Plaatjes van de herder en zijn os:
een plattegrond van de weg van Zen

Een mooiere uitvoering van deze pagina is te vinden op wwwZinRijk.nl.

Nieuwe onderdelen op deze pagina worden aangegeven met het symbool Nieuw !.

rand1.gif (1284 bytes)

Introductie

Deze Zenparabel, de zog. 'Plaatjes van de os', stamt uit het China van de 12e eeuw n.C. Zenmeester Kakuan schilderde tien afbeeldingen, elk vergezeld door een gedicht. De plaatjes met met de daaraan toegevoegde teksten waren bedoeld om leerlingen en andere geïnteresseerden een beeld te geven van de weg van Zen.

In de tekst hieronder vind je bij elk plaatje de volgende items:

  1. Het gedicht van meester Kakuan;
  2. een commentaar van de hand van Kakuans leerling Chi-Yuan;
  3. een gedicht door een onbekende Zenmeester
  4. een gedicht van een andere onbekende Zenmeester.

Ik wil je het commentaar bij de 'Plaatjes van de os' van de hand van Zenmeester Ohtsu (zie de literatuurlijst hieronder) niet onthouden:

"Wat een tovenarij! Iets, wat eigenlijk niets is, wordt hier in tien fases onderverdeeld en met vele woorden verklaard. (...) Dwaze onzin! Totaal vergeefs deze inspanning! Het is een inspanning voor niets en nog eens niets." (pag.65).   :-)

En wat te denken van de volgende tekst:

Een leerling vroeg aan zijn meester: "Ik wil graag de Boeddha begrijpen. Wat is Boeddha?" De meester antwoordde: "Het is (nu) alsof iemand naar een os zoekt, terwijl hij rijdt op de rug van die os." De leerling vroeg vervolgens: "Wat gebeurt er, wanneer hij dat realiseert?" "(Dan) is het alsof die mens thuiskeert op de rug van de os."

Vrij vertaald uit: Z. SHIBAYAMA, A Flower Does Not Talk, pag.94

Nog een tekst bij deze 'Plaatjes van de os', een anecdote over de noodzaak van voortdurende aandacht in Zen:

Op 'n dag dat een Zenleerling in de keuken aan het werk was, vroeg zijn meester Mat-su (een beroemde Chinese Zenmeester; 709-788) hem: "Wat doe jij?" De leerling antwoordde: "De os hoeden." Mat-su zei: "Hoeden?" De leerling antwoordde: "Zodra hij weer het gras inloopt, sleur ik hem bij zijn neusgaten terug." Mat-su zei: "Jij hoedt waarlijk de os."

Anecdote ontleend aan: B. LIEVENS, Mat-su. De gesprekken, Bussum 1981, pag.97

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

Verdere informatie...

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

Teksten als achtergrond bij de plaatjes

Parallellen met de plaatjes in oud-boeddhistische teksten

Walpola Rahula, een Sri Lankaans boeddhist uit de traditie van het Theravada (de oorspronkelijke, Indiase vorm van boeddhisme), haalt in een inleiding over de Tien plaatjes van de os een tekst uit de Satipatthana-soetra aan. Deze tekst, die op zijn minst teruggaat op bronnen uit de 3e v.C., maar misschien nog wel veel oudere wortels heeft, vertoont frappant veel overeenkomst met de parabels over een herder en zijn os zoals die in zwang waren in het Zenboeddhisme van de 12e en 13e eeuw n.C. N.B.: de termen tussen haakjes zijn niet van mijn hand, maar stammen van de hand van Rahula.
Bron: de tekst van Rahula kan gedownloaded worden via www.buddhanet.net/filelib/zenbud/zenten.zip...

Deze geest van de bhikku (d.w.z.: de geest van de mediterende; AP: letterlijk betekent bhikku "leerling"), die zich lange tijd liet verstrooien door bijvoorbeeld de zichtbare vormen, houdt er niet van om het pad (de straat) van een meditatie-onderwerp te betreden, maar haast zich daarentegen om verkeerde wegen in te slaan, als een strijdwagen die voortgetrokken wordt door een ongetemde (onwillige) stier. Een herder die een ongetemd kalf wil africhten, dat tot dan toe alleen maar de melk gedronken heeft van een ongetemde (moeder)koe, zal dat kalf bij de moeder weghalen en het met een touw vastbinden aan een stevige paal. Dit kalf zal dan in zijn pogingen om los te komen alle kanten uitrennen; wanneer het merkt dat dit niets uithaalt, zal het zich ten slotte dicht bij de paal op de grond neervleien. Evenzo zal deze bhikku, die verlangt zijn schurkachtige geest te temmen - welke gevormd is door het langdurig drinken van de zintuiglijke genoegens van de zichtbare vormen -, zijn geest met het touw van aandacht moeten vastbinden aan de paal van zijn meditatie-object. Dan zal zijn geest proberen te ontsnappen aan het touw, en nu eens hier- en dan weer daarheen rennen. Maar hij zal nergens meer de zichtbare vormen kunnen ontdekken waarin hij zich tot dan toe verlustigde, en hij zal niet in staat zijn het touw van de aandacht te breken. Uiteindelijk zal hij zich daarom dicht bij het meditatie-object neervleien, daaraan gebonden door concentratie op het hier en nu en door bedrevenheid in meditatie.
    Vandaar dat de ouden zeiden:

Zoals een man aan een paal zou binden
Het kalf dat getemd dient te worden,
Zó zou men zijn eigen geest strak moeten vastbinden,
Gebonden aan het object van aandacht.

 

Samenvatting: L. Hixon over Het Ossehoeden van Zen

Onderstaand vind je een samenvatting van hoofdstuk 4, "De tien seizoenen van verlichting. Het Ossehoeden van Zen", uit: L. Hixon, Wegen naar verlichting. Een rondgang door de grote spirituele visies, uitg. Kosmos, Utrecht/Antwerpen 1991, p.80-111.

De plaatjes vertolken a.h.w. 'tien seizoenswisselingen': steeds meer zicht gaan krijgen op verschillende aspecten van een landschap, dat in wezen altijd hetzelfde is. De os symboliseert de innerlijke natuur van het bewustzijn, het mysterie dat mens heet.

Plaatje I

Álle verlangens zijn in min of meer zuivere zin uitdrukking van het verlangen naar opperste vervulling, d.w.z. Verlichting. Maar in dit plaatje begint pas echt het religieuze zoeken.
    Over de dwaalwegen uit het commentaar: de os is nooit op één bepaalde weg te vinden, omdat hij alle wegen en de zoeker zelf is. Zoeken naar de os is onmogelijk, omdat dit zoeken zelf de Ware Natuur versluiert.

Plaatje III

De os wordt niet ontmoet door luisteren naar esoterisch onderricht of abstract contempleren, maar door direct ervaren. De afgebeelde Verlichting is slechts een glimp die komt en gaat; meer strijd en discipline zijn nodig om dit inzicht te verlengen en stabiliseren.

Plaatje IV

De os is de wilde kracht van Verlichting, een ruwe energie die zowel kan scheppen als vernietigen. Daarom moet deze energie getemperd worden. Men kan aan dit temperen pas beginnen als men eerst gezien heeft - dit gebeurt in plaatje I t/m III - dat zoeken een illusie is. Het temperen van de os gebeurt o.a. door de volgende disciplines: totaal mededogen, volmaakte geweldloosheid, en onwankelbare oprechtheid. Anders is verwrongen spiritualiteit mogelijk. Men mag de gedisciplineerde beoefening van Zen niet te snel opgeven.

Plaatje V

Hier meer intimiteit met de os. De mens wordt hier een verlichte wijze i.p.v. een ervaren zoeker. Hij ziet nu in dat de eindeloze voortbrenging van gedachten niet onwerkelijk is, maar ook voortkomt uit de Ware Natuur. Verlichting sluit namelijk geen dingen buiten, maar omvat àlles.
    Door het temmen van de os begint het onderscheid tussen spiritueel leven en het gewone leven te verdwijnen, omdat dit onderscheid nu niet meer nuttig is [in plaatje I t/m III was dit nog wel nuttig]. "Degene die een wijze aan het worden is, raakt op vriendschappelijke voet met de beperkingen van het gewone ego, in plaats van zich terug te trekken in het transcendentale ego van de spirituele zoeker, de ervaren beoefenaar van meditatie. Dit is de eerste verwijzing naar de mysterieuze gewoonheid waarin de wijze ten slotte verdwijnt."

Plaatje VI

De wijze begint nu één te worden met de gewone stroom van het leven. Een ieder die hem ontmoet voelt zijn verlichting, als een briesje dat overwaait; zijn verlichting is niet meer iets dat hij voor zichzelf koestert. Maar nog moet de os als afzonderlijke entiteit verdwijnen, zodat de beoefenaar hem volledig doorheen de eigen persoon tot uitdrukking brengt.

Plaatje VII

Spirituele oefeningen en gedachten zijn overbodig geworden. De herder hoeft niet meer iets te bereiken of zichzelf te tuchtigen. De weg van contemplatie kan niet gescheiden worden van het dagelijkse leven, de gewone dingen die we daarin doen. Maar er is nog een wijze die geniet van de Ware Natuur. Deze subtiele tweeheid dient nog te verdwijnen.

Plaatje VIII

Over deze toestand kan niets gezegd worden, omdat dat zou inhouden dat er nog iemand zou bestaan die zich nog tegenover de Verlichting kan opstellen, en daar dus niet mee samenvalt.

Plaatje IX

Vormloos gewaarzijn groeit hier weer tot vormen, zonder dat eerste te verliezen. Deze mens wordt niet meer geconfronteerd met de illusie van Verlichting (zie het commentaar bij dit plaatje: "niets is beter dan direct blind en doof te worden"). De dramatiek van de bewustwording uit de eerste plaatjes is nu verdwenen; er is enkel eenvoudig zijn, en alles wordt door de bewustgeworden Verlichting nu ervaren als verschijning van het eigen zelf.
    Toch: "Er zit nog een bovenmenselijk luchtje aan deze 'terugkeer naar de Bron'": er kleeft aan deze toestand nog eens subtiele tweeheid, waarin de mediterende onderscheid maakt tussen de schoonheid en rust van de Bron die bloeit in de pijn- en kersebomen, en de wereld van het menselijk gedoe, waarin de chronische begoocheling van het lijden hoogtij viert. Om deze tweeheid op te heffen is het tiende plaatje nodig.

Plaatje X

Hier zijn zowel eenheid als tweeheid uitgewist. "Deze mens heeft zelfs de Bron, als citadel waar Verlichting zich subtiel kan isoleren, verlaten." De meest wijze heilige kan hem niet vinden, omdat híj het niet meer is die rondzwerft, maar slechts bewustgeworden en werkzame Verlichting. Hij ervaart geen verschil tussen zichzelf en de dorpelingen of het platteland waar zij wonen.

Een voorbeeld

Deze paragraaf vertelt over een Japanse vrouw, Yaeko, die in zeer korte tijd de stadia van de osseplaatjes doorliep, begeleid door Harada Roshi.
    "De discipline die 'het Vangen van de Os' impliceert, heeft niet te maken met de straffe oefeningen en leerstellige ideeën waar een zoeker of een beginnende beoefenaar zich mee bezighoudt. Het is een verfijnen en uitbreiden, waar zonder ambitie of streven mee doorgegaan wordt."
    In plaatje VII is de ervaren beoefenaar een verlichte wijze geworden. Gevaar doorheen alle plaatjes: voortijdig afwijzen van onderricht en begeleiding, niet vanuit egocentrisme, maar vanuit onverwerkte extase.
    Verlichting is een eeuwig voortgaan in de richting van volmaaktheid. De dimensie van Verlichting zijn dus eindeloos, en daarom zijn de tien plaatjes eigenlijk onzin, omdat zij onderscheid aanbrengen in iets dat eindeloos is.
    Plaatje VI: dronkenschap van een subtiele extase, die daardoor illusoire onderscheid tussen spirituele en gewone leven in stand houdt. Deze beide categorieën van ervaring moeten zodanig in elkaar verdwijnen, dat ze geen van beide overblijven.
    Puur Boeddha-schap is niets bijzonders (plaatje X), omdat het niets anders is dan volledig mens-zijn.
    De zog. bodhisattva-gelofte om alle wezens te verlossen wordt door een verlichte mens, een Boeddha, meteen ingelost, omdat hij alle levende wezens als Boeddha ziet. "Alle mensen zijn al gered, verzekert de levende Boeddha. De werkelijke spirituele kracht die door deze affirmatie vrijgegeven wordt, doordringt het gewaarzijn van alle mensen en intensiveert op voelbare wijze hun energie om te evolueren. Deze affirmatie, welke het boeddhaschap is, is reeds de Ware Natuur van ieder levend wezen."

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

Beknopte literatuurlijst m.b.t. de 'Plaatjes van de os' (boekenlijst)

  • Maréchal, M.: De Plaatjes van de Os: vanuit een feministisch perspectief, in: Zen. Kwartaaltijdschrift voor theorie en praktijk van Zen, no.41, april 1990

Een bespreking van de plaatjes vanuit feministisch perspectief.

  • Myokyo-ni (I. Schoegl): Gentling the Bull. The Ten Bull Pictures. A Spiritual Journey, Londen z.j. (144pp)

Fijne en heldere uitleg van de plaatjes en de relevantie die ze hebben voor ons dagelijks leven. De auteur is een londense Zen-meesteres.

  • Sheng-yen, Ch'an Master: Ox Herding at Morgan's Bay, New York 1988 (47pp)

Voordrachten van een chinese Zen-meester tijdens een Zen-tiendaagse, waarin hij elke dag één plaatje behandelde. Geeft een goede indruk van het proces dat men op de weg van Zen kan doormaken. Warm aanbevolen!

  • Tsujimura, K. & Buchner, H.: Der Ochs und sein Hirte. Ein altchinesische Zen-Geschichte erläutert von Meister Daizohkutsu R. Ohtsu mit japanischen Bildern aus dem 15. Jahrhundert, Pfüllingen 1957 (133pp)

Een klassiek commentaar op de plaatjes door een japanse Zen-meester. Geeft een goede indruk hoe een Zen-meester teksten 'uitlegt'.

  • Tydeman, Nico: De plaatjes van de os, Langenboom 1983 (Speciaal nummer van het tijdschrift 'Zen'; 66pp)

Dé nederlandse inleiding in dit onderwerp. Boeiende uitleg van de praktijk en doelstellingen van Zen a.d.h.v. de plaatjes. Nu enkel nog in boekvorm verkrijgbaar (uitg. Karnak).

Boeiende tekst, waarin de uit de traditie van het Theravada (het oorspronkelijke, Indiase boeddhisme) stammende Rahula wijst op parallellen in oude Indiase soetra's met de parabel van de herder en zijn os. De strekking van zijn betoog: het verschil tussen het oorspronkelijke boeddhisme en het veel latere Zen is veel minder groot dan de meesten denken. Zie eerder op deze pagina een door mij vertaalde passage uit Rahula's tekst, waarin het proces van meditatie in een prachtig beeld beschreven wordt.

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

Copyrights

Het materiaal van de hand van Alex Pot dat op deze pagina gepubliceerd is, mag worden gedownload, gelezen en gekopieerd, maar alleen voor eigen gebruik. Vermenigvuldigen met winstoogmerk is niet toegestaan. Alles is copyright Alex Pot, tenzij anders vermeld.

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

De 10 plaatjes van de herder en zijn os

 

os1.gif (8151 bytes)

I Zoeken naar de os

Eenzaam en alleen in een eindeloze wildernis, schrijdt de herder door het woekerende gras en zoekt zijn os.

Breed stroomt de rivier, tot in wijde verte strekken zich de bergen uit, en het pad loopt steeds dieper in het vergroeide.

Het lichaam dodelijk vermoeid en het hart vertwijfeld. Toch vindt de zoekende herder geen geleidende richting.

In de avondschemering hoort hij enkel krekels op de ahorn zingen.

rand1.gif (1284 bytes)

Waarom zoeken? Van begin af aan is de os nooit verloren geweest. Maar het geschiedde, dat de herder zich van zichzelf afkeerde: toen raakte zijn eigen os van hem vervreemd en ging verloren in stoffige verte. De vaderlandse bergen worden kleiner en kleiner. Onverwachts bevindt de herder zich op overwoekerde dwaalwegen. Begeerte naar profijt en angst voor verlies ontbranden als opvlammend vuur, en meningen over juist en onjuist bestrijden elkaar als speerpunten op het slagveld.

rand1.gif (1284 bytes)

Enkel in de verte kijkend, rent de zoekende herder haastig verder.

Beseft hij dat zijn voeten reeds diep weggezakt zijn in het zompige moeras?

Hoe dikwijls al heeft hij niet, onder de dalende avondzon en temidden van de geurige graspollen,

Tevergeefs Hsin-feng [Shinpo], het Lied van de Herder, geneuriet?

rand1.gif (1284 bytes)

In het Aanvankelijke loopt geen spoor. Wie zou daar kunnen zoeken?

Verward komt hij binnen in het diepe oord, dat met dichte nevel en een vlechtwerk van ranken gevuld is.

In het verborgene keert hij weliswaar als gast met de os terug naar huis en heeft hij hem bij de neus -

maar desondanks klinkt zijn gezang zo ontmoedigd onder de bomen langs de waterrand.

 

 

os2.gif (7034 bytes)

II Het spoor van de os vinden

Onder de bomen aan de waterkant zijn her en der de sporen van de os dicht afgedrukt.

Heeft de herder de weg gevonden tussen het dicht woekerende, geurende gras?

Hoe ver de os ook weglopen mag, tot in de achterste plaats van het diepe gebergte:

zijn neus reikt tot in de uitgestrekte hemel, zodat hij zich niet verbergen kan.

rand1.gif (1284 bytes)

Het lezen van de sutra's en het horen van de onderrichtingen hebben ervoor gezorgd dat de herder iets van de zin van de waarheid begint te vermoeden. Hij heeft het spoor ontdekt. Nu begrijpt hij dat de dingen, hoe verschillend ook, allemaal uit het ene goud zijn, en dat het wezen van welk ding dan ook niet verschillend is van zijn eigen wezen. Toch kan hij nog niet tussen echt en onecht onderscheiden, laat staan tussen waar en onwaar. Nog is hij niet in staat door de poort binnen te gaan. Daarom is het slechts een voorlopige uitspraak dat hij het spoor ontdekt zou hebben.

rand1.gif (1284 bytes)

Vele dwaalwegen kruisen elkaar, daar waar de dode boom en de rots bij elkaar staan.

Al maar rusteloos rondrennend in zijn grasholletje:

Beseft hij zijn eigen vergissing? Juist wanneer zijn voeten al zoekend de sporen volgen,

Is hij de stier voorbijgelopen en heeft hij hem laten ontsnappen.

rand1.gif (1284 bytes)

Veel mensen zoeken de os, maar weinigen hebben hem ooit gezien.

In het Noorden der bergen of onder in het Zuiden, heeft de herder hem daar gevonden:

de ene Weg van licht en donker, op welke al het bestaande heengaat en komt?

Heeft de herder zichzelf op een dergelijke weg teruggevonden, dan bestaat er geen nood meer.

 

 

rand1.gif (1284 bytes)

 

os3.gif (7034 bytes)

III Het vinden van de os

Plotseling klinkt boven in de kruin van de boom het heldere gezang van een nachtegaal.

De zon straalt warm, zachtjes waait de wind, aan de oever lopen de wilgen uit.

Er is geen plaats meer waar de os zich zou kunnen verstoppen.

Zo mooi is die prachtige kop met de hoog oprijzende horens, dat geen schilder hem zou kunnen schilderen.

rand1.gif (1284 bytes)

Op het moment dat de herder de stem hoort, springt hij abrupt terug en aanschouwt de Oorsprong. De dolende zintuigen zijn in gelaten harmonie met deze Oorsprong tot rust gekomen. De os in zijn heelheid doortrekt onverhuld al het handelen van de herder. Hij is onlosmakelijk aanwezig, zoals zout in zeewater of lijm in de verf van de schilder. Wanneer de herder zijn ogen wijd opent en schouwt, dan ziet hij niets anders dan zichzelf.

rand1.gif (1284 bytes)

Zodra hij de stier zag en zijn gebrul hoorde,

Heeft Tai-sung, de schilder, zichzelf overtroffen.

Hij schilderde op treffende wijze de hartenstier van kop tot staart,

Maar bij zorgvuldig onderzoek blijkt de stier niet helemaal compleet.

rand1.gif (1284 bytes)

Het gezicht van de herder stiet recht op de neus van de os. Nu hoeft hij het brullen niet meer te volgen.

Deze os is wit noch blauw.

Stil knikt de herder zichzelf toe en veroorlooft zich een zacht glimlachen.

Er bestaan geen penseel en geen pen voor dit landschap.

 

 

os4.gif (9831 bytes)

IV Het vangen van de os

Na grootste inspanning heeft de herder de os gevangen.

Te heftig nog diens luimen, zijn kracht nog te razend, om gemakkelijk zijn wildheid te temmen.

Nu eens gaat hij ervandoor en klimt naar hoge vlakten,

Dan weer dringt hij ver door in diepe, overnevelde en bewolkte plaatsen en wil zich verbergen.

rand1.gif (1284 bytes)

Vandaag werd voor de eerste keer de os ontmoet, die lange tijd in de wildernis verborgen was. Maar de wereld van deze wildernis, die hem aangenaam en vertrouwd is, trekt hem nog sterk aan, zodat hij maar moeilijk in bedwang te houden is. Nog is hij niet in staat zich aan de begeerte naar de geurende graspollen te onttrekken. Nog woedt in hem hardnekkige koppigheid, en wilde dierlijkheid beheerst hem. Wil de herder de os tot echte zachtmoedigheid brengen, dan is het nodig met strenge zweep te tuchtigen.

rand1.gif (1284 bytes)

Houd de teugel stevig vast en laat hem niet los!

Veel van de subtielste tekortkomingen zijn nog niet met wortel en al uitgerukt.

Hoe voorzichtig de herder ook aan het neusteugel trekt,

De stier kan nog steeds steigeren en proberen aan de haal te gaan, de wildernis in.

rand1.gif (1284 bytes)

Daar waar de geurende grassen hoog in de hemel reiken heeft de herder de os gevangen.

De herder mag zijn hand nog niet aflaten van de teugel aan de neus van de os.

De weg van de thuiskeer licht reeds helder op voor de herder -

maar toch moet hij nog vaak stoppen met de os, langs de blauwe rivier en op de groene berg.

 

 

os5.gif (10564 bytes)

V Het temmen van de os

De herder mag zijn hand geen ogenblik van zweep en teugel aflaten.

Anders zou de os er met grote schreden vandoor gaan het stof in.

Is de os echter geduldig getemd en tot zachtmoedigheid gebracht,

Dan volgt hij vanzelf de herder, zonder halster of ketting.

rand1.gif (1284 bytes)

Komt zelfs maar de schaduw van een gedachte op, dan zal noodzakelijk een andere gedachte volgen eindeloze opeenvolging. In het ontwaken wordt het waar, in het dwalen daarentegen wordt alles onwaar. Al het in de omgeving aanwezige is niet uit hemzelf, maar geschiedt enkel vanuit het aanvankelijk Hart. Houd de teugel goed vast en veroorloof je geen enkele aarzeling!

rand1.gif (1284 bytes)

Nu kan de stier rustig kuieren door de heuvelbossen,

Of de druk bereisde wegen betreden, overdekt met stof.

Nimmer zal hij eten van het voer op de wei van een ander.

Komen en gaan vereisen geen inspanning - de stier draagt de man zachtmoedig.

rand1.gif (1284 bytes)

Door geduldige discipline is de os aan de herder gewend geraakt en werd hij zachtmoedig.

Zelfs wanneer hij midden in het stof terechtkomt, kan hem dat niet besmeuren.

Lankmoedig temmen. In één plotselinge val heeft de herder zijn hele fortuin gewonnen.

Onder de bomen komt andere mensen zijn machtige lachen tegemoet.

 

 

os6.gif (8466 bytes)

VI Naar huis op de rug van de os
(elders op deze site een inleiding die ik ooit gaf n.a.v. dit plaatje)

De herder keert terug naar huis op de rug van de os, gelaten en vrij.

In de uitgestrekte avondnevel klinkt wijd en zijd het geluid van zijn fluit.

Maat na maat en couplet na couplet klinkt de grenzenloze stemming van de herder.

Luistert iemand naar dit geluid, dan hoeft hij niet meer te raden hoe het de herder te moede is.

rand1.gif (1284 bytes)

De strijd is reeds voorbij. Ook winst en verlies zijn zonder betekenis geworden. De herder zingt een landelijk houthakkerslied en speelt op zijn fluit de simpele melodie van dorpsknapen. Hij zit op de rug van de os en blikt in de blauwe hemel. Spreekt iemand hem aan, dan draait hij zich niet om. Trekt iemand hem aan de arm, dan wil hij niet stoppen.

rand1.gif (1284 bytes)

Vooruitwijzend naar de waterkering waarlangs zijn huis gelegen is,

Duikt hij plotseling op uit mist en nevel, spelend op zijn fluit.

Opeens verandert de melodie in een thuiskeerlied.

Zelfs de meesterwerken van Bai-ya vallen in het niet bij dit lied.

rand1.gif (1284 bytes)

Omgekeerd op de rug van de os zittend, keert hij met vrolijk hart terug naar huis.

Met bamboe-hoed en in een kleed van stro reist hij voorbij in de avondnevel.

Stap voor stap. De koele wind waait zacht en mild.

De os werpt geen blik op het oninteressante gras.

 

 

os7.gif (8148 bytes)

VII De os vergeten, de herder alleen

Reeds is de herder thuisgekomen op de rug van de os.

Er bestaat geen os meer. De herder zit alleen, op zijn gemak en stil.

Rustig sluimert hij nog wat, want de rood brandende zon staat immers reeds hoog aan de hemel.

De nutteloze zweep en teugel heeft hij weggeworpen onder het dak van stro.

rand1.gif (1284 bytes)

Er bestaan geen twee Dharma's. Slechts tijdelijk is de os als wegwijzer gebruikt. Hij lijkt op een val, waarin de haas, of op een net, waarin de vis gevangen wordt. Nu is het de herder zo te moede als wanneer er glanzend goud uit de aarde opgedolven zou worden, of de maan, zich uit de wolken losmakend, tevoorschijn zou komen. Er schijnt dat ene koele licht van voor het begin van de wereld.

rand1.gif (1284 bytes)

Hoewel de herder de stier vanuit de bergen omlaag leidde, is de stal leeg.

Ook stro- en bamboe-hoed hebben hun nut verloren.

Ongebonden en op zijn gemak, zingend en dansend,

Is hij zijn eigen meester geworden tussen hemel en aarde.

rand1.gif (1284 bytes)

De herder is teruggekeerd; nu is zijn thuis overal.

Zijn ding en 'ego' geheel vergeten, dan heerst er de hele dag rust.

Geloof in de top 'toegang tot het diepe geheim'.

Op zulk een top hoort een mens niet meer bij de wereld der mensen.

 

 

os8.jpg (10837 bytes)

VIII Os én herder volkomen vergeten

Zweep en teugel, os en herder zijn volkomen verdwenen.

Woorden schieten tekort om de uitgestrekte blauwe hemel te omspannen.

Sneeuw kan toch ook niet blijven bestaan op een rood brandend haardvuur?

Pas wanneer een mens in dit oord aangekomen is, evenaart hij de oude meesters.

rand1.gif (1284 bytes)

Alle wereldlijke begeerten zijn afgevallen, en tegelijkertijd is ook de geur van heiligheid volkomen verdwenen. Verblijf niet met welbehagen in een oord waar de Boeddha woont. Ga ras voorbij aan een oord waar de Boeddha niet woont. Wanneer iemand aan geen van deze twee hangen blijft, kan zijn innerlijk nooit doorschouwd worden, ook niet door de Duizendogige. De heiligheid waaraan vogels met bloemen eer bewijzen, is een schande.

rand1.gif (1284 bytes)

Wat jammer! Tot nu toe wilde ik de hele wereld redden.

Nu, o verrassing: er bestaat geen wereld om te verlossen!

Vreemd! Zonder voorgangers of opvolgers,

Wie kan deze waarheid erven, haar doorgeven?

rand1.gif (1284 bytes)

Met één slag breekt plotseling de grote hemel in stukken.

Al het heilige en wereldse zijn spoorloos verdwenen. In het onbegaanbare eindigt de weg.

Voor de tempel schijnt de heldere maan en ruist de wind.

Alle rivieren monden uit in de grote oceaan.

 

 

os9.gif (8844 bytes)

IX Terug naar de Oorsprong

In de Grond en Oorsprong teruggekeerd heeft de herder reeds alles volbracht.

Niets is beter dan direct ter plekke als blind en doof te worden.

In zijn hut zit hij en ziet geen dingen daarbuiten.

Grenzenloos stroomt de rivier, zoals hij stroomt. Rood bloeit de bloem, zoals zij bloeit.

rand1.gif (1284 bytes)

Vanuit het Begin is het rein, en er is geen stof. Daar schouwt iemand de afwisselende op- en neergang van de zijnden en woont zelf in de samengebalde stilte van het niet-doen. Hij laat zich niet voor de gek houden door de vergankelijke drogbeelden van de wereld en hij heeft geen inoefening meer nodig. Blauw stromen de rivieren, groen strekken zich de bergen uit. Hij zit bij zichzelf en schouwt de verandering van alle dingen.

rand1.gif (1284 bytes)

Het grote handelen staat los van zijn of niet zijn.

En dus hoeft hij, om te zien en te horen, niet te zijn als iemand die doof en blind is.

Afgelopen nacht daalde de gouden vogel af in de zee,

Maar vandaag ontvlamt in de lucht als vanouds de rode ring van het ochtendgloren.

rand1.gif (1284 bytes)

Reeds heeft de herder alle kracht van zijn hart verspild en is alle wegen ten einde gegaan.

Zelfs het helderste ontwaken overtreft doofheid en blindheid niet.

Onder de stro-sandalen eindigt de weg die hij eens ging.

Geen vogel zingt. Rode bloemen bloeien in een heerlijke wirwar.

 

 

os10.gif (10687 bytes)

X Naar de markt met weldoende handen

Met ontblote borst en op blote voeten komt hij naar de markt.

Het gezicht met aarde besmeurd, het hoofd helemaal met as bestrooid.

Zijn wangen onder de tranen van het machtige lachen.

Zonder zich in te spannen voor geheimen en wonderen, brengt hij plotsklaps de dorre bomen tot bloei.

rand1.gif (1284 bytes)

De rijsthouten poort is stevig gesloten, en zelfs de meest wijze heilige kan hem niet zien. Hij heeft zijn opgelichte wezen reeds diep begraven en veroorlooft het zich van de gebaande wegen van de eerbiedwaardige oude wijzen af te wijken. Nu eens komt hij met een uitgeholde pompoen de markt op, dan weer keert hij met een staf in zijn hut terug. Wanneer hij daar zin in heeft bezoekt hij de wijnhuizen en viskramen, om de dronken mensen tot zichzelf te laten ontwaken.

rand1.gif (1284 bytes)

Deze vriendelijke man stamt af van een ongewoon ras,

Met gelaatstrekken als die van een ezel, of een aap.

Maar plotsklaps, wanneer hij zwaait met zijn ijzeren staf,

Springen alle poorten en deuren wagenwijd open voor hem.

rand1.gif (1284 bytes)

Recht in het gezicht springt de ijzeren staf vanuit de mouw.

Nu eens spreekt hij mongools, dan weer chinees, met een machtig lachen op zijn wangen.

Wanneer een mens de kunst verstaat zichzelf te ontmoeten en toch zichzelf onbekend te blijven

zal de poort naar het paleis zich wijd openen.

 

Uit: K. Tsushimura & H. Buchner: Der Ochs und sein Hirte, Pfüllingen 1958. Vertaling: Alex Pot

 

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: maandag 7 februari 2005.


citaat (zinrijk.nl)
Mijn liefje is de dierbare Fuji, tronend op wolken. Hoezeer verlang ik ernaar haar sneeuwwitte huid te zien!
zenmeester Hakuin

Zangretraite in Portugal (meer)
Op een prachtige locatie (Monte na Luz - met zwembad) vlak bij de Middellandse zee, zingen we dat het een lieve lust is. Groepsgrootte: 15 personen. 21 - 27 juni
Deze weken met Jan-Hendrik Veenkamp zijn voor mij het hoogtepunt van het jaar. – Alex Pot