dit inclusief de door mij toe te voegen html-opmaak.
Uiteraard behoud ik mij het recht voor bepaalde bijdragen niet te plaatsen, wanneer ik er om de een of andere reden bezwaren tegen heb. Een indruk van wanneer dat het geval zou kunnen zijn kun je krijgen door de criteria te lezen die ik hanteer voor het plaatsen van mijn eigen favoriete links op spiritualiteit.net.
Bijdragen graag zenden aan het volgende adres: alex.pot@spiritualiteit.net.
![]()
Jezusgebed, hesychasme (zie voor meer informatie over deze geestesstroming elders op spiritualiteit.net). Ook hier drie fasen. Meditatie door Jezusgebed, in contemplatie vooral gewaarwordingen van licht.
Geeft net als Eckhart geen schema of weg aan voor het mystieke zoeken. Geest begint met inkeer. Voor de contemplatie is een uit zichzelf treden nodig, zodat vernieuwd leven mogelijk wordt. Contemplatie en eenheidsbelevenis laten zich bij Plotinus niet duidelijk scheiden.
Linnewedel citeert hier de erg mooie beschrijving van Gopi Krishna van een extatische ervaring die hij onderging na jaren van Kundalini-yoga. Na die ervaring volgde een lange tijd waarin hij die ervaring in zijn leven moest zien te integreren.
Linnewedel bespreekt (kort) drie hoofd groepen van yoga:
Boeddha bracht geen nieuwe methode van inkeer, maar een nieuwe leer van scherpe zelf- en wereld-analyse waarmee deze verbonden werd. Deze leer gaf haar leerlingen een nieuwe "voor-instelling" bij het mediteren, en leidde daarom tot heel specifiek gekleurde ervaringen bij de meditatie, tot het beleven van Nirvana als oplossing van het lijden veroorzaakt door illusie van een ego en levensdorst.
Linnewedel bespreekt de vijf fasen van boeddhistische inkeer, 4 Dhyana's en als vijfde dan Nirvana. Dhyana, een nieuw begrip, betekent zoiets als meditatie-toestand. De 1e Dhyana betreft meditatie en concentratie, de 2e het bewustzijn zonder gedachten aan het eind van de eerste fase van inkeer in het grondschema, de 3e en 4e betreffen de contemplatie, maar dan alleen de toestand van de monnik, niet wát er geschouwd wordt. In de 3e is er nog een geluksgevoel, in de 4e niet meer en is er alleen nog maar zowel van leed als van geluk vrije gelijkmoedigheid. Men schouwt geen beelden of verschijningen, enkel rust. In Nirvana tenslotte wordt het opgaan van al het persoonlijke in het oneindig Ene ervaren. Door het Achtvoudige Pad is deze weg van meditatie nauw verweven met het dagelijkse leven.
In Zen gaat het om het ervaren van Leegte: eerst leegte van gedachten (munen-muso), dan het kwaliteitsloze lege Zijn (sunyata) en tenslotte in de Verlichting niet-tweeheid (advaita) waarin het ik opgaat. De weg via koan en plotselinge Verlichting lijkt helemaal niet in het grondschema te passen, maar "bij nader toezien" is dit niet zo. Zenmeditatie is een "langdurige toestand" van meditatie en concentratie. Deze concentratie kan overgaan in contemplatie in de vorm van schouwen van sunyata, en vervolgens in de Verlichting in een-worden met advaita. Linnewedel bespreekt de vraag of Zen een snellere weg naar het Doel zou zijn, en noemt o.a. Gerda Ital die het maanden "gekost" heeft dat zij op een verkeerde manier met haar koan omging. In Zen geldt net als in andere vormen van mystiek dat de eenheidservaring voortdurend wakker gehouden moet worden, wil ze effect hebben en zich met de persoon verbinden.
Beeld dat in alle vormen van mystiek voorkomt: druppel in de oceaan die participeert aan de oceaan, maar niet zelf de oceaan is.
a) Mystiek heeft, bijv. bij Evangelische theologen, verdeeldheid gezaaid. Linnewedel bespreekt een zestal bezwaren uit dat kamp.
b) Heeft de christelijke en theïstische mystiek een speciale positie t.o.v. andere vormen?
Vooral aan katholieke zijde wordt van een fundamenteel verschil, een speciale, meer verheven positie van christelijke mystiek uitgegaan. Linnewedel bespreekt twee stellingen:
c) Tillichs positie in de discussie rond de mystiek.
Tillich's protestante tijdgenoten [Paul Tillich was een beroemd protestants theoloog; AP] wezen mystiek meestal af, terwijl hij haar zeer positief waardeerde als kern van religiositeit. Zij opent de weg naar eigen geloofservaring en geeft geloofsinhouden levendigheid en maakt ze actueel. Verder laat zij zien dat men niet vast hoeft te zitten aan de symbolen van het christendom, dat men aan de beperktheid daarvan voorbij kan gaan. Zij verwijzen enkel naar een onuitsprekelijke werkelijkheid, zijn die niet zelf.
a) Mystiek vanuit de dieptepsychologie van C. G. Jung gezien.
In de mystiek ontmoeten theologie, psychologie en filosofie elkaar. Vooral goed te zien in werk Jung. Jung: de meeste mensen lijden aan neurose door ontbreken echte religieuze binding. Hiertoe de ervaring nodig "gedragen te worden wanneer men zichzelf niet meer kan dragen". In collectief onbewuste gestructureerd (achetypen) en ongestructureerd deel (de drager van de archetypen) aanwezig. Dit onbewuste is een oorspronkelijke, onbegrensde en creatieve kracht, om welke reden Jung het ongestructureerde deel ervan "goddelijk" noemt. Linnewedel: misschien heeft Jung hier reeds iets Transcendents, wat de mens daarvan in zijn bewustzijn kan ervaren, tot de menselijke ziel gerekend, omdat de overgang tussen God en mens hier onduidelijk is. Het collectief onbewuste is in ieder geval de ontmoetingsplaats tussen God en mens, hier is de "zielsgrond" der mystici te situeren. Samenvattend: mens moet God in innerlijk zoeken; wezen van de mens is verbondenheid met en geborgenheid in God.
b) Inzichten uit de bewustzijnspsychologie van C. Albrecht.
Albrecht: mystieke inkeer is niet een afdalen in diepere bewustzijnslagen, maar een bijzonder proces waarin deelstructuren van verschillende persoonlijkheidslagen tot een nieuwe onherleidbare bewustzijnstoestand worden samengevoegd. Dit nieuwe bewustzijn kenmerkt zich vooral door verhoogde helderheid, leegte, rust en vertraagd beleven. Leegte betekent in dit verband geen inhoudsloosheid, maar afwezigheid van de storende afleidingen van het gewone bewustzijn. Het nieuwe bewustzijn komt tot stand na een moment van lichamelijke en geestelijk "omschakeling", waarin geest en lichaam zich ontspannen. Het verloop van de inkeer volgt bepaalde wetmatigheden en kan omwille van het gemak in fasen ingedeeld worden (maar eigenlijk zijn in de praktijk zulke fasen niet te onderscheiden). Albrecht noemt vijf "fasen": meditatie, waarnemen en beleven in beelden, toestand van "verzonkenheid", extatisch bewustzijn, toestand van bewusteloosheid. Albrecht bespreekt enkel de eerste drie fasen, omdat de laatste twee volgens hem voor de psychologie niet meer toegankelijk zijn. Linnewedel: dit schema begint later dan het mijne en mist meditatie en concentratie. De contemplatie ligt vervat in zijn eerste twee fasen. Zijn derde fase is de overgang van contemplatie naar mystiek eenheidsbeleven. De laatste twee fasen betreffen dan het eenheidsbeleven; in extase valt volgens hem de subject-object-tegenstelling weg. Het ik zou hierin verloren gaan. Linnewedel: dit is niet juist, de zelfvoorstelling van het ik wordt enkel omgevormd. Het ik wordt nu ervaren als oneindig en met God verweven. Ook zijn laatste fase, bewusteloosheid, is verwarrend, want mystici die zo ver kwamen hebben dat altijd volkomen bewust beleefd.
Het is vooral de doelstelling van Albrecht het mystieke bewustzijn af te grenzen van het normale bewustzijn. Op dit punt onderzoekt hij vooral kritisch het "bewustzijn van verzonkenheid". Alleen wat zich in deze toestand als "ik-vreemd" en "omvattend" te kennen geeft, mag mystiek genoemd worden, niet het tevoorschijn komen van onverwerkte complexen en delen van de persoonlijkheid die nog ontwikkeld moeten worden. Naarmate het mystieke beleven zich meer in beelden en verschijningen afspeelt is het gevaar van illusie en vergissing groter. Linnewedel: men moet met zo'n oordeel voorzichtig zijn, want de mystieke ervaring is altijd een mengsel van menselijk en transcendente elementen. Het enige criterium hierbij kan zijn of in zo'n ervaring zich iets "omvattend aankomends" (Albrecht) toont. Linnewedel benadrukt dat het in mystieke ervaringen om vergrote helderheid gaat, niet om een vaag zweven.
Zijn drugs een snellere en aangenamere weg om hetzelfde te bereiken als in de mystiek? Uit ervaringsverslagen blijkt dat er geen wezenlijke verschillen hoeven te bestaan tussen de religieuze ervaringen via drugs en die via mystieke inkeer. Maar niet voor iedereen zal dit ook feitelijk zo zijn. Maar psychologisch is de weg via drugs gevaarlijk, en er zijn nog geen betrouwbare resultaten van onderzoek naar omstandigheden waaronder drugs religieuze ervaringen oproepen. In ieder geval speelt de voorinstelling van de mens een rol: is hij toch al op God gericht, dan kan hij religieuze ervaringen hebben. En de ervaringen via drugs verkregen gaan verder dan enkel aan het licht te brengen wat toch al in de mens was, zij kunnen een Laatste Grond gewaar laten worden die de mens overstijgt. Het lijkt erop dat drugs de fasen van concentratie, meditatie en overgang naar het bewustzijn zonder gedachten kunnen vervangen, doordat zij het normale bewustzijn uitschakelen. Toch is dit maar een eerste kennismaking en zal de ervaring gecontroleerd herhaalbaar moeten worden, wat enkel door meditatie te bereiken is.
Uit Eckharts geschriften is niet duidelijk hoe hij zijn gebed uit ledig gemoed verrichtte en aan welke thema's hij daarbij de voorkeur gaf. Linnewedel ontwikkelt desondanks een methode, met voorschriften voor de houding en onderwerpen van meditatie, die hij zelf beproefd heeft. Men moet beginnen met de vraag naar het eigen wezen en God smeken dat Hij dat de bidder zal laten ervaren. Omdat de mens niet beperkt is tot zijn zintuigelijke indrukken en gedachten en omdat deze de meditatie storen, moet hij daarvan bewust afstand nemen. De bidder stelt zichzelf daarom tijdens de meditatie vragen over zijn lichaam, gevoelens, gedachten en ik-beeld, en geeft zichzelf daarbij steeds het antwoord dat zijn bewustzijn ook bestaat zonder deze dingen, daaraan vooraf gaat.
Mystieke ervaring is enkel in een toestand van inkeer mogelijk. Meditatie is het geconcentreerde, naar binnen gerichte overdenken van een thema. In de contemplatie heeft de mysticus geen methode meer, maar moet een grondhouding handhaven: zich met passieve aandachtigheid openhouden voor mystieke gewaarwordingen, via een ontspannen overgave aan het schouwen. De mystieke weg maakt iemand vrij. Komt het niet tot een echte religieuze binding bij de mens (Jung), dan wordt de religieuze aanleg van de mens bezet door vervangende religies: carrière, vooruitgang etc. Rust en angst zijn twee bewustzijnstoestanden die elkaar uitsluiten (Albrecht): daarom is het tot rust gekomen bewustzijn dat de mystiek bemiddelt geschikt om (levens)angst uit te schakelen. Misverstanden rondom mystiek worden langzaam opgeheven door de psychologie, en er is een toenemende tendens te zoeken naar individuele religieuze ervaring, welke noodzakelijkerwijze tot meditatie en mystiek leidt.
Ad: Drugs roepen geen andere ervaringen op dan de mystiek (p.134): vgl. hierover godsdienstpsycholoog Jan Weima.
![]()
Het innerlijke Zelf is even geheim als God en, evenals Hij, ontsnapt het aan elk concept dat het volledig in de greep probeert te krijgen. Het is een levend iets dat niet vastgehouden kan worden en bestudeerd als een object, omdat het niet "een ding" is. Het kan niet bereikt of uit zijn schuilplaats tevoorschijn gelokt worden door welk proces dan ook onder de zon, meditatie inclusief. Welke spirituele discipline we ook volgen, het enige wat we kunnen doen is in onszelf iets te creëren van de stilte, de nederigheid, de onthechting, de zuiverheid van hart en de gelijkmoedigheid ["indifference"] die vereist zijn opdat het innerlijke Zelf zich op een schuwe, onvoorspelbare wijze zou kunnen gaan manifesteren.
![]()
Deze pagina werd voor het laatst ververst op: zondag 4 augustus 2002.
| Aljosja Lezingen en Symposia, Kampen (adv.) |
|
Symposia/lezingen over interreligieuze ontmoeting en mystiek Meer ... |
| citaat (www.ZinRijk.nl) |
|
Elk probleem heeft een geschenk voor jou in zijn handen. Richard Bach |