Teksten m.b.t. het thema "Stilte"

Deze pagina bevat teksten rondom het thema 'stilte'. Een mooiere uitvoering van deze pagina is te vinden op wwwZinRijk.nl. 'Nieuwe' teksten worden gemarkeerd door het ikoon: Nieuw !. Voor 'verwante teksten', zie ook de pagina m.b.t. gebed & meditatie.

 

 

vlinders

 

Inhoud

 

butterflies.gif (13908 bytes)

 

Willi Massa: Stilte en opvoeding

(Deze paragraaf bevat een samenvatting en een aantal vertaalde citaten uit: W. Massa, Stille und Erziehung, in: Meditation, Als Manuskript gedruckt, Neumühle, Ökumenisches Zentrum für Meditation und Begegnung, D-6642 Mettlach-Tunsdorf/Saar, pag.3-7)

  • Stilte en vervuldheid/waar geluk hangen samen 
  • Stilte is nodig om te kunnen rijpen, naar geest, ziel en lichaam. Uitwendige en innerlijke haast, drukte en lawaai storen de groei van de gehele mens, naar lichaam, ziel en geest. 

In het nu volgende geeft Massa eerst een schildering van de gevolgen van lawaai, en daarna van de positieve betekenis van stilte.

1. Lawaai vernietigt het leven

Lawaai is neurologisch schadelijk voor het lichaam. Vegetatief: bij jarenlang lawaai gevolgen voor bloeddruk, suikergehalte en hormoonhuishouding. Gevaar hartinfarct, psychosomatische storingen.

Gevolgen van lawaai voor ziel en geest: het ervaringsvermogen stompt af, zodat de mens zichzelf niet meer waarneemt en niet tot zichzelf kan komen. Er ontwikkelt zich een onbewuste aggressie tegenover de anderen die mijn rust verstoren, en daardoor eenzaamheid.
       Het uitwendige lawaai zet zich vast in ons lichaam, zodat wij door voordurende onrust gedreven worden. Geduld en/of rustig waarnemen zijn onmogelijk geworden.
       Soms zijn onrust/lawaai juist een verslaving geworden, worden als afleiding gezocht, omdat men angstig is met zichzelf geconfronteerd te worden.
       Ernstigste gevolg: geestelijk vermogen/orgaan om zin waar te nemen gaat verloren => ervaring van zinloosheid.

2. Stilte geneest

a) Genezende stilte begint bij oefening van rustige opmerkzaamheid voor wat ons omgeeft (wat we voelen, ruiken, zien, horen, aanraken) en voor ons eigen organisme (warmte, gewicht ledematen, puls, adem, gedachten, gevoelens).
       Zo omschakeling van haast naar gelatenheid, van buiten-zijn naar bij-zich-zijn, van doen naar bezinnen. Het hele organisme wordt rustig: zenuwen, spieren en geest ontspannen zich.

b) Fase van in-zich-zijn. Wanneer we zo onze krachten gebundeld hebben, onszelf verzameld, kan aandacht gericht worden op iets dat genezend werkt. Dit kan van alles zijn, als het zich maar volgens zijn structuur heeft kunnen ontvouwen: e.g. dingen uit of aspecten van de natuur, Jezus (als héle mens), mandala, ikoon, mantra. Verschil qua onderwerp leidt tot de verschillende soorten meditatie.
       Geestelijk is dit een fase van integratie: tot dan toe gebonden energieën komen vrij, symbolen gaan spreken, gevoelens van oervertrouwen, geborgenheid, hoop en moed komen vrij. Individuatie.

c) Opengaan voor een omvattende Werkelijkheid. Deze fase volgt na verloop van tijd heel natuurlijk op de vorige. Gewaarworden van en luisteren naar een innerlijke Stem, je geliefd en gezien daardoor weten. Overgave aan onze Oorsprong. "Zwijgen voedt de liefde tot God"; "Zie, Ik zal haar (Israël) naar de woestijn lokken, en daar zal ik tot haar hart spreken" (Hos.2,14/16).

d) Gevolgen: fundamenteel ja op héle werkelijkheid: ja op eigen bestaan (personale dimensie), ja op deelname aan het universele zijn (godsdienstpedagogische dimensie) en ja op solidair met anderen samen bestaan (sociale dimensie). Mensen die uit de stilte leven zijn gemeenschap stichtende mensen.

Tekstfragmenten Willi Massa

Rijpen, opvoeden, stilte en vervuld leven horen bij elkaar. Karlfried Graf Dürckheim, de grote voorvechter van de terugwinning van de spirituele potenties van de mens, schrijft: "Ook in onze tijd is de oer-ervaring van de mens nog niet volledig verloren gegaan, dat hij altijd, wanneer hij werkelijk gelukkig is, stil wordt, en dat omgekeerd daar, waar hij in staat is werkelijk stil te worden, het ware geluk pas aan hem verschijnt."(In: "O komm Gewalt der Stille", pag.33 ff.)

* * *

"De vruchtbaarheid van het stil worden behoort tot de oerervaringen van de mensheid.
       
Benedictio vacui, de zegen van het vrij zijn van de dingen en hun lawaai, behoort tot het kostbaarste erfgoed van de spirituele traditie. 'Wat groeit, maakt geen lawaai.' Lawaai, bedrijvigheid en haast, zowel uiterlijk als innerlijk, stoppen groei, zowel de ichamelijke als die van de ziel en de geest; ze storen de groei van de mens in zijn heelheid...
       Het lawaai valt niet alleen ons lichaam aan, maar dringt ook binnen in het subtiele verweven-zijn van ziel en lichaam. Het stompt het ervaringsvermogen af, maakt de mensen niet alleen organisch doof, maar ook in hun ziel. Zo verhindert het dat de mens zichzelf waarneemt en tot zichzelf komt. Het lawaai van buiten maakt dat we onze omgeving als een aanvaller beleven, als een verstoorder van ons leven...
       De grootste schade richt deze lawaaivergiftiging aan aan het gevoeligste orgaan van de mens: zijn geestelijke vermogen zin waar te nemen."
       Daarom heeft meditatie, waarin men zich inlaat op de stilte, zo'n genezende werking. "De genezende stilte begint met de inoefening van rustige aandacht...
Zo schakelen we om van gejaagdheid naar naar gelatenheid, van buiten-zijn naar bij-zichzeIf-zijn; van scheppen naar bezinnen. Rust grijpt in het gehele organisme om zich heen, zenuwspanning neemt af, spieren worden losser, de geest wordt rustig. De mens komt tot zichzelf.
       Wie tot zichzelf gekomen is, heeft zijn krachten uit de verstrooiing bijeen gebracht, verzameld en gebundeld. Nu is hij klaar om zich op een genezende werkelijkheid te richten. Genezend werkt op de mens mens alles wat zich volgens zijn struktuur heeft kunnen ontplooien." Dit kan van alles zijn, variërend van een steen tot een gedicht of gebed. "Alles geneest, wat zich volgens het principe van heel-heid heeft kunnen vormen, wanneer het via rustige aandacht op ziel en geest inwerken kan. Daarom is het verwijlen bij een genezend element het centrum van iedere vorm van meditatie." Uiteindelijk kan dit er toe leiden dat de mens zich opent voor het Transcendente. "Elke godsdienstpedagogie moet beginnen bij het vermogen de stem van de zwijgende Godheid te horen en het woordloze spreken van de Geest te vernemen. Is dit innerlijke oor doof, dan klinken alle uitspraken over God hol en leeg. Stilte en zwijgende aandacht stemmen het instrument waarop een ander zijn lied wil laten klinken; zij reinigen de spiegel waarin een Ander zijn Licht wil laten vallen."

Willi Massa
(vertaald uit: 'Meditation', m.n. pag.3 t/m 7)

 

vlinders

 

ANTHONY DE MELLO:
DE STILTE ACHTER DE WOORDEN SPREEKT VAN GOD

"Elk woord, elk beeld dat men gebruikt voor God is eerder een verdraaiing dan een beschrijving."
"Hoe moet men dan over God spreken?"
"Met Stilte."
"Waarom gebruikt u dan woorden?"
De Meester begon hartelijk te lachen. Hij zei: "Wanneer ik praat, mijn beste, luister dan niet naar de woorden. Luister naar de Stilte."

 

vlinders

 

WILLI MASSA: LEVENDE STILTE

Zich tot zwijgen brengen. Hierin komt tot uitdrukking, dat het zwijgen er reeds is. Ik breng mij tot het zwijgen, zoals men een kind naar het bad draagt en behoedzaam erin laat glijden. Het bad wacht op het kind. Zo wacht ook het zwijgen in de grond van ons wezen op ons. De stilte wacht op ons. Het is geen grafstilte. Zo'n stilte ontstaat, wanneer wij onszelf met geweld tot zwijgen brengen. De stilte, die op ons wacht, is een levende stilte, in welke het leven ademt. Het is een stilte gelijk die in een kinderkamer, wanneer het kind rustig slaapt. Een levende stilte. We lopen op onze teenspitsen naar binnen, om die stilte niet te verstoren.

Willi Massa
(vertaald uit: Schweigen und Wort. Ich-Findung, Du-Findung, Gott-Findung. Vorträge zur Meditation im Stil des Zen, Mettlach 4, Neumühle-Verlag, 4. Auflage 1989, pag.16)

 

vlinders

 

Anselm Grün: De uitdaging van het zwijgen

  • Hieronder een samenvatting van een boek over stilte en zwijgen uit de monastieke traditie. Alhoewel vooral geschreven vanuit het perspectief van de monnik/moniaal, denk ik dat ook niet-monniken er inspiratie aan kunnen opdoen. Daarom dus hier deze samenvatting.
  • De auteur van het boek is Jungiaans psychotherapeut en tevens econoom van de Benedictijner abdij Münsterschwarzach in Duitsland.
  • Bibliografische gegevens van het boek: "Der Anspruch des Schweigens", Vier-Türme-Verlag, Münsterschwarzach Abtei, 1984. ISBN 3-87868-126-7

Meestal wordt het zwijgen in onze tijd eenzijdig geïdealiseerd door mensen die er wel naar verlangen, maar er geen ervaring mee hebben. Aan hun lofzang ontbreekt één aspect dat de monastieke traditie steeds opnieuw benadrukt: het zwijgen stelt eisen aan ons, is een opgave om aan onszelf te werken en onszelf daardoor te veranderen. Deze geestelijke opgave vergt inzet van de héle mens. Zwijgen betekent voor de monnik vooral het inoefenen van wezenlijke morele grondhoudingen, een oproep zijn egoïsme te bestrijden en zich voor God open te stellen. Hij zal minder de nadruk leggen op het zwijgen als ontspannings- of meditatie-techniek.
    Wij moeten ons ervoor hoeden teveel onbewuste wensen in onze lofzang op het zwijgen te projecteren. De monnik zal het zwijgen nooit als het enige middel op de geestelijke weg verkondigen, maar altijd in samenhang zien met andere onmisbare disciplines van de geestelijke weg: bidden, mediteren, het open leggen van zijn gedachten voor zijn geestelijke begeleider, werken, vasten, aalmoezen geven, gastvrijheid en liefde voor zijn mede-broeders.

I. Zwijgen als strijd tegen zonde en ondeugden

Het zwijgen is voor de monnik een middel om reinheid van het hart en rechtschapenheid te verwerven. Maar in eerste instantie dient het zwijgen ertoe de vele zonden te vermijden die met de tong begaan worden.

1. Gevaren van het praten

De ervaring van monniken leert dat de vier belangrijkste gevaren van het spreken zijn:

1) Het gevaar van nieuwsgierigheid

Nieuwsgierigheid brengt verstrooiing, maakt dat een mens zich met allerlei dingen bemoeit. Zo wordt hij 'uitgegoten', leeg en oppervlakkig. In zo'n mens kan niets tot rijping komen.
    Verder bestaan er mensen die niets voor zich kunnen houden, alles er direct uitflappen. Zij kunnen niet met een geheim omgaan, praten het met hun woorden kapot, zodat zij er nooit dieper in zullen doordringen. Hierin uit zich een angst voor het geheim, en misschien uiteindelijk wel voor God. Door te praten hopen zij alles benoembaar, en daarmee beheersbaar, te maken.

2) Het gevaar van het oordelen over anderen

Zelfs wanneer we positief spreken over anderen duwen we ze in hokjes of vergelijken hen met onszelf. Het praten over anderen is vaak in feite een spreken over onszelf en wat ons bezighoudt, zonder dat we ons dat bewust zijn. Zo wordt eerlijke zelfkennis bemoeilijkt, want door te focussen op anderen vermijden we dat naar onszelf zouden kijken.

3) Het gevaar van eigenroem

Spreken kan een uitermate ijdele bezigheid zijn, waarin men voortdurend de schijnwerpers op zichzelf richt, om zo voldoende erkenning, misschien wel bewondering, te krijgen, en om serieus genomen te worden.

4) Het gevaar van nalatigheid in innerlijke waakzaamheid

Een vaderspreuk [spreuk uit het milieu van de eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hierover:

Abbas Diadochos zei: 'Zoals voortdurend openstaande deuren van een bad zeer snel de warmte van binnen naar buiten stromen laten, zo laat hij, die veel praat, ook wanneer hij goede dingen zegt, zijn "herinnering" (mnème) door de poorten van de stem vervluchtigen.'

De mnème (jezelf voortdurend Gods aanwezigheid voor ogen houden, her-inner-en) in deze spreuk duidt op het bij-zichzelf-zijn, het God-aankleven. In het spreken 'vallen we steeds weer uit onszelf en uit ons midden'. Spreken heeft altijd iets dubbelzinnigs; zelfs al spreken we over goede dingen, er lijkt toch altijd op de een of andere manier een onzuivere toon in mee te klinken.
    Deze ervaring hoeft ons niet neerslachtig te maken, wanneer we haar met de zekerheid verbinden dat God ons aanneemt zoals we zijn. We kunnen dan met gezonde humor naar ons eigen spreken kijken. Dit werkt bevrijdend, omdat we daardoor het ideaalbeeld van onszelf waaraan we zo krampachtig vasthielden, steeds meer los kunnen laten. We mogen dan zijn wie en zoals we zijn, en de ervaring van ons dubbelzinnige spreken wordt tegelijkertijd de ervaring van Gods liefde en vergeving.

2. Zwijgen als weg tot zelfontmoeting

Positieve kant van zwijgen: het is een middel tot zelfontmoeting. Vaak zijn we op de vlucht voor onszelf, en daarom niet graag alleen. Wanneer we toch alleen zijn, hebben we een of andere bezigheid nodig om ons af te leiden. Zwijgen is daarom niet alleen niet praten, maar ook alle mogelijkheden opgeven om ons van onszelf af te leiden, en het met onszelf uithouden. Er blijken dan vaak onaangename gedachten, gevoelens en stemmingen naar boven te komen, die we voorheen wisten te onderdrukken, etc. We worden geconfronteerd met onze eigen innerlijke chaos van gevoelens en gedachten. Daarom volgens woestijnvaders begeleiding door geestelijk leidsman onontbeerlijk, als gelegenheid om door uitspreken van meest intieme gedachten en gevoelens met eigen spanningen in het reine komen.

Maar naast spreken kan ook zwijgen soms therapeutisch werken. Zo gevaar vermeden van cultiveren van eigen problemen, door er te vroeg of voortdurend over te praten, zonder er wat aan te doen. Zwijgen kan bijv. helpen afstand te winnen tegenover eigen opwinding of ergernis, zodat de mens zichzelf en zijn reacties kan leren kennen, i.p.v. ze direct op anderen af te reageren. Hij kan dan analyseren in hoeverre zijn ergernis terecht is, of dat er een opgeblazen ego uit spreekt.
    Samengevat: zwijgen kan een mens helpen distantie t.o.v. zichzelf te winnen.

Een andere therapeutische functie van zwijgen kan zijn dat het ordening aanbrengt in de chaos van onze emoties en agressie. Wanneer we heftige emoties uiten, worden die door het uiten vaak versterkt. Een mening over een ander die we uitspreken, kan zich juist door dit uitspreken des te meer vastzetten bij ons. Zwijgen is in dit geval geen wegslikken van emoties, maar de gelegenheid nemen om ze te verwerken en om te beoordelen of het goed is ernaar te handelen. Voorwaarde voor een gezonde omgang met het zwijgen is dat we altijd onderzoeken wanneer het op zijn plaats is, en wanneer niet. Zodat ik bijv. niet zwijg uit verbeten trots en het voornemen mijn problemen alleen op te lossen, of zwijg terwijl het beter zou zijn een ander op de gevolgen van zijn gedrag te wijzen.

De woestijnvaders [eerste woestijnmonniken in Egypte, vanaf einde 3e eeuw n.C.] hechtten vooral veel belang aan het zwijgen in situaties waarin men een ander de fout in zag gaan. Zo wordt de neiging een ander te veroordelen beheerst, en geven zijn fouten ons gelegenheid de eigen tekortkomingen te onderzoeken. Een woestijnvader drukt dit als volgt uit: "Wanneer je iemand ziet zondigen, bidt dan tot de Heer en zeg: 'Vergeef me, want ik heb gezondigd.'" Op deze manier vermijden we de projectie van eigen fouten in een ander. Zwijgen als afzien van oordelen, innerlijk en uiterlijk, is een zeer wezenlijk motief voor de monnik. Zo wordt onze neiging onszelf voortdurend met anderen te vergelijken afgeremd, wat ons innerlijke rust kan geven. In het zwijgen richten we de blik op onszelf, i.p.v. op een ander. We weten immers vaak niet welke omstandigheden ertoe geleid hebben dat hij zich op een bepaalde manier gedraagt.

Het niet (ver)oordelende zwijgen kan voor een ander genezend werken. Hij wordt niet aan een hard oordeel onderworpen, maar bejegend met een aanvaardende liefde, die weet heeft van de eigen zwakheid.

3. Zwijgen als zege over de ondeugd

Gedachten die ongecontroleerd opstijgen wanneer we nergens door afgeleid worden, bijv. bij inslapen, tonen duidelijk hoe het met ons innerlijk gesteld is. De oude monniken gebruikten deze gedachten om te onderzoeken of ze in de ban waren van één van de acht hoofdzonden: brasserij, ontucht, hebzucht, treurigheid, toorn, lusteloosheid, eigenroem, trots. Innerlijk zwijgen - daar staat het in het monastieke leven uiteindelijk op gericht - is pas mogelijk wanneer deze zonden overwonnen zijn. Anders blijven in ons innerlijk onophoudelijk 'stemmen' klinken: onze onbevredigde begeerten, emoties en stemmingen die niet in evenwicht zijn, ijdelheid, roemzucht, etc.

Zwijgen is een actief middel in de strijd tegen de acht verkeerde attitudes ('Fehlhaltungen'). Bijvoorbeeld: niet direct toegeven aan opkomende woede, maar hem de kans geven weer tot bedaren te komen. Wezenlijk is, dat het uiterlijke zwijgen altijd beantwoordt aan een innerlijk zwijgen; het is namelijk ook mogelijk dat iemand zwijgt uit trots of een gevoel van gekrenktheid, waaraan hij innerlijk voldoening ontleent.

Behalve strijd tegen de ondeugden, is het zwijgen tevens teken van de overwinning erop. Enkel wie zijn verkeerde innerlijke attitudes heeft overwonnen kan werkelijk innerlijk zwijgen. Het volkomen innerlijke zwijgen zal in dit leven wel nooit helemaal bereikt worden, maar we kunnen er wel af en toe van proeven. De innerlijk zwijgende mens is een deemoedige mens omdat hij weet dat dit zwijgen een geschenk is. Hij kan zich enkel voorbereiden op het ontvangen ervan.

4. Het juiste spreken

Het spreken wordt door Benedictus (480-555/560) niet los van het zwijgen gezien. Het kan zijn dat iemand die uiterlijk zwijgt, innerlijk zeer drukke gesprekken aan het voeren is, en, omgekeerd, dat iemand die uiterlijk spreekt innerlijk zwijgt. Het gaat erom dat ons spreken het innerlijke zwijgen niet onderbreekt, maar uitdrukking daarvan is. De waarlijk deemoedige monnik kan men volgens Benedictus herkennen aan het feit dat hij, wanneer hij spreekt, maar weinige en bescheiden woorden gebruikt. Zijn woorden geven door wat de Geest hem influistert. Daarom heeft hij het niet nodig zich gewichtig voor te doen of hardnekkig aan zijn mening of verlangens vast te houden.
    Hij stelt zichzelf niet in het centrum, omdat hij eerbied heeft voor de ander - eerbied is bij Benedictus nauw verbonden met deemoed. Eerbied laat de ander zijn zoals hij is en probeert hem niet met geweld te overtuigen of veranderen. Evt. kritiek wordt deemoedig voorgehouden en de ander kan beslissen of hij er iets mee doet.
    Benedictus hecht er verder aan dat een monnik 'verstandig' praat, d.w.z. vanuit een heldere blik op de dingen, die niet vertroebeld wordt door eigenbelang of door stemmingen. Tot dit spreken komt men doorheen het zwijgen, dat vele dingen in ons tot klaarheid laat komen. Alleen wie op deze manier vrij van zelfzucht en open voor anderen is geworden, kan een woord spreken dat de ander waarachtig goed doet. Zo iemand 'spreekt vanuit de vreze des Heren', d.w.z. heeft gevoel voor de aanwezigheid van Christus in de ander.

Samenvattend: zwijgen en spreken horen bij elkaar. Iemand die op de juiste manier weet te spreken "valt in het spreken niet uit de concentratie ('Sammlung') en uit de openheid voor Gods aanwezigheid, in welke het zwijgen hem moet inoefenen. In het spreken volhardt hij in deze openheid en geeft uitdrukking aan haar, zodat ook de anderen daaraan deel kunnen hebben. (Het gaat Benedictus om) de innerlijke houding van zwijgen, om zwijgzaamheid als gevoel voor Gods aanwezigheid en als geconcentreerd ('gesammeltes') rusten in God." (pag.34)

II. Zwijgen als loslaten

"Het zwijgen kan vanuit verschillende gezichtspunten bekeken worden: als passief niet-praten, als innerlijke houding van concentratie, als strijd tegen verkeerde attitudes, en als een positief doen, als de akt van het loslaten." (pag.35)
    Dit laatste is meer dan enkel niet-praten of niet-denken, het is een voortdurend actief loslaten van ons denken en spreken. Of iemand zwijgen kan blijkt niet uit de kwantiteit van zijn woorden, maar uit zijn vermogen tot loslaten. Want (vooral jonge) mensen kunnen aan het zwijgen zelf gehecht raken, als middel om zich af te schermen van de grote boze buitenwereld, zodat zijzelf, hun denkbeelden en dromen, niet aan kritiek kunnen worden blootgesteld. Het kan daarom voor mensen een heilzame ervaring zijn zich te blameren in hun spreken; zij worden zo gedwongen het geïdealiseerde en stichtelijke zelfbeeld dat zij zichzelf en anderen voorhouden, los te laten.

1. De methode van het loslaten

Men kan de gedachten en gevoelens die in het zwijgen opduiken bestrijden, om ze zo tot rust te brengen. Een andere methode bestaat erin ze los te laten, door ze niet zoveel belang toe te kennen. Ik sta dan niet onder de prestatie-druk ze kwijt te moeten raken. De paradox is nu, dat ze vaak juist door dit onthechte waarnemen langzamerhand uit het bewustzijn verdwijnen. En in het geval dat dit niet gebeurt, dan nog zetten ze mij niet meer onder druk, omdat ik leef in het vertrouwen dat God mij aanneemt zoals ik ben, mét al mijn gedachten en gevoelens.

Niet alle gedachten en gevoelens hoeven losgelaten te worden, maar enkel diegene waardoor een mens gefixeerd raakt en welke innerlijke spanningen in hem creëren. Deze spanningen uiten zich ook lichamelijk. Deze spanningen kan men op verschillende manieren loslaten.
    Een eerste methode begint bij het lichaam, door de uitademing naar de plek te leiden waar lichamelijke spanning gevoeld wordt. Deze methode heeft alleen zin, wanneer men tevens de innerlijke spanningen loslaat die aan de lichamelijke ten grondslag liggen.
    De tweede methode bestaat erin direct de innerlijke spanningen los te laten, ze uit handen te geven, aan God. Dat kan niet met op elkaar gebeten tanden, maar enkel door los te laten, dat stuk van mezelf weg te geven, waar ik mezelf overdreven zorgen maak om het een of ander. Dit betekent vertrouwen op de liefde van God en zich niet meer door hoge idealen, als een vorm van eigen prestatie, tegen deze overgave beschermen. Dan zit ik niet meer op de troon, met al mijn vrome idealen, inspanningen en geestelijke behoeften, en plan ik ook niet meer mijn eigen geestelijke groei en rijkdom. Ik geef mijzelf uit handen, zodat Christus in mij heerst en aan mij handelt. Ik houd mezelf niet meer voor zo belangrijk en geef het op me aan mezelf en mijn ideaalbeelden vast te klampen.

Een concrete uitwerking van de consequenties van dit zwijgen is te vinden bij de broeders van Taizé:

  • ik laat mijn nieuwsgierigheid en behoefte overal over mee te kunnen praten los
  • mijn fantasiebeelden, stemmingen en gedachten komen tot zwijgen
  • mijn herinnering gaat zwijgen; klachten en bitterheid over het verleden vallen weg
  • het hart komt tot zwijgen, voorzover het gevuld is met wensen, antipathieën en overdreven liefde
  • de eigenliefde gaat zwijgen, inclusief de fixatie op eigen zonden en onbekwaamheden, of op eigen roem
  • de geest komt tot zwijgen: spitsvondigheden, die de wil verzwakken en de liefde laten opdrogen, nutteloze gedachten, het eigen zoeken en streven worden tot zwijgen gebracht
  • het oordelen over anderen houdt op
  • de wil gaat zwijgen: angsten, pijnen en gevoelens van verlatenheid worden geblust
  • de mens zwijgt met zichzelf: hij vergeet zichzelf, beklaagt of troost zichzelf niet meer

Deze manier van zwijgen stelt hoge eisen, omdat we meestal God liever als instrument van onze volmaaktheid gebruiken, dan onszelf in onze onvolmaaktheid aan Hem over te geven. Verder kan het moeilijk zijn ons verleden los te laten, en de attitudes die daarin gegrondvest zijn.

2. Zwijgen als sterven

Het begrip 'loslaten' als zodanig kent de monastieke traditie niet, maar de inhoud ervan wel. Ze gebruikt hiervoor twee beelden: dat van het sterven en dat van het pelgrimeren.

De mens die innerlijk wil zwijgen, moet worden als een lijk. Hiermee wordt bedoeld dat hij net als de doden ongevoelig is voor lof en voor onrecht hem aangedaan door mensen. Zo leeft hij in de wereld zonder er door beheerst te worden. Het kan een goede oefening zijn ons voor te stellen dat we in het graf liggen en te mediteren over alles wat we dan achter ons zouden laten: maskers, onechtheid, rijkdom, meningen etc. Deze gang door de dood maakt het ontstaan van nieuw leven in ons mogelijk.

3. Zwijgen als pelgrimage

In de Vaderspreuken worden zwijgen en pelgrimeren soms aan elkaar gelijk gesteld. Door te zwijgen trekt de monnik uit uit deze wereld en laat hij haar los. Hij ziet ervan af overal zijn commentaar op te geven, omdat de wereld door God gestuurd wordt. Een pelgrim vestigt nergens zijn tehuis, ook niet in de geborgenheid van woorden. Woorden scheppen verbinding met de wereld, tonen aan dat de mens er thuis hoort.

Grün bespreekt in dit verband Cassianus' (ca.360-435) interpretatie van 'uittrekken uit' in Gen.12,1. Er is daar sprake van een drievoudig uittrekken: uit vaderland, verwantschap en vaderhuis.
    Uitgaan uit het vaderland duidt Cassianus als het loslaten van alle materiële goederen. M.b.t. het zwijgen betekent dit dat de mens de rijkdom van het woord loslaat, niet door mooie formuleringen of door wijsheden wil opvallen. Dit zwijgen uit zich ook in armoede aan gedachten; men verliest zich niet in zijn fantasie, maar herkauwt slechts een paar woorden die voldoende zijn om van te leven. De monnik wordt zo een eenvoudig mens.
    Uitgaan uit verwantschap is voor Cassianus uitgaan uit de vroegere levenswandel, uit gewoonten en ingesleten zondige attitudes. Het betekent ook een afscheid van vroegere gevoelens en affectiviteit, en daarmee van de mogelijkheid te vluchten in een geïdealiseerd verleden. Zo ontstaat er ruimte om zich te engageren met het heden en met de tegenwoordigheid van God daarin.
    De uittocht uit het vaderhuis ziet Cassianus als volledig afgekeerd zijn van de wereld en enkel nog op het onzichtbare en Goddelijke gericht zijn. De monnik verliest dan elke herinnering aan deze wereld. Er kan geen vertrouwdheid met mensen ontstaan, men blijft een vreemde op deze aarde.

Hoe waardevol deze beelden ook zijn, men mag ze niet overdrijven. Het is niet de bedoeling dat de monnik een radicale haat voor de wereld of totale vlucht daaruit ontwikkelt. De juiste houding maakt het hem integendeel mogelijk alle dingen liefdevol te bejegenen, vanuit zijn verankering in God. Tenslotte: deze beelden duiden de opgave van élke mens aan, niet enkel die van monniken.

4. Zwijgen als vrijheid en gelatenheid

Wanneer we vanuit de vrijheid van het enkel God aanhangen zouden leven, zouden vele spanningen in ons dagelijkse leven opgeheven worden. We hoeven dan geen energie te verspillen aan eigen behoeften en wensen, of aan het verwerven van lof. H. Nouwen geeft een paar erg mooie voorbeelden, hoe veel energie verloren kan worden in de afkeer van bepaalde werkzaamheden, of in overdreven ijver om uit te blinken, of in verhitte pogingen om via de ontmoeting met anderen de eigen identiteit te vinden. De werkelijk zwijgende mens zwijgt ook in zijn daden, wat wil zeggen dat die zonder eigenbelang verricht worden. Zo kan het beeld van God in hem tot uiting komen, niet meer gehinderd door het ego.

III. Zwijgen als openheid voor God

1. Zwijgen als luisteren

Benedictus maakt onderscheid tussen silentium - de praktijk van het zwijgen - en taciturnitas (hoofdstuk 6 Reg.Ben.), welke duidt op de innerlijke houding van zwijgen en op concentratie. De taciturnitas staat in dienst van het luisteren en van gehoorzaamheid. Bron van het zwijgen en van de gehoorzaamheid is de deemoed. Zowel het gehoorzamen als het luisteren hebben een verticale - gerichtheid op God - en een horizontale component: Gods gebod en woord worden bemiddeld via de andere mens.

Het zwijgen dient ertoe dat het doordrongen zijn van Gods tegenwoordigheid niet vervluchtigt. Het heeft dus een positieve betekenis: zichzelf-open-houden-voor, en eerbiedige aandacht. Het lichaam heeft deel aan deze openheid, kan het in Gods tegenwoordigheid gehuld zijn ervaren en in zijn gebaren tot uitdrukking brengen.

Het zwijgen dient tevens het gebed: enerzijds schept het een sfeer waarin dat kan gedijen, anderzijds bewaart het datgene wat in het gebed gegroeid is. Direct na het gebed spreken zou ertoe leiden dat we de vrucht ervan weer verliezen en de innerlijke houding van openheid voor God teniet doen. Zwijgen laat het gebed naklinken, zodat het in het hart bezinken kan. De intensiteit van het ervarene laat niet toe het weer te verdampen in de futiliteit van woorden. Grün haalt een paar voorbeelden aan, van monniken en van C.G. Jung, die om deze reden op hun sterfbed liever afzagen van woorden.

2. Zwijgen als voltooiing van het gebed

De monastieke traditie kent een in vier fasen ingedeeld gebedsproces. Eerst spreekt God tot de mens via wat hij leest (lectio), waarop de mens met gebed (oratio) antwoordt. Een volgende fase is de meditatio, waarin de mens het gelezene in een geconcentreerd zwijgen op zijn hart in laat werken, zonder het te analyseren. Dit is een vervulde stilte, waarin de mens in Christus' tegenwoordigheid verkeert en zich door Hem aangezien weet. Hij laat zich omvormen door deze blik.

De laatste fase op de weg van het gebed is de contemplatie (contemplatio). Dit betreft het bidden zonder beelden en gedachten, het bidden als een puur zwijgen voor God, een beeld dat in de monastieke gebedsleer steeds opnieuw terugkeert. Deze stilte, dit bidden is een geschenk van God en kan niet door een techniek verworven worden. Daarom moet de monnik er niet met ongeduldige verwachting naar uitzien dit zou geestelijke hebzucht zijn - maar zich enkel richten op de drie voorgaande fasen. Dit zijn de enige fasen die 'geoefend' kunnen worden.

Het thema van de stilte der contemplatie is vooral uitgewerkt door Evagrius Ponticus (345-399). Hij leert dat élke gedachte, élk gevoel en élk beeld ons van God afleidt. We blijven dan dáárbij stil staan i.p.v. bij de ervaring van God zelf. We kunnen bijv., wanneer we menen de lagere hartstochten overwonnen te hebben, onze beelden voor God zelf houden en daarover praten en ermee pronken, zonder te merken dat we zo ten prooi vallen aan trots.
    De scepsis van Evagrius t.o.v. elke beschrijfbare Godservaring leert ons niet al te gemakkelijk over Godservaring te spreken. "Vaak is ons bidden gedurende lange periodes niet-ervaring, uithouden van eigen leegte, zwijgen van gedachten en gevoelens, enkel een vermoeden van volheid temidden van onze leegte." (pag.63) Het zwijgende bidden volgens Evagrius is niet een trots afzien van beelden etc., die men vanwege direct contact met God niet meer nodig zou hebben. Het is een zwijgen dat ons overkomt, dat ons pijnlijk kan verteren of met vreugde vervullen, en dat ons alle beelden uit handen slaat. Dit zwijgen is ook voor monniken een uitzondering.

 

vlinders

 

Losse tekstfragmenten

HANS JÜRGEN BADEN: ZWIJGEN ALS KRACHT

  • Onderstaande tekst is een gedeelte uit een samenvatting door mij van het boek "Zwijgen als kracht" van Hans Jürgen Baden (uitg. Kok, Kampen 1981).
  • Deze tekst is wellicht heel goed leesbaar in het licht van een "meditatieve benadering" van de vasten- of veertigdagentijd (alhoewel het aspect van je bezinnen op het lijden in de wereld en daarmee solidair zijn in onderstaande tekst ontbreekt).

Extra trefwoorden t.b.v. zoekscript: meditatie, inkeer, stilte.

Onze zintuigen hebben zich a.h.w. heel hecht met zuignapjes vastgekleefd aan de façade van de ons omringende wereld en de vele en gevarieerde zintuiglijke indrukken die zij oplevert. "Onze zintuigen moeten ervan worden losgeweekt; er is veel geduld voor nodig om ze ervan te overtuigen dat het verlies aan vorm en kleur tegelijkertijd een winst inhoudt waarvan het effect pas langzaam merkbaar wordt. De binnenwaartse concentratie van onze geest kan nooit in één keer en op slag succes opleveren." (pag.20) Daartoe is een lange en zware weg van afzondering en concentratie-oefeningen nodig, beschreven door mystici van alle richtingen.

Het stille punt kan niet bereikt worden zonder inzet van het
lichaam van de mens. In het verleden werd het lichaam vaak achter slot en grendel gezet, als zetel van dierlijke krachten. Maar de geestelijke weg betreft vernieuwing van de héle mens. Daarom is vergeestelijking van het lichaam de belangrijkste taak die in de afzondering volbracht moet worden.

Het stille punt is de plaats waar vrijheid wordt ervaren, vrijheid van uiterlijke én innerlijke onrust en lawaai. De relatie van de mens tot de buitenwereld wordt
bezonnen; hij heeft geen overdreven voorstellingen meer van alles wat de wereld vermag te presteren. Dit betekent niet dat hij zich afkeert van de wereld of die haat. Hij zou anders in een toestand van schizofrene zelfhaat verkeren: de wereld is immers door de mens voortgebracht. De mens die zich afkeert van/beschermt tegen de wereld, probeert zich af te keren van/te beschermen tegen zichzelf, wat het verlies aan stilte en geluk alleen maar vergroot. Dat kan niet anders, want deze scheidslijn tussen wereld en privé-sfeer is een illusie.

Aan het begin van bezonnenheid staat onvermijdelijk een periode van
'vasten': onszelf een tijdje onthouden van de wereld en in onszelf terugtrekken. Dit doen we door a.h.w. de antennes van onze zintuigen in te trekken. Dit lukt niet van de ene dag op de andere, want het lijkt wel alsof de wereld haar pogingen om onze aandacht op te eisen verdubbelt, zo gauw wij ons terugtrekken. Bezonnenheid vergt daarom inzet van al onze krachten.

Het tegendeel van bezonnenheid is
verstrooiing, lopend van het onvermogen zich met één gedachte of bezigheid bezig te houden tot aan het zichzelf verliezen in een ontelbare hoeveelheid van voortdurend wisselende indrukken. Verstrooiing is minder onschuldig dan zij op het eerste gezicht moge lijken, omdat de mens daarmee op de vlucht kan gaan voor zichzelf. Wanneer mensen het moeilijk vinden om met zichzelf alleen te zijn, komt het handig uit dat rondom ons vele mogelijkheden zijn om onszelf een tijdlang te vergeten, ons te laten onderhouden, afleiden, amuseren. Zo zijn we overgeleverd "aan de voorbijspoelende film van het uiterlijke leven, om naderhand met niets - letterlijk met het Niets in onze handen achter te blijven. Wij verwachten het heil en de verlossing van politieke en economische veranderingen, van plotselingen gunstige constellaties die zullen intreden of moeten intreden... Maar in het uiterlijke leven, in de wereld, gebeurt in feite niets anders dan dat voortdurend het decor gewisseld wordt." (pag.27-28) Deze voortdurende wisseling van prikkels kan geen blijvende bevrediging geven.

Naarmate de mens minder verblind raakt door het kaleidoscopisch veelkleurige licht van de buitenwereld, kan op de bodem van zijn bestaan het
natuurlijke licht van de geest beginnen op te vlammen. Het lijkt misschien alsof we ons verwijderen van de buitenwereld, wanneer we ons oefenen in meditatie en contemplatie - we sluiten onze zintuigen er immers voor af. Maar in feite naderen we de wereld, omdat we haar 'kern van vloeibaar vuur' naderen.

 

vlinders

 

DIADOCHUS VAN PHOTICE: HET BELANG VAN ZWIJGEN

Iemand die veel praat is als een heet bad, waarbij men de deur heeft opengezet; net zoals dat bad snel koud zal worden, verliest zijn ziel alras de 'memoria Dei' [de voortdurende 'herinnering' aan God - d.w.z. het voortdurend bewustzijn van de aanwezigheid van God; AP] en de goede gedachten. Voortaan is hij onbeschermd tegen de veelheid van indrukken van buitenaf, omdat hij de Heilige Geest, die hem daartegen beschermen kan, verloren heeft.

 

vlinders

 

ANNICK VAN DAMME: GELUID

  • Onderstaande tekst werd mij toegezonden door Annick van Damme (annickvandamme@yucom.be; website: stem-energetica). Het is een soort geleide meditatie rondom het verband tussen adem en Schepping, stilte en geluid.

Geluid

In het begin was er slechts duisternis en leegte.
De kosmos was slechts een eindeloos niets.
Geen licht, geen beweging, geen leven, geen geluid.

In haar leegte stuitte de duisternis op zichzelf.
Het werd zich bewust van de leegte, de stilte.
Kun je je deze stilte voorstellen, de stilte van het niets?
Kun je zo stil worden dat je het hoort?
Kun je naar de stilte in jezelf luisteren?

Adem diep en langzaam, zodat je adem in stilte je longen vult.
Voel hoe de binnenstromende lucht je keel ruimer maakt.
Voel de energie naar binnen stromen.
Luister naar deze energie, naar het niets.
Voel deze kern van stilte in je.
Adem terug langzaam uit.

Ook de kosmos ervaarde die energie.
De energie werd vibratie.
Het was de vibratie van een geluid waaruit alle andere geluiden werden geboren.
Het heelal werd vervuld met geluid.
Het geluid werd één en vermenigvuldigde zich.
Het geluid werd alomtegenwoordig.
In je ademhaling, in je hart, in de wind, in de bomen en in de lucht.
Het leeft in je eigen geest en in het ritme van al je gedachten.

 

vlinders

 

JOHANNES DE KLUIZENAAR: INNERLIJKE LOFZANG
(Vertaling Alex Pot. Bron tekst: "The Fountain & the Furnace: The Way of Tears and Fire" by Maggie Ross, Paulist Press, 1987)

Dit spirituele gebed is inwendiger dan ons spreken, zit dieper dan de woorden die onze lippen passeren, komt meer van binnen dan welk woord of gezongen lied dan ook. Wanneer iemand dit gebed bidt, is hij dieper ingedaald dan waar woorden kunnen reiken, en is hij op de plek waar spirituele wezens en engelen gevonden kunnen worden. Net als zij zingt hij: "heilig!", zonder zijn lippen te bewegen.
   Want God is stilte, en in stilte wordt Hij bezongen en vereerd met een psalmodie. Ik heb het niet over het zwijgen van de lippen, want wanneer iemand de stilte bewaart, maar niet weet hoe te zingen in geest en wezen, dan is hij enkel inactief... zijn zwijgen is slechts uiterlijk en hij weet niet hoe innerlijk te zingen.

 

vlinders

 

KHALIL GIBRAN: STILLE DIEPTE
(Uit "Spiegels van de ziel")

Ofschoon we voortdurend
worden overspoeld door
een golf van woorden,
is onze diepte
voor immer stil.

 

vlinders

 

ISAAC VAN NINIVÉ: HET GESCHENK VAN DE STILTE
(Syrische woestijnmonnik, 7e eeuw n.C.)

Heb de stilte lief boven alle dingen: zij zal je een vrucht aandragen die in woorden onmogelijk beschreven kan worden. In het begin zijn wij het, die onszelf dwingen te zwijgen. Maar vervolgens groeit er uit ons zwijgen iets dat ons tot het zwijgen aantrekt. Dat God je het gevoel mag schenken van dat iets, dat uit de stilte geboren wordt!

 

vlinders

 

  • Hieronder volgen een aantal gedichten van J.C. van Schagen m.b.t. 'zwijgen'. Deze gedichten werden mij opgestuurd door A. Spijkerman. Waarvoor dank! Ik heb zelf nog een derde gedicht van dezelfde dichter toegevoegd, en een tekst van Lao Tse. 

Ik houd zo van zwijgen
daarom praat ik zoveel woorden
om ruimte voor dat zwijgen te maken
ze moeten de woordenzee in tweeën scheiden
dat ik vluchten kan naar het beloofde eiland
waar het zwijgen is
eindeloos snijden mijn woorden in het water


J.C. VAN SCHAGEN

 

vlinders

 

in den beginne
was niet het woord - eerder
was het grote zwijgen

voor het eerste woord
is het ruisen van de zee
en na het laatste

het ligt in het stof
je kunt het zo oprapen
het eerste woord - niets

J.C. VAN SCHAGEN

 

vlinders

 

  • Het nu volgende gedicht van J.C. van Schagen durf ik eigenlijk nauwelijks te plaatsen op deze homepage, gezien het grote aantal woorden dat hier ronddanst. Tóch doe ik het maar, al zou het alleen maar zijn ter waarschuwing aan mijzelf en de bezoeker van deze pagina's! 

WIT

Als ik van U moet spreken, doe ik alle mooie woorden weg.
Ik wil maar liever weinig zeggen.
Ik wil maar liever enkele kale woorden zeggen.
Wat arme kale woorden, dat is mijn verhaal.
Mooie woorden denken alleen maar aan zichzelf,
ze weten van dienen niet.
De goede woorden zijn arm en naakt
Als Franciscus.
Ze zijn trouw.
Enkele goede woorden, dat is genoeg.
Want er mag niets komen tussen U en mij.
Eigenlijk wil ik liever met U zwijgen.

J.C. VAN SCHAGEN

 

vlinders

 

WILLEM VAN ST. THIERRY: ALLEEN, MAAR NIET ALLEEN
(christelijk monnik, 11e-12e eeuw n.C.)

In de volstrekte stilte en eenzaamheid wordt de mens op aangrijpende manier verbonden met God, de enig nog aanwezige. 'Nooit ben ik minder alleen dan wanneer ik alleen ben', schreef Willem van St. Thierry.

Citaat uit Christofoor Wagenaar: "Woestijnvaders. Een speurtocht door de Vaderspreuken", Nijmegen 1981, pag. 102

 

vlinders

 

TAO TE KING NO.56

Zij die weten, praten niet;
zij die praten, weten niet.

LAO TSE

 

vlinders

 

BEKNOPTE LITERATUURLIJST

  • Hans Jürgen Baden: Zwijgen als kracht, 77pp, Kampen 1981, ISBN 90 242 0098 9
  • Anselm Grün: Der Anspruch des Schweigens, 67pp, Münsterschwarzach 1980, ISBN 3-87868-126-7
  • Paul Harris (ed.), The Fire of Silence and Stillness. An Anthology of Quotations for the Spiritual Journey, 197pp, Londen 1995, ISBN 0-232-52118-2
    Dit boek is een ware schatkamer, tot de nok toe gevuld met juwelen van citaten voor iedereen die geïnteresseerd is onderwerpen als meditatie, contemplatie, inkeer en verstilling. Helaas op dit moment niet meer in druk, maar via de site van abebooks.com nog wel bij buitenlandse antiquariaten te vinden en met creditcard te bestellen.

Deze pagina werd voor het laatst ververst op: woensdag 31 augustus 2005.


citaat (zinrijk.nl)
Wij zijn wat wij herhaald doen. Excellentie is dus niet een [losse] handeling, maar een gewoonte.
Aristoteles

Zangretraite in Portugal (meer)
Op een prachtige locatie (Monte na Luz - met zwembad) vlak bij de Middellandse zee, zingen we dat het een lieve lust is. Groepsgrootte: 15 personen. 21 - 27 juni
Deze weken met Jan-Hendrik Veenkamp zijn voor mij het hoogtepunt van het jaar. – Alex Pot