M.b.t. meditatie en mediteren

Deze pagina - inclusief haar sub-pagina's - is bedoeld om theoretisch achtergrondsmateriaal m.b.t. het onderwerp meditatie / mediteren te verzamelen en te ordenen, alsmede praktische aanwijzingen voor verschillende vormen van meditatie. 'Nieuwe' teksten worden aangeduid met Nieuw !.

Deze pagina verkeert zowel qua layout als qua inhoud nog in het stadium van opbouw... Voorlopig kun je op déze pagina (afgezien van de sub-pagina's, opgesomd in het menu in de linkermarge) de volgende items vinden:

 

lichtbalk.gif (3509 bytes)

 

Verwante onderwerpen/pagina's op spiritualiteit.net

 

^ Inhoudsopgave ^

lichtbalk.gif (3509 bytes)

 

Een bijdrage voor deze pagina leveren

Het lijkt me leuk wanneer bezoekers van spiritualiteit.net materiaal zouden leveren - ter plaatsing op een sub-pagina van de huidige pagina - over een specifieke vorm van meditatie waar zij zelf ervaring mee hebben.

Als richtlijn voor de inhoud van zo'n bijdrage denk ik bijv. aan de volgende onderwerpen: korte geschiedenis, achtergronden en uitgangspunten, hoe concreet te beoefenen, tips, uitwerking.
    Verder denk ik als richtlijn voor de omvang van een bijdrage aan maximaal 40Kb, dit inclusief de door mij toe te voegen html-opmaak.

Uiteraard behoud ik mij het recht voor bepaalde bijdragen niet te plaatsen, wanneer ik er om de een of andere reden bezwaren tegen heb. Een indruk van wanneer dat het geval zou kunnen zijn kun je krijgen door de criteria te lezen die ik hanteer voor het plaatsen van mijn eigen favoriete links op spiritualiteit.net.

Bijdragen graag zenden aan het volgende adres: alex.pot@spiritualiteit.net.

 

^ Inhoudsopgave ^

lichtbalk.gif (3509 bytes)

 

Jürgen Linnewedel:
'Mystik Meditation Yoga Zen. Wie versteht man sie, wie übt man sie, wie helfen sie - heute?'

  • "Uit mijn oude doos" haalde ik de onderstaande samenvatting tevoorschijn. Het kan zijn dat sommige passages in de samenvatting niet (helemaal) duidelijk zijn voor de lezer, of wel erg summier. Dit heeft ermee te maken dat de samenvatting oorspronkelijk alleen bedoeld was voor eigen gebruik.
     
  • Vraagtekens in de samenvatting duiden er meestal op dat ik het niet eens ben met Linnewedel, of op zijn minst vraagtekens plaats bij bepaalde stellingen van hem. In het algemeen vind ik dat Linnewedel veel te "utilitair" is ingesteld, met zijn nadruk op wat je kunt bereiken door meditatie (bijv. ontspanning, gelukzalige eenheid), i.p.v. meditatie als weg die doel op zich is.
        Daarnaast vind ik dat hij regelmatig zijn schema van de fases (meditatie, contemplatie, mystieke eenwording) té strak hanteert. Soms lijkt het alsof Linnewedel er meer op uit is om aan te tonen dat zijn schema geldig is - en zijn materiaal in allerlei bochten wringt om dat aan te tonen - dan dat hij zijn theorie pas achteraf ontwikkelt uit de nuances van het voorliggende materiaal. Een schoolse invuloefening kan het leven niet dekken! Omdat Linnewedel desondanks interessant vergelijkend materiaal biedt over de grote religieuze stromingen in de wereld heb ik de samenvatting toch geplaatst.
     
  • Waarschijnlijk had deze samenvatting met evenveel recht op de pagina over mystiek geplaatst kunnen worden, aangezien dit onderwerp in het boek van Linnewedel zeer prominent aan bod komt.
     
  • Aanvullende bibliografische gegevens:
    Quell Verlag, Stuttgart 19843, 168pp, ISBN 3-7918-6002-X
 

 

  • Voorwoord: grote interesse in Westen voor aziatische meditatie vanwege crisis en overnadruk op denken hier. Zwaartepunt van dit boek: verheldering grote verwarring rondom wezen en structuur van mystieke ervaring.
  • Christendom, Jodendom en Islam relatief terughoudend tegenover mystiek, alhoewel toch rijke traditie.
  • Begripsverheldering: Mystiek = streven d.m.v. inkeer of andere methoden (e.g. extatische dansen, drugs etc.) voorbij de normale bewustzijnstoestand te komen en zo in verbinding met God of een 'laatste werkelijkheid' te geraken. Dit boek legt nadruk op die mystiek welke zich bedient van inkeer, dwz systematisch naar binnen gericht zoeken van God.
  • In alle mystiek over de culturen één grondschema: concentratie & meditatie, schouwen, unio. Drie fasen:
    1. Concentratie en meditatie: Streven uiterlijke storingen en afleidingen kwijt te raken, tot innerlijke rust te komen. Doel meditatie: bewustzijn zonder gedachten (men ziet dan niets, denkt niets, neemt niets waar?). Eerste etappe hiermee "afgerond". Ook al "komt men niet verder" naar de volgende etappe, dan is dit niveau al heilvol vanwege innerlijke rust, afstand tot de dingen ( => 'utilitaire' instelling Linnewedel)
    2. Beschouwing, contemplatie: nu weer bewustzijnsinhouden, maar van andere inhoud: licht, kracht, oneindigheid van verlatenheid of duisternis, beelden van heiligen etc.. Mysticus hierbij passief, gelaten, stuurt niet meer.
    3. Mystiek beleven van eenheid (unio mystica): gevoel van beperktheid tot eigen lichaam en geest, lichaamsbewustzijn, tijd en ruimte vallen weg. Grote vrede, vreugde, rust. Beleving zakt langzaam weg, maar blijft in dagelijks leven doorwerken op achtergrond (zekerheid van verbondenheid met God).
  • Voorinstelling, culturele geconditioneerdheid bepaalt wát men concreet beleeft in mystieke ervaring (e.g. welke verschijningen). Verklaringen: normaal bewustzijn en geloofsvoorstellingen nog niet helemaal opgeheven tgv bewustzijn zonder gedachten, ook bij volledige verzonkenheid nog wanneer nog niet volledig leeg geworden, tijdens overgang van mystieke ervaring naar normaal bewustzijn (soort schemergebied), verklaring/ aanpassing aan dogmatiek achteraf. Conclusie: beeldeloze en 'verbeelde' mystiek geen abberaties, maar beide legitiem. Ervaring van het verschrikkelijke/ boosaardige in mystiek: gevaarlijke negatieve krachten en vooronderstellingen in mens door mystiek ook geactiveerd (zeer psychologisch uitgelegd; andere verklaring zou toch ook pijnlijke afbraak ego zijn).
  • Via purgativa, illuminativa, unitiva: langzaam en fasegewijs? Unitiva/volkomen mens: meer dan eenheidservaring, want in dagelijks leven werkzaam geworden.
  • Mystiek als intensivering van gebed, want beide toewending naar en overgave aan God, in intensiteit verschillend. Mystiek niet voor iedereen weggelegd, want hangt ook af van begaafdheid en van mate van streven.
  • Christelijke mystiek, vooral in Westen, heeft nauwelijks een methode ontwikkeld. Uitzondering Teresa van Avila.

I. Eckhart

  • Zeer kenmerkend t.o.v. andere mystici bij Eckhart: restloze overgave aan God, zelfs beelden worden losgelaten (NB: beter gezegd: de "hechting aan beelden" wordt losgelaten). Alles wat hij schrijft kan tegelijkertijd op mystieke inkeer én op dagelijkse leven/houding betrokken worden.
  • Gebed uit ledig gemoed als methode (?) van Eckhart verenigt concentratie, meditatie, schouwen en unio? (concentratie en meditatie vallen volgens mij hier niet onder, klinkt zo erg doenerig; ledig gemoed is resultaat).

II. Teresa van Avila

  • Bekendste vertegenwoordigster van Bruid-van-Jezus-mystiek. Zij veroordeelt beeldloze mystiek: Christus moet altijd het centrum zijn. Mystieke weg is net als bij alle andere mystici een levensweg en taak. Bij de verschillende verblijven van de geestelijke burcht horen verschillende vormen van inkeer, maar ook op de hogere niveau's blijven de lagere vormen (concentratie, meditatie) vooraf doorlopen worden.
  • Zeven verblijven (enkel 6 en 7 door Teresa expliciet naam gegeven):
    1. Verblijf van zelfkennis, d.w.z. weten dat God in de ziel woont. Terugkerend thema in "de" mystiek: in eigen innerlijk verband leggen met Goddelijke. Zelfkennis moet VOORTDUREND verdiept worden.
       
    2. Verblijf van strijd tegen storingen van binnen en van buiten, omwille van inkeer.
       
    3. Verblijf van onthechting van bindingen aan zichzelf en wereld. Methode: meditatie, nadenken over levensweg en lijden van Christus, om het hart te beroeren.
       
    4. Verblijf van verheven gebed. Kent volgens Teresa twee delen.
      a) Gebed van bovennatuurlijke concentratie. Is genadegave. Gevoel van 'verwijding'/verhevenheid in de ziel, als uit een bron stromend. b) Gebed van rust/gebed van bovennatuurlijke zoetheid. Komt overeen met bewustzijn zonder gedachten. Methode in vierde verblijf: elke eigen werkzaamheid achterwege laten.
    5. Verblijf van gebed van eenvoudige vereniging. Enkel passief, geen enkele gedachte meer. Het Goddelijke doordringt steeds meer de hele mysticus. Is nog niet unio, want er blijft onderscheid. Gevoel dat bewustzijn en zijn op een of andere manier in Goddelijke opgenomen te zijn, en toch jezelf onderscheiden daarvan voelen. Ziel is toch nog als blind, weet niet wat er gebeurt. Dit verblijf staat voor fase van contemplatie.
       
    6. Verblijf van geestelijke verloving met Christus. Gaat toch nog niet volkomen in Goddelijke op. Allerlei mystieke gewaarwordingen, die zich ook op de zintuigen uitwerken (e.g. zien van visioen). Valt nog onder contemplatie: ziel nog niet helemaal van Goddelijke doordrongen, zodat er nog ruimte is voor activiteit van de (innerlijke) zintuigen en (evt. beeldeloze) gewaarwordingen. Zintuigen proberen het Goddelijke te bevatten.
       
    7. Verblijf van gebed van mystiek huwelijk. Hier geen schouwen meer. Ook hieruit kan de ziel nog terugvallen naar verwijdering van God door zelfzucht.

III. Mystiek van de oosterse kerken

Jezusgebed, hesychasme (zie voor meer informatie over deze geestesstroming elders op spiritualiteit.net). Ook hier drie fasen. Meditatie door Jezusgebed, in contemplatie vooral gewaarwordingen van licht.

IV. Voorbeelden uit niet-christelijke mystiek

1) Plotinus (3e n.C.)

Geeft net als Eckhart geen schema of weg aan voor het mystieke zoeken. Geest begint met inkeer. Voor de contemplatie is een uit zichzelf treden nodig, zodat vernieuwd leven mogelijk wordt. Contemplatie en eenheidsbelevenis laten zich bij Plotinus niet duidelijk scheiden.

2) Hindoeïstische mystiek

Linnewedel citeert hier de erg mooie beschrijving van Gopi Krishna van een extatische ervaring die hij onderging na jaren van Kundalini-yoga. Na die ervaring volgde een lange tijd waarin hij die ervaring in zijn leven moest zien te integreren.

Linnewedel bespreekt (kort) drie hoofd groepen van yoga:

  1. Raja en Inana-yoga, wegen van systematische mystieke inkeer. Raja-yoga besproken a.d.h.v. het systeem van Patanjali (150 n.C.; dit systeem ook gevolgd door Inana-, Kundalini- en Hatha-yoga). Grondschema hierin terug te vinden, alhoewel contemplatie op eerste gezicht afwezig lijkt. Maar is vervat in samadhi, welke uiteenvalt in savikalpi samadhi en nirvikalpi samadhi: eerste is een mystiek schouwen waarin schouwer en Geschouwde nog gescheiden, terwijl het tweede voor het eigenlijke mystieke beleven van eenheid staat. Bij Inana-yoga helpen zelfkennis en zelfanalyse op weg naar het mystieke eenheidsbelevenis. Yogi concentreert zich in dagelijkse leven en in meditatie op idee dat veelheid van de wereld verschijningsvorm van het Ene is.
  2. Bhakti-yoga, de weg van liefde en overgave aan een Godheid, zodat het beeld daarvan alles in de yogi verdringt en in de hoop dat Deze de liefde van de yogi zal beantwoorden. Geen systematische inkeer. Voorbeeld Ramakrishna (1834-1886).
  3. Karma-yoga, de weg van aan een Godheid toegewijd zelveloos werken. Kan voeren tot onthechting van de wereld en uiteindelijk eenheid beleven met Godheid. Geen vorm van systematische mystieke inkeer.

3) Boeddhistische mystiek

Boeddha bracht geen nieuwe methode van inkeer, maar een nieuwe leer van scherpe zelf- en wereld-analyse waarmee deze verbonden werd. Deze leer gaf haar leerlingen een nieuwe "voor-instelling" bij het mediteren, en leidde daarom tot heel specifiek gekleurde ervaringen bij de meditatie, tot het beleven van Nirvana als oplossing van het lijden veroorzaakt door illusie van een ego en levensdorst.
    Linnewedel bespreekt de vijf fasen van boeddhistische inkeer, 4 Dhyana's en als vijfde dan Nirvana. Dhyana, een nieuw begrip, betekent zoiets als meditatie-toestand. De 1e Dhyana betreft meditatie en concentratie, de 2e het bewustzijn zonder gedachten aan het eind van de eerste fase van inkeer in het grondschema, de 3e en 4e betreffen de contemplatie, maar dan alleen de toestand van de monnik, niet wát er geschouwd wordt. In de 3e is er nog een geluksgevoel, in de 4e niet meer en is er alleen nog maar zowel van leed als van geluk vrije gelijkmoedigheid. Men schouwt geen beelden of verschijningen, enkel rust. In Nirvana tenslotte wordt het opgaan van al het persoonlijke in het oneindig Ene ervaren. Door het Achtvoudige Pad is deze weg van meditatie nauw verweven met het dagelijkse leven.

4) Zen

In Zen gaat het om het ervaren van Leegte: eerst leegte van gedachten (munen-muso), dan het kwaliteitsloze lege Zijn (sunyata) en tenslotte in de Verlichting niet-tweeheid (advaita) waarin het ik opgaat. De weg via koan en plotselinge Verlichting lijkt helemaal niet in het grondschema te passen, maar "bij nader toezien" is dit niet zo. Zenmeditatie is een "langdurige toestand" van meditatie en concentratie. Deze concentratie kan overgaan in contemplatie in de vorm van schouwen van sunyata, en vervolgens in de Verlichting in een-worden met advaita. Linnewedel bespreekt de vraag of Zen een snellere weg naar het Doel zou zijn, en noemt o.a. Gerda Ital die het maanden "gekost" heeft dat zij op een verkeerde manier met haar koan omging. In Zen geldt net als in andere vormen van mystiek dat de eenheidservaring voortdurend wakker gehouden moet worden, wil ze effect hebben en zich met de persoon verbinden.

V Verklaringen en duidingen van de mystieke ervaring

1) Duidingen door mystici

Beeld dat in alle vormen van mystiek voorkomt: druppel in de oceaan die participeert aan de oceaan, maar niet zelf de oceaan is.

2) Theologische reacties op de mystiek

a) Mystiek heeft, bijv. bij Evangelische theologen, verdeeldheid gezaaid. Linnewedel bespreekt een zestal bezwaren uit dat kamp.

  1. Christus en de Openbaring zouden voor de mysticus uiteindelijk onbelangrijk zijn omdat God zich onmiddelijk aan hem openbaart.
           Linnewedel: het enige verschil van de mysticus met de gewone christen is dat hij ervaart wat anderen (vaak enkel intellectueel) geloven. De inkeer in meditatie kan zekerheid geven dat hij een kind van God is, maar kan geen vergeving van zonden bewerkstelligen. Daarvoor blijft Christus nodig. Hoogstens kan de mysticus in zekere mate op de mystieke weg aan zijn tekortkomingen schaven.
     
  2. De mysticus zou het persoonlijk tegenover van God en mens opheffen en de werkelijkheid van de persoonlijke kant van God ontvluchten.
           Linnewedel: vele mystici ervaren God en Christus als persoon; maar sommigen ervoeren dat het beeld van God als Tegenover niet voldoende is om Hem te beschrijven, dat hij ook ín de mens is en hem omsluit.
     
  3. De werkelijke religie van de mysticus zou geen christendom, maar pantheïsme zijn.
           Linnewedel: er is in de mystiek wel een zekere neiging in deze richting, maar dat is niet onchristelijk. Er wordt vooral nadruk gelegd op de alomtegenwoordigheid en nabijheid van God, maar het onderscheid tussen God, mens en wereld wordt nooit opgeheven.
     
  4. De mysticus zou streven naar zelfrechtvaardiging en zelfverlossing, zonder de genade van God.
           Linnewedel: dit is een misverstand. Het ervaren van eenheid met God betekent niet de eigenlijke verlossing van zonde en schuld, en deze ervaring is alleen o.g.v. genade mogelijk. God helpt de mens, niet de mens zichzelf. De inspanning van de mysticus is enkel het zoeken dat voorwaarde is voor het vinden, het aankloppen dat nodig is om God open te laten doen.
     
  5. Mystiek zou geen oog hebben voor de zonde, de breuk tussen God en mens door eigen schuld.
           Linnewedel: de mysticus ervaart de eigen onvolkomenheid en het eigen tekortschieten vaak veel scherper dan andere christenen, en hij weet ook dat hij hiervan niet los kan komen op eigen kracht.
     
  6. Mystiek zou een monastiek isolement vereisen en een leven van daadkracht en verantwoordelijkheid blokkeren.
           Linnewedel: kijk maar eens wat de grote mystici juist vanuit hun contemplatie allemaal wel niet teweeg gebracht hebben.

b) Heeft de christelijke en theïstische mystiek een speciale positie t.o.v. andere vormen?
       Vooral aan katholieke zijde wordt van een fundamenteel verschil, een speciale, meer verheven positie van christelijke mystiek uitgegaan. Linnewedel bespreekt twee stellingen:

  1. In christelijke mystiek gaat het i.t.t. andere vormen niet om een eenworden met God, maar om een "met-zijn" met God, geen unio mystica maar een communio mystica.
           Linnewedel: dit weerspreekt de verslagen van christelijke mystici.
     
  2. De christelijke mysticus zou een bovennatuurlijke ervaring ondergaan, terwijl de mysticus die niet aan een persoonlijke God gelooft slechts een natuurlijke ervaring ten deel valt, bereikt met zijn eigen natuurlijke krachten.
           Linnewedel: ook niet-christelijke mystici claimen een "laatste Werkelijkheid" te ervaren. Christelijke en niet-christelijke mystici beleven hetzelfde, maar interpreteren het o.g.v. hun voorinstelling anders.

c) Tillichs positie in de discussie rond de mystiek.

Tillich's protestante tijdgenoten [Paul Tillich was een beroemd protestants theoloog; AP] wezen mystiek meestal af, terwijl hij haar zeer positief waardeerde als kern van religiositeit. Zij opent de weg naar eigen geloofservaring en geeft geloofsinhouden levendigheid en maakt ze actueel. Verder laat zij zien dat men niet vast hoeft te zitten aan de symbolen van het christendom, dat men aan de beperktheid daarvan voorbij kan gaan. Zij verwijzen enkel naar een onuitsprekelijke werkelijkheid, zijn die niet zelf.

3) Resultaten van psychologisch onderzoek

a) Mystiek vanuit de dieptepsychologie van C. G. Jung gezien.

In de mystiek ontmoeten theologie, psychologie en filosofie elkaar. Vooral goed te zien in werk Jung. Jung: de meeste mensen lijden aan neurose door ontbreken echte religieuze binding. Hiertoe de ervaring nodig "gedragen te worden wanneer men zichzelf niet meer kan dragen". In collectief onbewuste gestructureerd (achetypen) en ongestructureerd deel (de drager van de archetypen) aanwezig. Dit onbewuste is een oorspronkelijke, onbegrensde en creatieve kracht, om welke reden Jung het ongestructureerde deel ervan "goddelijk" noemt. Linnewedel: misschien heeft Jung hier reeds iets Transcendents, wat de mens daarvan in zijn bewustzijn kan ervaren, tot de menselijke ziel gerekend, omdat de overgang tussen God en mens hier onduidelijk is. Het collectief onbewuste is in ieder geval de ontmoetingsplaats tussen God en mens, hier is de "zielsgrond" der mystici te situeren. Samenvattend: mens moet God in innerlijk zoeken; wezen van de mens is verbondenheid met en geborgenheid in God.

b) Inzichten uit de bewustzijnspsychologie van C. Albrecht.

Albrecht: mystieke inkeer is niet een afdalen in diepere bewustzijnslagen, maar een bijzonder proces waarin deelstructuren van verschillende persoonlijkheidslagen tot een nieuwe onherleidbare bewustzijnstoestand worden samengevoegd. Dit nieuwe bewustzijn kenmerkt zich vooral door verhoogde helderheid, leegte, rust en vertraagd beleven. Leegte betekent in dit verband geen inhoudsloosheid, maar afwezigheid van de storende afleidingen van het gewone bewustzijn. Het nieuwe bewustzijn komt tot stand na een moment van lichamelijke en geestelijk "omschakeling", waarin geest en lichaam zich ontspannen. Het verloop van de inkeer volgt bepaalde wetmatigheden en kan omwille van het gemak in fasen ingedeeld worden (maar eigenlijk zijn in de praktijk zulke fasen niet te onderscheiden). Albrecht noemt vijf "fasen": meditatie, waarnemen en beleven in beelden, toestand van "verzonkenheid", extatisch bewustzijn, toestand van bewusteloosheid. Albrecht bespreekt enkel de eerste drie fasen, omdat de laatste twee volgens hem voor de psychologie niet meer toegankelijk zijn. Linnewedel: dit schema begint later dan het mijne en mist meditatie en concentratie. De contemplatie ligt vervat in zijn eerste twee fasen. Zijn derde fase is de overgang van contemplatie naar mystiek eenheidsbeleven. De laatste twee fasen betreffen dan het eenheidsbeleven; in extase valt volgens hem de subject-object-tegenstelling weg. Het ik zou hierin verloren gaan. Linnewedel: dit is niet juist, de zelfvoorstelling van het ik wordt enkel omgevormd. Het ik wordt nu ervaren als oneindig en met God verweven. Ook zijn laatste fase, bewusteloosheid, is verwarrend, want mystici die zo ver kwamen hebben dat altijd volkomen bewust beleefd.
    Het is vooral de doelstelling van Albrecht het mystieke bewustzijn af te grenzen van het normale bewustzijn. Op dit punt onderzoekt hij vooral kritisch het "bewustzijn van verzonkenheid". Alleen wat zich in deze toestand als "ik-vreemd" en "omvattend" te kennen geeft, mag mystiek genoemd worden, niet het tevoorschijn komen van onverwerkte complexen en delen van de persoonlijkheid die nog ontwikkeld moeten worden. Naarmate het mystieke beleven zich meer in beelden en verschijningen afspeelt is het gevaar van illusie en vergissing groter. Linnewedel: men moet met zo'n oordeel voorzichtig zijn, want de mystieke ervaring is altijd een mengsel van menselijk en transcendente elementen. Het enige criterium hierbij kan zijn of in zo'n ervaring zich iets "omvattend aankomends" (Albrecht) toont. Linnewedel benadrukt dat het in mystieke ervaringen om vergrote helderheid gaat, niet om een vaag zweven.

VI Mystiek en de roes van drugs - mystieke ervaring door drugs?

Zijn drugs een snellere en aangenamere weg om hetzelfde te bereiken als in de mystiek? Uit ervaringsverslagen blijkt dat er geen wezenlijke verschillen hoeven te bestaan tussen de religieuze ervaringen via drugs en die via mystieke inkeer. Maar niet voor iedereen zal dit ook feitelijk zo zijn. Maar psychologisch is de weg via drugs gevaarlijk, en er zijn nog geen betrouwbare resultaten van onderzoek naar omstandigheden waaronder drugs religieuze ervaringen oproepen. In ieder geval speelt de voorinstelling van de mens een rol: is hij toch al op God gericht, dan kan hij religieuze ervaringen hebben. En de ervaringen via drugs verkregen gaan verder dan enkel aan het licht te brengen wat toch al in de mens was, zij kunnen een Laatste Grond gewaar laten worden die de mens overstijgt. Het lijkt erop dat drugs de fasen van concentratie, meditatie en overgang naar het bewustzijn zonder gedachten kunnen vervangen, doordat zij het normale bewustzijn uitschakelen. Toch is dit maar een eerste kennismaking en zal de ervaring gecontroleerd herhaalbaar moeten worden, wat enkel door meditatie te bereiken is.

Tweede deel:
Meester Eckharts "gebed uit ledig gemoed" in moderne vorm

Uit Eckharts geschriften is niet duidelijk hoe hij zijn gebed uit ledig gemoed verrichtte en aan welke thema's hij daarbij de voorkeur gaf. Linnewedel ontwikkelt desondanks een methode, met voorschriften voor de houding en onderwerpen van meditatie, die hij zelf beproefd heeft. Men moet beginnen met de vraag naar het eigen wezen en God smeken dat Hij dat de bidder zal laten ervaren. Omdat de mens niet beperkt is tot zijn zintuigelijke indrukken en gedachten en omdat deze de meditatie storen, moet hij daarvan bewust afstand nemen. De bidder stelt zichzelf daarom tijdens de meditatie vragen over zijn lichaam, gevoelens, gedachten en ik-beeld, en geeft zichzelf daarbij steeds het antwoord dat zijn bewustzijn ook bestaat zonder deze dingen, daaraan vooraf gaat.

Samenvatting en vooruitblik

Mystieke ervaring is enkel in een toestand van inkeer mogelijk. Meditatie is het geconcentreerde, naar binnen gerichte overdenken van een thema. In de contemplatie heeft de mysticus geen methode meer, maar moet een grondhouding handhaven: zich met passieve aandachtigheid openhouden voor mystieke gewaarwordingen, via een ontspannen overgave aan het schouwen. De mystieke weg maakt iemand vrij. Komt het niet tot een echte religieuze binding bij de mens (Jung), dan wordt de religieuze aanleg van de mens bezet door vervangende religies: carrière, vooruitgang etc. Rust en angst zijn twee bewustzijnstoestanden die elkaar uitsluiten (Albrecht): daarom is het tot rust gekomen bewustzijn dat de mystiek bemiddelt geschikt om (levens)angst uit te schakelen. Misverstanden rondom mystiek worden langzaam opgeheven door de psychologie, en er is een toenemende tendens te zoeken naar individuele religieuze ervaring, welke noodzakelijkerwijze tot meditatie en mystiek leidt.

Ad: Drugs roepen geen andere ervaringen op dan de mystiek (p.134): vgl. hierover godsdienstpsycholoog Jan Weima.

 

^ Inhoudsopgave ^

lichtbalk.gif (3509 bytes)

 

Tekst(en) ter inspiratie

Thomas Merton: Meditatie als voorbereiding

  • N.B.: De titel bij onderstaande tekst is van mijn hand [AP]. Ik vind het een mooi voorbeeld van hoe authentieke geestelijke discipline - en dus ook meditatie - niet een ervaring wil afdwingen, maar zich enkel open probeert te stellen.
  • Ik vond deze tekst in het boek van James Finley, Merton's Palace of Nowhere. A Search for God through Awareness of the True Self, Ave Maria Press, Notre Dame, Indiana 46556, 19835, ISBN O-87793-159-3. In de noten van dat boek kun je lezen dat onderhavige tekst uit een ongepubliceerd manuscript van Merton stamt, dat als titel heeft: "The Inner Experience. Notes on Contemplation".
Het innerlijke Zelf is even geheim als God en, evenals Hij, ontsnapt het aan elk concept dat het volledig in de greep probeert te krijgen. Het is een levend iets dat niet vastgehouden kan worden en bestudeerd als een object, omdat het niet "een ding" is. Het kan niet bereikt of uit zijn schuilplaats tevoorschijn gelokt worden door welk proces dan ook onder de zon, meditatie inclusief. Welke spirituele discipline we ook volgen, het enige wat we kunnen doen is in onszelf iets te creëren van de stilte, de nederigheid, de onthechting, de zuiverheid van hart en de gelijkmoedigheid ["indifference"] die vereist zijn opdat het innerlijke Zelf zich op een schuwe, onvoorspelbare wijze zou kunnen gaan manifesteren.

 

 

^ Inhoudsopgave ^

lichtbalk.gif (3509 bytes)

 

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: zondag 4 augustus 2002.


citaat (zinrijk.nl)
De wijze heeft geen lange tochten nodig; alleen de dwaas zoekt de pot met goud aan de voet van de regenboog.
Henry Miller

Zangretraite in Portugal (meer)
Op een prachtige locatie (Monte na Luz - met zwembad) vlak bij de Middellandse zee, zingen we dat het een lieve lust is. Groepsgrootte: 15 personen. 21 - 27 juni
Deze weken met Jan-Hendrik Veenkamp zijn voor mij het hoogtepunt van het jaar. – Alex Pot